Daar stonden ze dan, dinsdagavond 8 november 2016. Op straat te kijken naar de torenspits van de naburige kerk die in brand stond en naar beneden stortte. Al snel werd duidelijk dat terug naar huis gaan er die nacht niet inzat. En het bleef niet bij die ene nacht, een week lang moesten buurmannen Martin Lette en Thomas Posthuma en hun partners in hotels logeren omdat het niet veilig was om terug te gaan naar huis. Precies twee jaar later staan ze weer op straat op 8 november. Voor een paar uur deze keer.

"Zullen we koek en zopie gaan verkopen donderdag", vraagt Lette gekscherend aan zijn buurman Posthuma. "Wat denk je, zouden er veel mensen naar komen kijken dan?", vraagt Posthuma zich af. Deze twee naaste buren van de kerk zullen het terugplaatsen van de torenspits in ieder geval wel van minuut tot minuut volgen. Of dat het beste zo dichtbij kan als de afzetting het toelaat of juist van wat verder weg, daar zijn ze nog niet helemaal uit. Maar niet vanuit hun eigen huis in ieder geval. Dat moeten ze, voor de zekerheid, uit. Je moet er ook niet aan denken wat er gebeurt als dat gevaarte op het dak valt natuurlijk. Hebben ze er vertrouwen in? "Ja, zeker hoor", zegt Lette.

Als de dag van gisteren

De dag dat de torenspits twee jaar geleden door brand verwoest van de kerk viel, herinneren de twee zich nog als de dag van gisteren. "Het groene kruis knipperde, al zeker een week lang", herinnert Lette zich. "Vanuit mijn atelier hier kan ik alles volgen, en die ochtend zag ik twee onderhoudsmonteurs de kerk ingaan, ik denk om dat euvel te verhelpen", vult Posthuma aan. 's Avonds rond een uur of half acht ging het mis. "Dat kruis reageerde op licht, dus ik denk dat het mis ging op het moment dat het donker werd en het licht aan moest gaan", zegt Lette.

Het eten stond drie dagen later nog op tafel

De buurvrouw van de andere kant van de kerk, Liel Verhaar, had het eerst door dat er iets mis was en bonkte bij Posthuma op de deur. " 'Kom naar buiten', riep ze. We zaten net aan tafel, ik weet het nog precies, we aten bloemkool, aardappelen en schnitzel. Dat stond drie dagen later allemaal nog op tafel."

Beperkt

Meer dan een rookpluimpje uit de top van de torenspits was er op dat moment niet te zien, maar hoe het verder afliep, is bekend. Lette: "Je voelt je ontzettend hulpeloos. Ik ben zo lang mogelijk thuis gebleven voor de katten, maar je weet niet wat je moet doen. Het was te gevaarlijk om thuis te blijven. Stel dat die spits op ons huis gevallen was. Of de brand overgeslagen was naar onze huizen? Uiteindelijk is de schade gelukkig beperkt gebleven. Er was bij de buren schade door de scherpe dakleien van de kerk. En een enorme brandende balk viel tegen onze gevel aan, dat kun je nog zien. Maar door het snelle ingrijpen van brandweerman Jan heeft die verder geen schade aangericht. En we hadden ook geen waterschade, ook een geluk." Terwijl hij om zich heen kijkt in het atelier van Posthuma waar we het gesprek voeren: "Al die kunstwerken." "Daar was ik ook heel bezorgd over", zegt Posthuma.

'Mensen boden ons meteen aan dat we bij ze mochten slapen'

De omwonenden werden die avond eerst opgevangen in Hotel 't Hart van Weesp en al snel werd duidelijk dat Lette en Pothuma niet terug konden naar huis, behalve om onder begeleiding wat spullen op de halen en de katten eten te geven. "Wat heel mooi was, is dat die avond meteen zoveel mensen aanboden dat we wel bij ze mochten komen slapen", vertelt Lette. Uiteindelijk konden ze een week niet naar huis en moesten ze in drie verschillende hotels logeren omdat de hotels al volgeboekt waren. De buren werden in die tijd goed op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen bij de kerk. "Een dag later mocht ik mee in de hoogwerker naar boven en kon ik zelf zien hoe groot de ravage bij de toren was", vertelt Lette.

