Zoekend loopt Diederik binnen in het Bosbaan Café in het Amsterdamse Bos. Daar, met uitzicht op zijn werkplek - het water van de Bosbaan - hebben we afgesproken voor het interview. Een enkele roeiboot glijdt door het water. Altijd lastig als je elkaar nog niet kent, maar aan de witte basebalpet herken je hem meteen. Twinkelende ogen, vol energie. De portofoon waarmee de roeisters gecoacht worden vanaf de kant wordt op tafel gelegd. "Een lang verhaal kort", zegt Diederik vaak, maar hij heeft gewoon veel te vertellen.

Bijzondere werkplek.
"Ja he! Ik heb zo'n gave job op een prachtige plek. Kijk, daar aan het water zie je het trainingscentrum van de KNRB, de roeibond. De roeisport is in korte tijd sterk geprofessionaliseerd, ook bij de verenigingen. Een jaar of drie geleden is dit centrum opgezet, waar alles aanwezig is voor de sporters. In het centrum kunnen ze trainen, eten en slapen. Ja, slapen. Zij trainen hier zes dagen per week, van half negen tot half zes. Dat zijn zware dagen. Krachttraining, Pilates, stabilisatie of de roei-ergometer, naast de twee roeitrainingen op het water die dagelijks op het programma staan. Ikzelf fiets dan met de portofoon in de hand langs het water mee. Hoeveel kilometer ik zo wegfiets? Nou, twee sessies van 20 kilometer per team per dag, ik denk wel 100.”

Tussen twee kroegen

Sinds 2007 wonen Diederik en Aukje met hun kinderen in Weesp. "Precies tussen Toeters en 't Helletje in." Niet dat zij daar vaak te vinden zijn. Met twee fulltime drukke banen en vier jonge kinderen blijft daar weinig tijd voor over. Toch komt hij de laatste tijd wel eens in het café verderop, niet met Aukje of vrienden, maar met zijn twee oudste dochters, tweeling Danou en Juna van 10. "Zij zijn helemaal gek van voetbal en samen gaan we dan bij Pieter (Kors, red.) kijken als het Nederlands elftal speelt. Geweldig."

Diederik werd in 1969 geboren in Amsterdam. Met zijn ouders en broertje en zusje verhuisde hij toen hij een jaar of zes was naar Bikbergen (tussen Huizen en Naarden, red.) waar hij woonde tot hij op zijn achttiende ging studeren in Amsterdam. 50 jaar is hij dus inmiddels. “Maar in mijn hart ben ik nog steeds 18. Ik werk natuurlijk ook altijd met jonge, bevlogen mensen. Alleen als ik in de spiegel kijk, weet ik weer dat het niet zo is”, zegt hij lachend.


Bosbaan

Hoewel het met de studie niet echt vlotte, een paar jaar rechten, een blauwe maandag kunstgeschiedenis, maakte Diederik er wel kennis met de sport die al snel zijn werk werd en hem nooit meer los zou laten. “Ik ging roeien bij roeivereniging Skøll en raakte daar bevlogen. Ik was geen beste roeier maar als coach deed ik het wel goed, bleek al snel. In 1993 leerde ik de Poolse bondscoach Kris Korzeniowski kennen en hij is altijd mijn goeroe gebleven. Tot op de dag van vandaag heb ik zeker twee keer per week contact met hem. Hij is inmiddels in de 80 en woont in Amerika. Hij vroeg me zijn assistent te worden. Onbetaald, ik studeerde nog voor de vorm en had allerlei bijbaantjes om rond te komen. Maar hij heeft me het vak geleerd. Hier aan de Bosbaan, maar het centrum was toen een oude houten tribune met eronder het Bondsbureau.”

'Ik heb een gave job op een prachtige werkplek'

Ook zijn vrouw Aukje leerde hij aan de Bosbaan kennen. “In 1992 liep ze hier voorbij en ik was op slag verliefd. Toch leerde ik haar pas twee jaar later echt kennen, toen ze ook bij Skøll ging roeien. Zij roeide op hoog niveau, haalde in 2001 een medaille op het WK. Maar ik ben nooit haar coach geweest, expres niet.”

