Het groeit als kool, heeft de energetische waarde van steenkool en behoeft geen bemesting: Miscanthus, ook wel olifantsgras genaamd. Dit gewas wordt momenteel geteeld onder de aanvliegroutes van Schiphol, wat naast de CO2-reductie als voordeel heeft dat het vliegverkeer minder hinder ondervindt van ganzen. Deze vogels houden namelijk niet van dit 3,5 meter hoge, rietachtige gras.

Op onze boerderij gebruiken we olifantsgras als stalstrooisel - bedding voor onze koeien en kalfjes. In andere sectoren, waaronder de bouw en de papierindustrie, wordt het na bewerking ingezet voor de productie van bouwmaterialen, papier, bioplastics en biobrandstoffen. De duurzaamheid van Miscanthus zit hem in meerdere facetten: allereerst zijn er geen bestrijdingsmiddelen nodig bij de teelt - het gewas is zo hoog dat andere planten geen kans krijgen de miscanthus te verdringen. Ook insecticiden hoeven niet gebruikt te worden, irrigatie evenmin. Het gewas heeft 650 millimeter regen per jaar nodig; in Nederland valt bijna altijd meer dan dat. Tot slot bevat het gewas slechts 9 procent vocht, waardoor het voor bewerking niet eerst gedroogd hoeft te worden. Dit scheelt veel energie.

Toch blijkt olifantsgras ook enkele nadelen te hebben: het gewas is in veel gebieden een uitheemse plant. Als het zich verspreidt buiten de akkers, kan het een hardnekkig onkruid worden. Bovendien vergt de aanplant van het gewas een flinke investering, waarbij je er rekening mee moet houden dat je de eerste twee jaar geen opbrengsten hebt. In de jaren daarna bouwt de oogst zich op en na zes jaar is de investering terugverdiend. Pas daarna wordt winst gemaakt. Wel kan het, in tegenstelling tot andere gewassen, ruim tien jaar geoogst worden - tot wel 20 ton per hectare per jaar. Oogsten gebeurt in het voorjaar, vlak voordat het gewas weer gaat uitlopen. Binnen een half jaar groeit de Miscanthus dan weer tot volle hoogte. In de zomer is het gewas groen. In de wintermaanden verdort het, waardoor het vrijwel droog wordt binnengehaald.

Het olifantsgras dat wij gebruiken komt overigens niet van Schiphol, maar van boer Frans-Jan ter Beek uit Muiden. Hij begon met de teelt van olifantsgras uit nieuwsgierigheid en uit onvrede over de oplopende kosten voor ander stalstrooisel. En al was de aanplant van het gewas een nog grotere investering: inmiddels begint het te lonen en is de opbrengst zo groot dat ook onze koeien ervan kunnen genieten.