Schilderij

De afgelopen twee jaar hebben de buren natuurlijk ook nauwgezet de wederopbouw van de torenspits en alle werkzaamheden in de kerk zelf gevolgd. Lette:  "Zo'n kerkbrand meemaken is bijzonder, de herbouw van een kerk ook. Het is een goede zaak dat de kerk behouden wordt en het wordt met vakmanschap gedaan. Het alternatief, sloop van de kerk, dat was vreselijk geweest." Posthuma: "Het was een tijd met veel stress, daar heb ik veel last van gehad, maar hoe de plannen nu zijn en hoe het gemaakt wordt, daar kunnen we zeker mee leven." Het heeft hem in ieder geval ook geïnspireerd: in het atelier staat een abstract schilderij van de toren, met een  vallende haan in 22 karaats bladgoud. Het is te koop trouwens.

Blomstraat

Lette heeft nog wel moeite met de veiligheid in de Blomstraat. "Het is nog steeds zo'n gevaarlijke situatie voor de kinderen en hun ouders. Ik had gehoopt dat de vierkante spreekstoel die de stoep een stuk smaller maakt verwijderd zou worden, maar die blijft. Jammer, het is ook geen origineel onderdeel van het gebouw." De verstandhouding met aannemer Cees van Vliet is goed. "Heel aardig, doordat ik nu niet in mijn garage kan, heeft hij tot het einde van de verbouwing een andere garageplek in de buurt voor me beschikbaar gesteld", vertelt Posthuma.

Nieuwe buren

Ook met de toekomstige uitbaters van de brouwerij en het proeflokaal in de kerk is al contact. De buren hebben een bezoek gebracht aan een gelijksoortige brouwerij in een kerk in Haarlem (Jopenkerk, red.) en hebben overlegd over hoe het er in Weesp aan toe zal gaan. "We hebben goed contact met die jongens van Wispe, al moeten we natuurlijk nog gaan ervaren hoe het gaat als het er is. In Haarlem hebben we ook buren gesproken, die ons vertelden dat ze het meeste last hadden van de leveringen in koelwagens. En soms ruiken ze het brouwen wel. Daarover hebben we al overlegd en er is ons verteld dat ze rekening houden met de tijden van leveringen en voor de brouwketels zou er een goede afvoer komen.

'Het wordt natuurlijk heel anders'

Zijn ze nog wel blij dat ze op deze plek wonen? "Het wordt natuurlijk heel anders", zegt Posthuma. "Toen ik hier in kwam wonen, was er alleen een keer per week een mis op zondag. Ik heb veel met die kerk, in 1997 heb ik de schildering van de Apocalyptische ruiters gerestaureerd. Die is straks trouwens helaas niet meer zichtbaar voor zover ik weet, maar wordt wel bewaard."

Schietgebedje

In de kerk komen ook appartementen, zouden ze daar zelf willen wonen? "Ja hoor, ik snap de animo voor een huis in de kerk wel", zegt Lette. Posthuma: "Nou, ik vind ons eigen huis veel mooier." Een biertje dan in het proeflokaal straks? Ook dat ziet Lette zeker zitten. Posthuma bewerkte voor de flesjes met een nieuwe smaak Wispe bier -een porter van Weesper cacao- voor het etiket een illustratie voor Van Houten van de hand van zijn vader Thom Posthuma sr. "Hij was een geheelonthouder, voor ik begon heb ik wel even een schietgebedje gedaan of hij het wel goed vond",  grapt Posthuma. "Maar ik ga er straks wel heen, hoor! Ik heb begrepen dat er grote tafels komen waar je lekker je krantje kunt lezen en mensen ontmoeten."