Diederik maakte heel wat omzwervingen als bondscoach van diverse andere landen, maar kwam ook steeds terug naar de Amsterdamse Bosbaan. Hier was hij bondscoach van de junioren en het team onder 23 en later development coach. In 2004 was hij de bondscoach van de vrouwenacht die bij de Olympische Spelen in Athene een bronzen plak veroverden. Nu bereidt hij als bondscoach de dames boordroeiteams voor op de Olympische Spelen volgend jaar in Japan.

Van toernooi naar toernooi

Als Diederik vertelt over zijn carrière doet hij dat aan de hand van grote toernooien waarvoor hij roeiers heeft gecoacht. Ieder groot toernooi bracht hem naar een andere uithoek in de wereld. “Je werkt met het team steeds in een cyclus van een paar jaar naar zo’n groot evenement toe. Indonesië vroeg me in 1998 in de voorbereiding op de Asian Games, Guatemala voor de PanAm Games.” Naar Indonesië keerde Diederik verschillende keren terug. “De laatste keer, in Oost-Java was de tweeling er al. We woonden enorm afgelegen, op een theeplantage in the middle of nowhere, zonder internet en uren rijden van de dichtstbijzijnde medische voorzieningen. Zeker spannend met twee kleine kinderen. Voor we gingen, hebben Aukje en ik dan ook alle eerste hulpcursussen gevolgd die we maar konden vinden, maar het was een geweldige ervaring. We hebben daar een jaar gewoond. Een andere Weesper, Boudewijn van Opstal, heeft mijn werk toen overgenomen trouwens. Hij deed dat deels vanuit Weesp, via Facetime in contact met de roeiers op het meer daar.” 

Weesp

Het was ook op Java trouwens, enkele jaren eerder,  waar de keus op Weesp viel als woonplaats. “Aukje en ik wilden graag kinderen en vonden dat het tijd werd voor rust en regelmaat. We wisten dat we daarvoor een plek buiten  Amsterdam zouden moeten zoeken. In een prachtige Botanische Tuin zetten we op een landkaart de punt van een passer in Amsterdam en trokken een cirkel waarbinnen we zouden gaan zoeken naar een huis. Mijn schoonmoeder tipte Weesp. Heel eerlijk: ik had een negatief beeld van Weesp. Ik zag het altijd vanuit de trein, pendelend tussen mijn ouderlijk huis en school in Amsterdam, en kende dus alleen het station en die flats langs het spoor. Toen we hier gingen kijken, zag ik pas wat een leuk plaatsje het is.”

'Toen we hier gingen kijken zag ik pas hoe leuk Weesp is'

Tussen al die exotische oorden, en Weesp, werkte Diederik ook een aantal jaren als coach in Brabant. “Het was een heel bewuste keuze. Joop Alberda vroeg me in het team van de Nederlandse roeiers voor de Olympische Spelen van 2016. Mijn dochter Jinne was net geboren. Het betekende wel dat ik meteen vijf maanden van huis zou zijn. Ik ben een avonturier, vond het enorm aanlokkelijk, maar het vaderschap was ook komen aankloppen. Dus het werd Brabant. Ik heb daar een heel mooie tijd gehad.”

De kracht van de wil

Of het nou in Nederland was, of een of ander ver oord, het draaide altijd om roeien. Niet dat Diederik nooit buiten het roeien keek. “Ik gaf al sinds 2009 les aan de Hogeschool van Rotterdam, dat doe ik nog steeds trouwens, in Coaching en High Performance. Ik raakte geïnspireerd door mensen om me heen. Waarom is de een wel succesvol en de ander niet, ook al heeft die nog zoveel mee. Ik heb veel gelezen over 'wils'-filosofie en zo een methodiek ontwikkeld waarmee mensen, of bedrijven, weer kunnen leren wat zij nou echt willen, wat het doel is. Ik geloof dat een sterke wil, weten wat je wilt, heel belangrijk is. Ergens voor gaan, zonder anderen te schaden. Maar ook zonder teveel iedereen te willen pleasen, dat kan nu eenmaal niet. Wil en liefde zijn wat dat betreft soms lastig te combineren. Als High Performance Coach zette ik mijn ervaring met coachen en de methodiek in om bedrijven en mensen te trainen."

