Peter Beense en Berget Lewis zijn dit jaar de bekende artiesten op het Sluis-en-bruggenfeest. Beslist geen tweede garnituur, maar hoe je het wendt of keert: ze zitten ook niet in de Champions League. Wil je de écht grote namen horen en zien zonder dat je daar een fikse toegangsprijs voor hoeft neer te leggen, dan moet je een paar dagen later in de feesttent in Diemen zijn. Daar staat bij het Diemer Festijn woensdagavond 4 september André Hazes met zijn eigen band voor een live concert, donderdag zijn er Tino Martin en Dries Roelvink, vrijdag treedt Edsilia Rombley op en zaterdag zetten naast Peter Beense de Snollebollekes – dé feestband van dit moment – de tent bij het winkelcentrum op stelten. En dan is er ook nog een middag voor oudjes met onder anderen de onverwoestbare Ben Cramer. Het mag wat kosten.

Voor de echt grote namen moet je een week later in Diemen zijn

Veel Weespers vragen zich af waarom zo'n armada aan grote namen wel in Diemen mogelijk is én niet (meer) bij het Sluis-en-bruggenfeest.
Dat is goed uit te leggen.

Wim Bohnenn

Allereerst is er de betrokkenheid van Wim Bohnenn. Bohnenn woont in Diemen en dat scheelt een paar slokken op een borrel, want hij kent al die artiesten persoonlijk. Bohnenn was namelijk tot zijn pensionering vorig jaar Manager Events & Telesport en in die wereld ben je dan echt een mannetje. Dat Bohnenn ook de microfoon vasthoudt bij de huldigingen van Ajax, helpt ook.

Andere voordelen

Drie andere voordelen van het Diemer Festijn zijn dat er veel grote sponsors zijn, dat het feest niet versnipperd is over het dorp maar op één locatie plaatsvindt én het gegeven dat niemand van de organisatie eraan hoeft te verdienen. De omzet van de bars in de feesttent komt, met aftrek van de kosten, geheel ten goede aan het feest. Tel uit je winst.

Flat 113

Dan Weesp zelf. Oudere Weespers kunnen zich nog het Sluis-en-Bruggenfeest in de jaren '80 en '90 herinneren met een stoet aan grote artiesten op met name het Grote Plein. De logische vraag: waarom kan dat nu niet meer? Een belangrijke reden is dat Flat 113 niet meer bestaat. Voor de jeugdige en ook de niet zo bekende Weespers: Flat 113 was een jeugdsociëteit, maar in de praktijk een discotheek die door vrijwilligers die dit voor de lol deden werd gerund. Flat 113 betaalde de grote artiesten op Sluis-en-bruggenfeest

Elke cent die werd omgezet ging op aan vaste kosten, nieuwe platen voor de deejay's, af en toe een verbouwing én aan de artiesten op het Grote Plein tijdens het Sluis-en-bruggenfeest. Want dat vonden ze gewoon leuk om te doen, die jongens van 'De Flat.'

André Hazes en Lee Towers

En in die jaren kwamen alle grote namen inderdaad voorbij: van Maria Verano, de Dolly Dots en Maywood tot aan Lee Towers en Anita Meijer (ja, dat waren de grote namen van weleer). En laten we Luv'niet vergeten - en de 'echte' André Hazes. Een half decennium later was het podium voor de nieuwste generatie van de vaderlandse top of the bill: Marco Borsato, Gordon, De Dijk, het Goede Doel... het kon allemaal niet op. Dat bleef zo totdat Flat 113 en opvolger Goofy's ophielden te bestaan. Toen vielen er opeens gaten in het programma die opgevuld moesten worden door anderen. Of beter: door horecagelegenheden in Weesp.


Op het podium bij Toeters en Bellen treden als bekende artiesten Berget Lewis en Peter Beense op.

Goud geld

En daar zit dan meteen de uitdaging, want die artiesten kosten goud geld tegenwoordig. Peter Beense bijvoorbeeld treedt momenteel op voor een slordige 2400 euro euro en Berget Lewis vraagt zelfs 2000 euro meer en dat is eigenlijk niet meer op te hoesten. Eerst zou haar vriendin Shirma Rouse, die in hetzelfde soulgenre zit, komen die trouwens ook 4250 euro vraagt.  

André Hazes kost 12.500 euro, zonder band

Ter vergelijking; André Hazes kost 12.500 euro zonder de band die wel in Diemen komt, Tino Martin staat voor bijna tien mille op het podium, de Snollebollekes luisteren voor 9 mille het Diemer Festijn op en Edsilia Rombley komt voor 4500 euro een half uur een paar moppies zingen. Dries Roelvink is trouwens voor net geen 2000 euro een koopje, maar dat terzijde (bron: bekendeartiesten.nl)).
De conclusie? Het is niet meer terug te verdienen. Toeters & Bellen heeft niet voor niets een aantal sponsors geregeld om een goed gevuld programma te kunnen bieden.

Gordon op de Vecht

Naast de lastigere exploitatie en de duurdere prijskaartjes van de artiesten is er nóg een reden waarom een A-artiest moeilijk haalbaar is: de veiligheid. Bij het laatste optreden van Gordon op het Sluis-en-bruggenfeest (in 2009) wilde toenmalig burgemeester Bart Horseling uit oogpunt van veiligheid geen toestemming geven voor een publieksmagneet op het (al snel te kleine) Grote Plein. Het werd opgelost met een optreden op een boot in de Vecht, waar het publiek over de kades beter kon worden uitgesmeerd en er meer mogelijkheden zijn voor het publiek om toe te stromen en weg te komen. Rond de Vecht is het voor de organiserende partij echter weer slecht bier verkopen (lees: kosten terugverdienen). 

Slotsom: tijden en prijzen zijn veranderd. Laten we genieten van Peter Beense en Berget Lewis.