De speelgoedbranche beleeft deze maand gouden tijden. De Nederlandse speelgoedwebshops en -winkels halen het leeuwendeel van hun assortiment uit het buitenland, maar een eeuw geleden stond er in Amsterdam nog een echte Hollandse speelgoedfabriek, Olanda genaamd. Op de ontwerpafdeling werkte een jonge vrouw uit Weesp: Euphemia Hendrika Maria Molkenboer, roepnaam Phemia. 

Phemia werd in 1883 geboren als dochter van Willem Molkenboer en Marie Derkinderen. Het gevoel voor design zit in haar genen. Haar vader was beeldhouwer en tekenaar, haar moeder de zus van kunstenaar Anton Derkinderen. Ook Phemia's broers Theo en Antoon kozen voor een artistiek beroep. Van Theo's hand is het schilderij bij dit artikel, dat hij in 1895 maakte van zijn toen 12-jarige zusje. 


Het echtpaar Molkenboer- Derkinderen met hun dochters. Phemia is de derde dochter van links. 

Op haar zeventiende startte de Weespse met een opleiding voor tekenonderwijzers (de Rijksnormaalschool voor Teekenonderwijzers in Amsterdam), waarvan haar vader directeur was. In 1906 begon ze aan een studie aan de toenmalige Rijksakademie van Beeldende Kunsten, eveneens in de hoofdstad. Die kunstacademie werd ook al geleid door een familielid, haar oom Antoon Derkinderen. Na haar opleiding ging Phemia aan de slag als tekenleraar, maar daar deed ze nog van alles naast. 

Naast speelmeubels ontwierp Phemia ook boekomslagen en herinneringsborden

Wikipedia meldt het volgende: 'In 1907 maakte Molkenboer illustraties voor een boek van Johanna Naber en vervolgens ontwierp ze boekomslagen, veelal in de stijl van de art nouveau. Verder werkte ze voor de speelgoedfabriek Olanda, waarvoor ze houten speelgoed en kindermeubelen ontwierp. In 1924 ontwierp Molkenboer voor De Porceleyne Fles een aantal herinneringsborden voor het 27e Internationaal Eucharistisch Congres. Tevens ontwierp zij borden voor De Sphinx te Maastricht. Van hetgeen Molkenboer bij exposities mocht inbrengen was ongeveer de helft materiaal dat zij voor Olanda ontwierp. Molkenboers werk is onderscheiden op de Panama-California Exposition in San Diego'. Verder was Phemia betrokken bij het tijdschrift Jong Leven en is ze nog een tijd secretaris van de katholieke Kunstkring de Violier te Amsterdam geweest. 

Pionier

De Weespse verstond het ontwerpvak goed en werd daar ook in erkend. Marjan Groot heeft Phemia's carrière in 2007 beknopt beschreven in haar boek 'Vrouwen in de vormgeving in Nederland 1880-1940'. Daaruit blijkt dat de Weespse een van de eerste vrouwelijke Nederlandse meubel- en interieurontwerpers in de Nederlandse geschiedenis is. Voor 1910 was dit een echt mannenberoep. 

Terug naar Olanda. De speelgoedfabriek werd in 1915 in Amsterdam opgericht, omdat de Eerste Wereld Oorlog de import van speelgoed belemmerde. Er was behoefte aan speelgoed van Nederlandse makelij en ontwerp. Olanda ging een samenwerking aan met Phemia, die voor de speelgoedfabriek vooral gedecoreerde kindermeubels ontwierp. Het gaat om speelsets, veel groter dan voor een poppenhuis. In het bedje past een flinke pop, het kastje op de foto is 64 centimeter hoog. 

Deze (gebruikte) slaapkamerset bestaande uit een kledingkast, een bed, een tafel en een stoel 'met florale beschildering' werd in 2013 geveild door Botterweg Auctions in Amsterdam. De opbrengst werd geschat tussen de 400 en 600 euro. Welk bedrag het is geworden, is niet bekend. Het veilinghuis publiceerde bij foto's van het speelgoed ook artikelen uit oude kranten, waarin de kwaliteit van Olanda en het werk van Phemia worden geroemd: 

Triplex van Russisch hout

'Bijzonder aantrekkelijk en tevens typisch zijn de oud-Hollandse tafeltjes, stoeltjes en poppenledikantjes van Phemia Molkenboer. Alles is flink van bouw, ruim van afmetingen, mooi van kleur en typisch van bewerking. Er zijn schommelwiegjes en halfronde Friese wiegen, wastafeltjes met groen boerenaardewerk; de bedjes zijn opgemaakt met de traditionele gestikte dekens. En dat alles is onberispelijk van proportie, flink en ijzersterk gemaakt. Al dit speelgoed is vervaardigd van zogenoemd triplex, drie lagen Russisch hout kruisgewijs op elkaar gelijmd, zodat het hout niet trekken of krimpen kan'.  

Over het persoonlijke leven van Phemia is helaas niet veel bekend. Ze overleed op 10 mei 1940 in Amsterdam, op 56-jarige leeftijd. In de overlijdensadvertentie wordt ze 'onze geliefde zuster, behuwdzuster en tante' genoemd. Eventuele kinderen of een echtgenoot worden niet vermeld. Er staat dat ze zacht en kalm is overleden, bediend van de sacramenten der stervenden.