In de aanbiedingsbrochure schrijft de Arbeiderspers: 'In Ware aard maakt Jan-Willem Anker de balans op. Wie was ik? Waar was ik? Maar ook: wie kan ik nog zijn? Waar moet ik zijn? En: hoe te leven? Op die laatste vraag probeert hij in zijn poëzie voor het eerst voorzichtig antwoorden te formuleren

Uit 'Ware aard' 'Weesp, zijspoor na rondweg, buitenverblijf, afslag en uitvlucht, intratuinen extra muros, of toch opgang! Vandaag ben ik zacht, mijn zoon schilt een lokbanaan in de supermarkt. Onze buurman, roker op sandalen, passeert ons en hoest zo hard dat mijn zoon in hem een hondje hoort, een hondje dat zichzelf verwondt