"Heel mooi, maar het trok al mijn energie weg. Dit - een armgebaar naar de Bosbaan in het mooie herfstlicht - is mijn leven. Hier krijg ik energie van. Toen ik de kans kreeg om in het coachteam te komen in de voorbereiding naar de Olympische Spelen van Japan volgend jaar, greep ik die aan. De Nederlandse roeiers zijn heel succesvol. Op het laatste WK haalden we vier medailles en kwalificeerden vier boten zich voor de Olympische Spelen. Het betekent vanaf begin januari wel weer maandenlang veel van huis weg. Ja, van die rust en regelmaat komt bij ons niet zoveel, haha. Aukje studeert fulltime aan het Sweelinck Conservatorium. Gelukkig kunnen wij altijd rekenen op de hulp van onze buurvrouw Dawin en mijn schoonmoeder.”

'Dit is mijn leven, hier krijg ik energie van'

“Natuurlijk, net als in andere gezinnen, is het bij ons ook een heksenketel en moet je zien al die ballen hoog te houden. Als je weet wat je wilt, helpt dat je om daarnaar te handelen en keuzes te maken. En ook offers te brengen, want alleen iets willen en erover dromen, daarmee red je het niet. Ik denk dat wij dat ook aan onze kinderen meegeven. Ik neem de kinderen ook mee in mijn werk, dan zien ze waarom ik er zo vaak niet ben, en ook niet mee op vakantie kan. Afgelopen zomer waren ze er alle vier bij in een trainingskamp in de Vogezen en ze gaan ook vaak mee naar de Bosbaan. Alle roeisters kennen ze en het zijn onze mascottes inmiddels. Ik focus me op mijn werk en het vader- en partnerschap. Die twee domeinen. Dat brengt offers met zich mee, zoals vaak niet thuis zijn. Maar andersom ook. Ik werkte altijd zes dagen per week. De tweede oudsten zijn helemaal gek van voetbal en spelen inmiddels bij FC Weesp. Daar wil ik bij zijn. Dus werk ik nu nog maar vijf dagen per week en op zaterdag ga ik met de meiden naar voetbal. Onwijs gaaf vind ik dat."


En dus blijft het om roeien draaien?
“Nou, schrijven vind ik ook heel erg leuk. Mijn opa zei altijd: zorg dat je je zo vaak mogelijk op onbekend terrein begeeft. Een mooi levensmotto dat ik graag in praktijk breng. Je hebt er doorzettingsvermogen voor nodig en je moet kwetsbaar durven zijn. Het boek over China schreef ik ‘s morgens tussen 5.00 en 6.30, voordat de kinderen wakker werden. Het redigeren gebeurde tijdens de uurtjes tussen trainingen door op een hotelkamer. In 2007 was het al klaar, en zat ik voor een interview in de live uitzending bij Pauw en Witteman. Ik vertelde over het boek en Paul Witteman vroeg me of ik het hem wilde sturen. Net die avond zijn uit ons huis onze laptops gestolen. Alle teksten weg! Ik had gelukkig ook alles opgeschreven in notitieboekjes, dus kon het opnieuw opschrijven, maar het heeft me wel een paar jaar gekost. En toen heeft mijn schoonmoeder het manuscript naar de uitgever gestuurd."

Het Chinese avontuur eindigt abrupt als de roeiers geen goud halen

Fluisterend Goud is de titel van het boek. Na de Olympische Spelen van 2004 in Athene wordt Diederik gevraagd om het rouwen roeiteam van de provincie Henan in China te komen trainen voor The National Games. Een klein jaar lang blijft hij. Ook zijn vrouw Aukje komt naar China. Daar leven zij, met de sporters, onder Spartaanse omstandigheden in de ijzige kou en onder een rigide trainingsregime. Zijn pogingen om dingen aan te passen, stuiten op een muur van onwil. "Wij zijn anders dan jullie westerlingen", zeggen de hoge functionarissen. Het Chinese avontuur eindigt abrupt als de roeiers geen goud weten te halen en iedereen, ook Diederik en Aukje, zonder pardon ontslagen wordt. Zelfs afscheid nemen van de sporters mag niet meer. Erica Terpstra, die naast Diederik stond toen de Nederlandse roeisters in 2004 in Athene de bronzen medaille binnen sleepten, schreef het voorwoord. Vol superlatieven.

