Een bladblazerachtig geluid vult de Laurentiuskerk. Niet de man met de betonspuit, maar zijn collega met de trilnaald is de lawaaimaker. Meteen nadat het beton is gestort, mixt hij de boel nog even na. Dat zorgt voor een betere verdichting en dus een sterkere vloer.

Het is loodzwaar werk, zo laten we ons graag vertellen; betongieters hoeven voor hun spierbundels nooit naar de sportschool. Zeventig kuub beton vloeide er vorige week uit de betonwagen voor de deur, via een soort brandslang, in de bekistingen die bij ons vorige bezoek al waren aangebracht die de vloer vormen van een nieuwe etage. Dat verandert het aangezicht van de oude Laurentius meteen. Tegelijk laat de nieuwe Laurentius zijn gezicht zien. Je ziet nu de nieuwe ruimtes ontstaan waar straks gewerkt gaat worden. De vloer is pas volgende maand helemaal uitgehard, maar er kan nu al voorzichtig op gelopen worden. Gelukkig maar, want dan kan het aftekenen van de volgende verdieping beginnen. Er komen namelijk nóg twee etages onder het hoge dak.
Buiten zien we de toren geheel in de steigers staan. Nu pas kan de toren echt goed geïnspecteerd worden op de schade die de brand in de torenspits veroorzaakte. De wijzerplaten en enig voegwerk moeten hersteld worden. In de inmiddels lege klokkenruimte komt een unieke hotelkamer. In de gevelopeningen komt glas; wel zo comfortabel.
We blijven het kerkwerk volgen.