Ervaring met deze doelgroep heeft Yuri inmiddels wel. Een paar weken geleden leidde hij een groep van tien belangrijke Amerikaanse influencers rond. "Het was na sluitingstijd en zij kregen een rondleiding in de Eregallerij van het Rijksmuseum. Daar liep ik, vooraan, langs de Nachtwacht naar de Eregallerij, onderweg vast vertellend over het museum. Toen ik omkeek, bleek ik nog maar vier volgers te hebben. De rest stond ieder bij een ander kunstwerk selfies te maken." Hij is er nog verbaasd over als hij de anekdote vertelt, maar kan er ook wel om lachen.

Yuri werd in 1969 geboren in Vinkeveen. Yuri's moeder was Belgische van geboorte. Zijn vader was eerst huisarts en later hoofd geneeskunde in een verpleeghuis.

Na het VWO ging Yuri een jaar studeren in Griekenland. Dat was voor hem niet zo bijzonder, zijn moeder werkte voor een uitwisselingsorganisatie voor studenten. "Ik wist al dat ik kunstgeschiedenis of archeologie wilde gaan studeren en dan is Griekenland natuurlijk een ideaal land. 's Morgens les in Nieuws Grieks aan de universiteit en de hele middag vrij om de binnenstad van Athene te verkennen. Met een goede reisgids in de hand, stukje voor stukje en heel grondig." Via de uitwisselingsorganisatie leerde Yuri ook Femke kennen, zijn vrouw, en dat buitenlandvirus hebben ze met elkaar gemeen. Tijdens zijn studie aan de Universiteit van Amsterdam, studeerde Yuri een tijdje in Padua, Italië. Hetzelfde ritueel als in Athene herhaalde zich: “Iedere vrijdag met de reisgids in de hand een stukje Venetië ontdekken. In 35 wandelingen heb ik ieder klein stukje van de stad uitgekamd." 

Verenigde Staten

Het buitenlandvirus bracht de familie enkele jaren geleden ook voor wat langere tijd naar de Verenigde Staten. Femke kreeg er een aanstelling voor enkele maanden aan de universiteit van Connecticut en het hele gezin (Yuri en Femke hebben twee zonen) ging mee. “Ik heb de tijd goed gebruikt door de Nederlandse kunst te bekijken in de musea van de universiteiten."

'Ik zou wel eens kunstreizen in Amerika willen begeleiden, maar ook een wandeling langs de kunstwerken in Weesp'

"Met de huurauto ging ik overal heen, de cirkel rond onze thuisbasis in Storrs werd steeds groter. Van enkele uren rijden, tot tochten waarvoor ik wel een paar dagen onderweg was. Ik heb een dagboek bijgehouden en wie weet kan ik ooit nog eens kunstreizen naar New England begeleiden met alle kennis die ik toen heb opgedaan. Dat lijkt me heel erg leuk om te doen. Dichter bij huis zou ik ook in Weesp wel eens een wandeling langs de kunstwerken willen begeleiden, ik heb ze beschreven voor de serie 'In Beeld' in het WeesperNieuws een paar jaar geleden."

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Toen hij in 1995 afstudeerde rekende Yuri op een groot zwart gat, want de kans op een betaalde baan als kunsthistoricus was minimaal. De vrees bleek ongegrond. “Ik kreeg de taak om alle prenten van de bibliotheek van de universiteit te beschrijven. Of je daar extreem veel geduld voor moet hebben? Ja, misschien wel, maar zo zie ik het niet. In vijf jaar tijd zijn zo een paar duizend prenten beschreven, toen was het project klaar en mijn werk dus ook.”

Weer een dreigend zwart gat?
“Nou, ik had me er wel op voorbereid dat het even kon duren voor ik weer een baan vond. Dus ik had al een reis van zes weken door Italië voorbereid. Maar ik kreeg een vacature bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) onder ogen. Net op tijd, ik heb de sollicitatiebrief zelf langsgebracht op de laatste dag dat dat kon. Spannend, voor het sollicitatiegesprek zat je voor een commissie van vier mensen. Alsof je voor de Spaanse Inquisitie zit. Die reis heb ik af kunnen maken, daarna kon ik direct beginnen."

En de rest is geschiedenis zou je kunnen zeggen, want voor de RCE werk je nog steeds.
“Klopt, maar wel in een andere rol inmiddels. Ik begon door voor de RCE hetzelfde doen als ik deed met de prenten in de bibliotheek, maar dan voor hun hele collectie. Sinds 2016 ben ik de conservator van een deel van die collectie, de oude toegepaste kunst."