Uit Fluisterend Goud:
‘Bring your wife-to-be. I know you will not disappoint us, Diederikah,’ had Fu me in Athene bezworen. Inmiddels ben ik, nog zonder Aukje, voor een aantal dagen in China om uit te zoeken wat de Chinezen precies van me willen. Ik heb geen idee naar wie of wat we op weg zijn.
Plotseling stopt de auto bij een groot stalen hek. De chauffeur claxonneert. Fu schiet overeind en ziet mijn verbaasde blik langs de hoge stenen muur gaan. ‘Veiligheid... De andere provincies zijn zeer geïnteresseerd in hoe wij trainen, dus wij zijn genoodzaakt onze maatregelen te treffen.’
Een streng uitziende man in een groene jas komt het portiershuisje uit en knikt stijfjes in onze richting. Links en rechts van het hek beginnen twee sirenes met blauwe zwaailichten te loeien. Tergend langzaam draait het hek open.
‘Look, Diederikah, our children!’ Langs beide kanten van de smalle oprit staan atleten te klappen. De raampjes van de Buick zoemen naar beneden; warme lucht, onbekende geuren en een ritmisch geluid dringen de auto binnen.
‘Djin... Djin... Djin...,’ klinkt het als een mantra.
Fu draait zich lachend naar me toe. ‘Gold…, they say gold!’
In slakkentempo rijdt de auto om de basketbalvelden heen naar wat een Frans neo-renaissancistisch bouwwerk moet zijn geweest. De gevel, ooit gepleisterd in pasteltinten, is behoorlijk groezelig. De atleten joggen met ons mee. Op het bordes staat een meisje in rood trainingspak ons op te wachten.
‘Deze atlete roeide op de Olympische Spelen van Athene in onze damesacht. De Nederlandse boot was sneller...! Why?’ Fu’s hoge uitroep galmt in mijn oren. Hij grinnikt en maant het meisje met een kort gebaar in actie te komen. Ze knikt even door haar knieën, vermijdt oogcontact en geeft mij een bos tulpen. ‘Thank you very much for bringing us Gold,’ zegt ze verlegen.
Fu begeleidt me tot aan de deur van een kamertje op de begane grond. ‘Vanavond nemen we je mee uit dineren. Vanmiddag ben je vrij. Verfris je wat en maak het jezelf gemakkelijk.’ Zijn hand duwt me min of meer naar binnen, waarna hij de deur achter me dicht trekt. Ik wacht tot mijn ogen gewend zijn aan de duisternis. Een bed met een vale deken en een oud bureau met kapotte lamp vormen mijn nieuwe domein. Ik open de bruingele gordijnen waarachter een tweede gebouw met een enorme trainingszaal opdoemt. Er zit geen glas in de ramen, iedereen kan zien wat er gaande is. Aan de muur hangt een vergeeld spandoek met Olympische ringen naast een portret van Mao. Zijn strenge ogen lijken nauwlettend te volgen wat er in de zaal gebeurt. Op de versleten matten liggen hier en daar wat verroeste halters. Bij de deur zitten twee mannen op een krukje naast een kooi van kippengaas. Moeten zij me in de gaten houden?

Je bent op zoveel plekken geweest, waarom gaat dit boek juist over China?
“Er komen nog meer boeken! Maar China was zo’n bizar avontuur, zo out of the ordinary. Ik denk niet dat er andere westerse coaches zijn die zo diep in het systeem verweven zijn geweest als wij toen. Het kostte me na terugkomst in Nederland maanden om ervan bij te komen. Ik wist daar al: hier ga ik over schrijven. Het was een tijd van afzien, lijden, ik moest de coaches daar afremmen vond ik, de roeiers werden overtraind. Eten is heel belangrijk in China, ook als een medicijn, maar voor ons is het bizar.”

