De stichting Flora en Faunabescherming heeft volgens de rechter niet aannemelijk gemaakt dat de begrazing van de Weesper schansen een overtreding is van de Flora- en Faunawet. 

Het onderhoud van de schansen door begrazing met een grote kudde schapen zou volgens de stichting funest zijn voor een aantal daar voorkomende beschermde diersoorten. Maar daar denkt de Raad van State dus anders over.

Schaapsherder en de ecoloog gaan voorzichtig te werk

De Raad van State heeft voldoende vertrouwen in uitgevoerd onderzoek naar de dieren. Daarnaast gaan de schaapsherder en de meelopende ecoloog voorzichtig te werk. De kudde is intussen verkleind om het beheer beter te kunnen controleren. Onderzoek en videomateriaal dat werd ingediend door de stichting vond de Raad minder overtuigend.

Incidenteel voorkomende rugstreeppad maakt begrazing niet verboden

Volgens de stichting zijn de schansen leef- en foerageergebied voor ringslangen, waterspitsmuizen, rugstreeppadden en belangrijk voor broedvogels. De Raad van State oordeelt dat het wel aannemelijk is dat er incidenteel een rugstreeppad voorkomt. Maar dat betekent nog niet dat daarmee de begrazing verboden is.

Ook weinig gevaar voor ringslangen

Voor de ringslangen is er volgens de Raad van State ook weinig gevaar. Ze komen voornamelijk voor in de oeverstroken van de schansen en daar wordt niet gegraasd. Als ze zich in de zon opwarmen op hoger gelegen delen, kunnen ze wel voorkomen op plekken waar wordt gegraasd. Maar de slangen zijn snel genoeg om te vluchten als er een schaap in de buurt komt.

Bovendien wordt telkens voordat een strook grond voor begrazing wordt afgezet, eerst gekeken of er beschermde dieren voorkomen. De Raad van State gaat er verder van uit dat er geen waterspitsmuizen op de schansen zijn. En voor de broedvogels zal de begrazing worden aangepast.