Wat is er allemaal te vinden in ‘jouw’ collectie?
“Alle toegepaste kunst tot ongeveer het jaar 1900, behalve schilderijen en boeken. Dan moet je denken aan meubels, tegels, tapijten, aardewerk en glas, ongeveer 22.000 objecten. In totaal omvat de collectie van de RCE 100.000 objecten. Onze stukken staan bijvoorbeeld in ambassades en ministeries, belastingkantoren en heel veel musea, behalve rijksmusea. Van hele grote tot de allerkleinste."

'Onze kunst staat o.a. in belastingkantoren, maar ook in Paleis Soestdijk'

"Er zijn bijzondere locaties bij. In Paleis Soestdijk zijn meer dan 700 objecten uit onze collectie aanwezig. Met de nieuwe eigenaar zijn we in overleg welke objecten er kunnen blijven en welke niet. En daar zoeken we dan weer een mooie nieuwe plek voor. We hebben ook een depot, maar er is geen museumruimte en we willen juist zoveel mogelijk van onze collectie ook laten zien. Dus ik houd altijd overal mijn ogen goed open voor mogelijke locaties. In het tijdschrift van de RCE draag ik bij aan de rubriek 'Kunst zoek plek'. Daarin presenteren wij de winkeldochters uit de Rijkscollectie, waarvoor we een nieuwe bestemming proberen te vinden. Ik herplaatste een hele grote boekenkast in kasteel Arcen, een kachel in Museum Soest, en een klok in het stadsarchief van Kampen."

Speelt het nog een rol of je iets zelf wel mooi vindt?
“Termen als mooi en lelijk, dat wordt je in je studie meteen afgeleerd! Dat zit inmiddels heel diep als ik een museum of tentoonstelling bezoek. Daarom vind ik het soms juist heel prettig om moderne kunst te bekijken, niet mijn terrein, het is geen oude kunst, dus daar hoef ik niets mee. En dat kan ik dus mooi of minder mooi vinden."

'Mooi of lelijk, dat wordt je in je studie meteen afgeleerd!'

"Maar ik kijk nog steeds overal heel graag kunst. Mijn liefhebberij is echt mijn werk geworden. Het wordt me ook niet snel te veel. Het record is zeven musea op één dag. Dat was wel veel, ja. Maar als je weet dat je misschien maar één keer de kans hebt om iets te bekijken, dan is het nu of nooit.”

"Door mijn werk zie ik veel interieurs. Je hebt onroerend goed en roerende goederen, maar interieurs, die daar een beetje tussenin vallen, worden nogal eens vergeten. Neem ons stadhuis. Prachtig van buiten, maar ook zo mooi van binnen. Juist het interieur is zo bijzonder. De prachtige marmeren vloer van de burgerzaal, de originele ontwerptekeningen zijn bewaard gebleven. Ook in het museum Weesp zijn wat dingen uit onze collectie in bruikleen: een paar stoelen en wat Amstelporselein, een spiegel en een prent. Museum Weesp heeft een bijzondere collectie. Het vroegste porselein dat ooit in Nederland gemaakt is, komt uit Weesp en het is vrij zeldzaam. Ook het Rijksmuseum heeft er niet veel van."

Professional Entertainer

En hij kan het weten. Er zijn maar weinig weken dat Yuri niet in het Rijksmuseum komt. Hij is er een van de 140 gidsen. Op LinkedIn noemt hij dat werk trouwens ‘professional entertainer’. “Zo zie ik het wel. Het is je taak als gids om mensen een aangenaam uur te bezorgen in het museum. Niet alleen ter lering, ook ter vermaak. En daarbij acteer je ook wel een beetje. Ik vind het erg leuk om te doen."

'Niet alleen ter lering, ook ter vermaak'

"Wij leiden groepen cultuurtoeristen rond. En ja, ook die influencers dus. Dat was wel even wennen. Ik was ze al heel snel kwijt, dat gebeurt me niet vaak. Op internet heb ik het nog niet teruggevonden. Of ik zelf een influencer ben? Nou, ik moet het op instagram doen met 300 volgers, ben je dan een influencer?” In zijn bijdragen op het sociale platform laat Yuri vaak een detail uit een kunstwerk, interieur of gebouw zien en schrijft daarover. Iets wat je zelf waarschijnlijk helemaal zou missen als je ervoor stond. Zo kijk je ineens heel anders. 

