In een woonzorgcentrum woon je samen-apart. 'Het Lathuis' heeft Cato Van Burgh (een pseudoniem) het centrum in haar boek dan ook gedoopt, met een knipoog naar 'living-apart-together'. Een fictief huis met fictieve bewoners, maar de verhalen zijn een mix van fictie en waargebeurd. Ze geven een verrassend inkijkje in het wel en wee van ouderen met hun rugzak vol ervaringen. 

Naar de uitgever

Al bijna 25 jaar werkt maatschappelijk werker Van Burgh in de gezondheidszorg en de laatste jaren met ouderen die niet meer zelfstandig kunnen wonen. Een heel interessante doelgroep, merkte ze, en het werk met ouderen is uitdagend en divers. Het leverde een hoofd en een stapeltje notitieboekjes vol observaties en anekdotes op. Bij een schrijfcursus bij Eva en Renee Kelder kreeg ze de smaak te pakken om daar verhalen over te schrijven. Niet direct met de bedoeling om er ook een heel boek van te maken trouwens. "Ik liet wel eens iets lezen aan mijn ouders en een vriendin. De reacties waren altijd enthousiast. Mijn vriendin zei: 'ze zijn zo goed, daar moet je wat mee doen. Zonde om alleen maar op de pc te laten staan'." 

De verhalen zijn soms schrijnend, maar vaak ook komischMisschien moest ze dat ook maar eens doen, bedacht van Burgh en besloot vorig jaar zo rond kerst om een uitgever te benaderen. "Ik wilde het één keer proberen en stuurde mijn werk naar uitgever Schrijverspunt. Die werken veel met debuterende schrijvers. En tot mijn verrassing werd het meteen aangenomen."

Pseudoniem

De verhalen gaan niet zozeer over het werk van Van Burgh, maar over de mensen en hun verhalen die ze iedere dag ontmoet. De grens tussen feit en fictie, die kent alleen Van Burgh zelf. Zo wil zij de privacy van haar cliënten beschermen. Om diezelfde reden schrijft ze ook onder een pseudoniem. Maar het geeft ook lekker veel vrijheid om mooie verhalen te schrijven, waarvoor ze vrijelijk heeft geput uit haar ervaringen. "Zo kan het zijn dat de paarse rolstoel van de één en de rode haardos van de ander en bijzondere karaktertrekken van de derde in een verhaal samen één persoon geworden zijn. Of ik laat persoon A een gebeurtenis van persoon B meemaken. Dat geeft ook heel veel vrijheid in het verhalen schrijven, je gaat er creatief van denken en dat is zó leuk. De verhalen zijn soms schrijnend, maar vaak ook komisch. Het boek heeft wel een diepere laag, maar ik heb het ook luchtig gehouden, met de nodige humor."

Van de flaptekst:
"EVV'er? Bent u van een politieke partij?' vraagt mevrouw Cruijff. 
"Nee mevrouw, ik ben de eerste verantwoordelijke van de verzorgenden. Zeg maar uw hoofdzuster.' 
Neem een kijkje in de wereld van ouderen binnen een woonzorgcentrum. Maak kennis met de bewoners, die allemaal met een reden zijn komen wonen in het Lathuis. Ieder met zijn eigen rugzak vol ervaringen: met mooie of verdrietige herinneringen, verlangens, levensvragen en problemen.  Het Lathuis staat bekend om zijn gastvrijheid voor een hele bijzondere gast. Mevrouw Cruijff brengt haar geliefde huisdier mee. Een andere bewoner zou het huis toch meer als een kippenhok omschrijven. Tja, soms is er zelfs te veel reuring… 

Waar staat het Lathuis?

Voor de namen van haar personages heeft Van Burgh gekozen voor die van sporthelden. Zo zijn er mevrouw Cruijff en meneer Haarhuis. "Onze familie houdt heel erg van sport, dus dat vond ik een leuke insteek. Mijn pseudoniem heeft geen link met sport, nee. Cato is een bijnaam die in de familie wel voor me gebruikt wordt, en Van Burgh heeft heel in de verte een link met mijn familienaam. Nee, meer zeg ik er niet over! Ik wil iedere link met mijn werk en de mensen met wie ik werk vermijden." De personages hebben de namen van sporthelden Nu we het er toch over hebben: Het Lathuis beschrijft ze als 'een modern woonzorgcentrum met zes verdiepingen voor ouderen die zorg of verpleging nodig hebben'. Had ze daarbij een zorgcentrum uit Weesp in gedachten? Lachend: "Nee hoor, ik werk ook niet in Weesp maar in een grotere stad voor een organisatie met meerdere locaties." De rest van de beschrijving: 'Het is prachtig gelegen aan de rand van de stad met uitzicht over de bossen en duinen in de verte'. Oké, we geloven het, dit kan Weesp niet zijn.

Verliefd op hoge leeftijd

De verhalen zijn heel divers, net als de mensen van Van Burgh dagelijks mee werkt. "Iedereen heeft natuurlijk zijn eigen geschiedenis en reden om in het woonzorgcentrum te komen wonen. Dat kan een lastige overgang zijn, die inhuizing. Je krijgt dan wel een eigen kamer, je woont ook ineens samen met andere mensen die je in de huiskamer of het restaurant tegenkomt. En dat zijn natuurlijk niet mensen die je zelf hebt uitgekozen. Dat kan soms heel lastig zijn, als mensen het echt niet met elkaar kunnen vinden, maar soms leidt het ook tot iets heel moois: twee mensen die verliefd worden en op hoge leeftijd nog een relatie krijgen."