Hoe smaakt stierenpenissoep?
“Ja, dat kregen we ook voorgeschoteld. Heel erg bitter. De faciliteiten waren ronduit slecht. Maar mensen klaagden daar nooit. Daar heb ik zelf ook veel van geleerd. Bijvoorbeeld dat een sportaccommodatie het niet moet hebben van dure spullen. Door je sportaccommodaties sober te houden, ontwikkelen de sporters weerbaarheid. Een eigenschap die ze hard nodig hebben in hun carrière. Je moet als sporter leren: je verliest vaker dan je wint. Durf te vallen. Lastig in deze maatschappij waar alles gericht is op instant succes en krijgen wat je wilt."

'Meneer Fu vroeg ons onze dochter Juna te noemen'

"Met meneer Fu heb ik in China echt een band opgebouwd en veel geleerd over de Chinese filosofie en cultuur. Waar door de één-kindpolitiek dochters vaak niet gewenst waren. Hij vroeg me om, als we ooit een dochter zouden krijgen, haar te noemen zoals hij zijn dochter had willen noemen. Wij kregen niet één maar twee dochters tegelijk. Juna is de Nederlandse schrijfwijze voor wat je in Pinyin Chinees zou schrijven als Yu-Na.  Yù betekent ‘gewenst of verlangd’ en nà betekent ‘ontvangen’. Haar zus Danou is vernoemd naar Dewi Danu, de Balinesegodin van het water, de rivieren en de meren. Hun zusje en broertje hebben Friese namen gekregen: Jinne en Tabe. Naar de roots van Aukje.”

Zie je nog wel eens Chinese sporters uit die tijd?
“Nee, vrijwel nooit. Alleen meneer Xiong kom ik nog wel eens tegen bij World Cups. Hij heeft een hoge functie gekregen bij de Chinese Bond. Dan knikken we elkaar minzaam toe, meer niet.”

Jij en Aukje hebben allebei roeigenen. Hoop je dat jullie kinderen ook op hoog niveau gaan roeien?
“De oudste twee zijn dus helemaal gek van voetbal. Onwijs gaaf vind ik dat. Ik wil vooral dat ze met plezier lang in hun leven blijven sporten, welke sport dan ook. Sport verbroedert en houdt je gezond. Sport je op hoog niveau, omdat je dat zelf heel graag wil, moet je een deel van dat plezier opofferen. Maar dat is een keuze. Ik wil graag dat mijn kinderen al heel jong leren voelen wat willen is. Als mijn kinderen dat kunnen, is mijn missie van het ouderschap geslaagd."

Je zegt dat je duidelijke keuzes hebt gemaakt voor het ouderschap en het roeien. Zijn er toch nog dingen die je ook zou willen doen in de toekomst?
“Het schrijven van het boek smaakt echt naar meer. En andere onbekende terreinen ontdekken. Welke, dat weet ik nog niet. We wonen waanzinnig prettig in Weesp. Eindelijk aan de goede kant van de Vecht. Door mijn werk ben ik heel vaak weg uit Weesp, maar de binding is er, vooral door de kinderen en hun school en vriendjes. En sinds deze week hebben Aukje en ik een volkstuintje. Daar ben ik helemaal blij mee. Of ik ooit nog naar het buitenland zou willen? Ach, het bloed kruipt waar het niet zou moeten gaan. Ik ben een avonturier, onbekend terrein lonkt."

De verhalen zijn nog niet op, de tijd wel. Diederik springt op de fiets richting het water van de Bosbaan. Porto in de hand. Er moet weer getraind worden. 

Zaterdagavond vertelt Diederik tijdens het Sport Filmfestival in de City of Wesopa over zijn boek. De talkshow gepresenteerd door Pieter Tammens begint om 21.00 uur in de grote zaal van het theater. De toegang is gratis. Het boek is ook in Weesp verkrijgbaar bij boekhandel PeZZi PaZZi.