De Rembrandt van Weesp

De bijzondere kop en schotel, sinds vorig jaar in de collectie van Museum Weesp en 'ook wel de Rembrandt van Weesp' genoemd, moet hij nog gaan bekijken. Die andere ‘Weesper Rembrandt’, het werk van Weespse Bo Buijs dat deze zomer in de tentoonstelling in het Rijks hing, heeft hij wel gezien. “Ik herkende het meteen. Heel erg leuk, daar mag ze trots op zijn. Nu hangt het schilderij trouwens weer aan de muur in Weesp. Dat weet ik, omdat Bo mijn buurvrouw is.” 

In de Museumhuizen van Vereniging Hendrick de Keyser zijn ook objecten uit de collectie die Yuri beheert te vinden. “Echt een aanrader om eens te gaan kijken. De vereniging stelt bijzondere huizen open voor het publiek en je waant je er alsof je op bezoek bent en de vroegere bewoners er gewoon nog wonen. In Utrecht heb je bijvoorbeeld het huis van spoorwegarchitect Sybold van Ravesteyn. In de villa uit 1932 die hij zelf ontworpen heeft, kun je nog aan zijn bureau zitten.” 

Is dat niet eng om spullen in bruikleen te geven? Ben je niet bang dat er iets stuk gaat?
“Nee hoor, onze collectie is er juist om gebruikt te worden. Het kan stuk, ja, maar het zijn gebruiksvoorwerpen, dus het is ervoor gemaakt. En over het algemeen beseffen de bezoekers dat het om oude, bijzondere voorwerpen gaat en zijn ze echt wel voorzichtig.”

Vorig jaar leende je een haarlok van je moeder, die is overleden, uit aan het Catharijneconvent in Utrecht voor een reliekententoonstelling. Dat heeft een persoonlijke, emotioneel grote waarde, vond je dat ook niet een beetje eng om uit te lenen?
“Ik zag de oproep van het museum en dit paste naadloos in de tentoonstelling van relieken. Ik was juist blij dat mijn bijdrage opgenomen werd. Ik weet natuurlijk ook dat musea uiterst zorgvuldig zijn met spullen die ze in bruikleen krijgen. Ik heb het ook weer netjes teruggekregen.”

Boeken

Hoewel boeken niet in ‘zijn’ collectie bij de RCE zitten, zijn ze wel een grote hobby van Yuri. Zijn eigen huiskamer wordt gedomineerd door een boekenkast, acht meter lang, van vloer tot plafond, vol boeken. Alleen op één klein stukje plank hebben de boeken plaatsgemaakt voor een televisie.

'Bij de verhuizing dacht de overbuurman dat er een boekwinkel in de straat kwam'

Een concessie aan de anderen thuis?
“Toen wij hierheen verhuisden en de verhuiswagen leeggeladen werd, dacht een overbuurman dat er een boekwinkel in de straat zou komen”, herinnert Yuri zich lachend. “En toen we ons gingen voorstellen aan de buren, dachten ze dat we bijbelverkopers waren. Maar inderdaad, ik heb best veel boeken. Niet allemaal thuis trouwens, ik huur ook nog een opslagruimte voor de rest van mijn boeken. Ja, ik weet altijd precies waar ik een boek kan vinden. En ook anderen mogen best in mijn boeken kijken. Een e-reader heb ik niet, nóg niet. Maar de Rijksdienst heeft een prachtige bibliotheek, dus ik leen wat vaker in plaats van kopen, ik verkoop zelfs wel eens wat boeken. Gelukkig heb ik een ruimdenkende vrouw, en dus mag die enorme boekenkast in de woonkamer blijven.”

In Beeld

Als je hem vraagt naar een kunstobject, beginnen steevast zijn ogen te glimmen en volgt een verhaal over alle ins en outs. In de serie 'In Beeld' beschreef Yuri een paar jaar geleden in het WeesperNieuws alle kunstwerken die in de openbare ruimte in Weesp te vinden zijn. “Ontzettend leuk om te doen. Op de fiets met studiegenote Myra May op pad langs de kunst in Weesp. Zij maakte de foto's, ik zocht de informatie en interviewde waar mogelijk de maker. De maakster van het oorlogsmonument, Lidi Buma-van Mourik Broekman, sprak ik telefonisch, zij was al op hoge leeftijd. Ik was heel blij dat ik haar nog kon spreken. Zo kwamen we erachter dat het beeld al die jaren verkeerd om had gestaan. Het is later omgedraaid.”