'Dit werk heeft me nog geen dag verveeld'

In het boek staan vijftien verhalen, smaakt het schrijven naar meer? "Nou, er staan er weer een hoop leuke dingen in mijn notitieboekje, genoeg voor weer een serie mooie verhalen. Maar ik kijk eerst eens hoe dit boek het doet. Fulltime schrijver worden, daar denk ik niet aan. Ik doe mijn werk graag en het werk in de ouderenzorg heeft me nog geen dag verveeld. Ik kan het iedereen aanraden. Misschien in de toekomst een beetje minder werken en meer tijd om te schrijven, maar ik moet toch ook mijn inspiratie ergens vandaan halen en die krijg ik volop in de praktijk, van de bewoners en mijn collega's."

Het Lathuis verschijnt maandag 24 juni. Het is online te koop, maar ook in Weesp: bij boekhandel PeZZiPazzi en bij de Spar in Aetsveld. Van Burgh denkt dat het er in de loop van volgende week zal zijn. Wij mogen je hier vast het eerste hoofdstuk laten lezen.

1.    Idool 
 
Het appartement op de tweede etage staat blauw als ik binnenkom. Meneer Haarhuis hangt onderuit gezakt in een gele sta-op-fauteuil en blaast rookwolkjes in de lucht. Hij kijkt mij vriendelijk aan. 'Tof dat je weer langskomt. Zo zie ik nog eens iemand. Nog even genieten van mijn laatste peuk, ik krijg pas volgende week een nieuw pakje.'  
 
In het zorgdossier van meneer is vastgelegd dat hij maximaal één pakje shag per week krijgt. 'Ik rook al sinds mijn veertiende. Nu zeggen ze hier dat het niet goed is voor mijn gezondheid. De revalidatie heeft toch niks geholpen, ik heb nog steeds een conditie van lik mijn pik.'  
De salontafel voor hem ligt bezaaid met enveloppen, pepermuntjes, zakdoekjes en asbakken. 'Ja de post heb ik nog niet geopend, dat zijn toch allemaal boetes. Idioten zijn het. Je gaat iemand toch niet een jaar lang op hetzelfde traject een boete opleggen. En dat voor die paar kilometer te hard, waar hebben we het over? Kan die bewindvoerder geen bezwaar maken?' 
Ik leg hem uit dat de boetes zo hoog zijn opgelopen dat er een dwangbevel is uitgegaan. 'Ze hebben u weten te vinden. U was voor het incassobureau langere tijd spoorloos, omdat u geen vaste verblijfplaats had. Nu u hier bent komen wonen, staat u weer ingeschreven bij de gemeente.' 
Hij trekt zijn schouders op. 'Boeien, ik heb toch geen eigen geld. Ze zoeken het maar uit. Zolang ik maar hier kan blijven. Het is hier echt te gek, zó heb ik nog nooit gewoond in mijn leven. Moet je zien het is toch net een bioscoopzaal?' zegt hij glunderend. De familie van de voormalig bewoonster heeft een aantal meubels laten staan. 'Deze stoel is ook geweldig! Het enige wat ik mis is mijn muziek. Alles is gejat toen ik in het ziekenhuis lag! Ik had mijn auto volgestouwd met spullen en kleding, omdat ik mijn woning uit moest. De huurbaas beweerde dat ik maanden achterliep met betalen. Volgens mij waren het hooguit twee maanden. Enfin, ik had nog geen andere woonruimte gevonden op het moment dat ik in het ziekenhuis belandde. Breekt dat tuig intussen mijn Volkswagen open.' Hij kijkt naar de brieven die ik aan het sorteren ben. 'Extra geld om een paar cd's te kopen zit er zeker niet in, hè? Ken je David Bowie? Hij zong samen met Mick Jagger Dancing in the Street. Dat is pas echt muziek, toch? Niet te vergelijken met die klassieke rommel die ze hier draaien.' 
Als ik tegen hem zeg dat zijn leefgeld voorlopig hetzelfde blijft, vraagt hij niet om uitleg. 'Neem je wel die stapel blauw met je mee? Dan ben ik er weer vanaf,' zegt hij met een grijns op zijn gezicht. Met een uitbundig 'doei!' zegt hij gedag. We schieten allebei in de lach. 
Van de verpleging weet ik dat meneer zijn kamer niet af komt. 
'Meneer is tevreden en wil niet naar de huiskamer. Hij belt niet zoveel en werkt goed mee als wij hem moeten verzorgen. Hij krijgt zo nu en dan zuurstof toegediend. Het is wel triest eigenlijk, want zo oud is hij nog niet,' vertelt de net afgestudeerde verpleegkundige. 
Twee weken later spreekt de teamleider mij aan. 'Het is bijna gruwelijk misgegaan met meneer Haarhuis. Hij wilde een sigaret opsteken toen hij nog aangesloten zat aan het zuurstofapparaat. De dagdienst kon nog net zijn sigaret uit zijn handen rukken of de hele boel was in de fik gevlogen!'  
Ik loop het kantoor van de verpleging binnen om de laatste stand van zaken na te vragen. 
'De directie heeft besloten dat hij helemaal geen shag meer krijgt, ook voor onze veiligheid. Hij heeft flink gemopperd, maar nu is hij weer zo mak als een lammetje. Mijn collega Kim heeft hem eergisteren een cd van zijn idool gegeven. Had ze gevonden op de rommelmarkt met Koningsdag. Hij is zo blij als een klein kind,' vertelt de avonddienst. 
Tijd om zelf weer eens polshoogte te gaan nemen. Ik kom binnen in een appartement dat niet meer blauw ziet van de sigarettenrook, maar schittert in alle kleuren van de regenboog. Op de salontafel draait een discobal in het rond. Uit de muziekbox komt een bekend geluid: All we need is music, sweet music. Theyre'll be music everywhere. They'll be swinging, swaying, records playing. Dancing in the street, oh.  
Meneer Haarhuis kijkt mij stralend aan.