Yuri kreeg voor die serie in 2012 de aanmoedigingsprijs van de Weesper Cultuurprijs. “Natuurlijk was ik apetrots op die prijs. Ik had net wat last van een writer’s block voor de serie en dan is zo’n erkenning helemaal een enorme opsteker. Nu we het erover hebben, die serie zou misschien best weer eens aangevuld en geactualiseerd kunnen worden."

Welk beeld in Weesp is jouw favoriet?
Het blijft lang stil. Er wordt gewikt en gewogen aan de andere kant van de tafel. “Lastige vraag voor een kunsthistoricus. Maar ik vind de Herdersjongen van Burney Bavelaar (het beeld staat bij de oude pastorie naast de Laurentiuserk aan de Herengracht, red) heel mooi. En de dansende mensen van Yvonne Leeman in de Julianastraat. Vrij nieuwe beelden inderdaad, maar echt oude beelden hebben we ook niet in Weesp. Dat sluit wel aan bij de rest van Nederland. Beelden van voor WO II zijn zeldzaam. Er zijn wel veel oorlogsmonumenten. Vaak van kunstenaars, zoals mevrouw Buma, die zich weigerden aan te sluiten bij de Nederlandse Kultuurkamer en stopten met werken in de oorlog."

'De beelden 'de herdersjongen' en 'dansende mensen' vind ik heel mooi'

"Wat verder opvalt in Weesp is dat de kunstwerken vrij kleinschalig zijn. Wat zou het mooi zijn als we ook een echt groot kunstwerk krijgen. Misschien kan het ook niet in het centrum, een beschermd stadsgezicht, maar ergens aan de buitenrand. Hoe dat eruit moet zien en door wie het gemaakt zou moeten worden, en of dat een Weesper kunstenaar zou moeten zijn, dat weet ik ook niet. Figuratief of abstract, dat maakt niet uit. Iets beeldbepalends. Iets waar influencers naar toe willen komen. Kijk naar die letters 'I Amsterdam', iedereen wilde daarmee op de foto. Zo kunnen we Weesp op de kaart zetten."

Kunst in Weesp

 "Alles wat ik in dit interview zeg, doe ik op persoonlijke titel", wil Yuri nog maar eens benadrukken aan het einde van het gesprek, voordat hij de vraag beantwoordt of Weesp het goed doet op het gebied van kunst. “Ik volg het op afstand. Toen een tijdje geleden het beeld van de moeder met kind van Jan Spiering ineens weg was schrok ik, zou het van zijn sokkel geroofd zijn? Gelukkig bleek de gemeente zelf het beeld te hebben meegenomen voor onderhoud. Dat is alleen maar goed natuurlijk. Dat Weesp zo’n mooi museum heeft, vind ik heel belangrijk. Het museum heeft een mooie collectie die getoond moet worden."

'Museum Weesp heeft een mooie collectie'

De fusie met Amsterdam kan voor het museum wel eens voordelig zijn, denkt hij. "Wie weet wat het op zou kunnen leveren in de samenwerking met de gemeentelijke musea in Amsterdam. Ik kan me voorstellen dat het makkelijker wordt om stukken over en weer uit te lenen en ook dat het Museum Weesp zou kunnen profiteren van de gezamenlijke faciliteiten voor opslag en onderhoud van de collectie. Zouden de condities in dat mooie oude stadhuis wel ideaal zijn om de collectie goed te bewaren? Dat het gemeente-archief grotendeels is ondergebracht in Het Regionaal Historisch Centrum (RHC) Vecht en Venen in Breukelen kan ik wel begrijpen. Het is een spagaat: enerzijds wil je alle stukken zoveel mogelijk in de buurt beschikbaar hebben, maar voor het behoud en onderhoud zijn de condities waarschijnlijk wat beter verder weg."

Wat staat er nog op je wensenlijst om te gaan zien?
“Als ik ooit de tijd heb, na mijn pensioen of tijdens een sabbatical, dan wil ik met de rugzak een jaar rondreizen door België, het land van mijn moeder. En dan heel grondig alle plaatsen goed leren kennen.”

Dat is niet zo ver weg.
“Nee, maar dat hoeft ook helemaal niet! In andere oorden bezoeken we musea, maar ook hier in Weesp hebben we een prachtig museum en bijvoorbeeld het carillon in de toren van de Grote Kerk. Schitterende plekken, gewoon voor het oprapen in je eigen stad."