Rebecca Dabekaussen weet waar ze over praat. De Weespse is gediplomeerd rouwtherapeut, werkt al vijftien jaar in het Emma Kinderziekenhuis AMC en maakt daar sinds zeven jaar deel uit van het kinderpalliatieve team. Sinds 2016 heeft ze een rouwtherapiepraktijk aan huis: Blijvend Verbonden. Ook schreef ze - samen met anderen - meerdere (kinder)boeken over rouw en verlies. 

Als rouwtherapeut wordt Rebecca elke (werk)dag geconfronteerd met verdriet. Toch hangt er absoluut geen grauwe wolk om haar heen, ze is juist uitermate zonnig van aard: "Natuurlijk doet het me verdriet als een gezin het zo zwaar heeft en soms emotioneert het mij ook, maar hoe erg is dat? Ik vind het heel fijn om betekenisvol werk te doen, om iets te kunnen betekenen voor een ander. Mijn werk geeft me ook veel, het verrijkt mijn leven." 

Reserveknuffel

Haar kinderen vonden eens een dood muisje in de tuin, vertelt ze. Ze legde haar jonge zoontjes uit dat het muisje dood was, zoals je dat aan jonge kinderen heel concreet moet uitleggen: het muisje was 'kapot' en 'deed het niet meer'. Vervolgens ontspon zich een gesprek over waar dat muisje nu heen ging en hoe dan. Ze kan andere gezinnen dit soort gesprekken van harte aanbevelen: "Vaak hebben ouders een soort oergevoel om hun kinderen te beschermen tegen groot verlies en verdriet. Maar je helpt je kinderen meer als je ze al jong leert omgaan met klein verdriet, zodat ze al wat vaardigheden hebben geleerd als ze plotseling worden geconfronteerd met groot verdriet. In hoeveel gezinnen ligt er niet een reserve-exemplaar van een lievelingsknuffel in de kast, die tevoorschijn komt als een knuffel kwijt is? Maar als je zoon 18 is en zijn vriendinnetje maakt het uit, dan tover je toch ook geen reserve-exemplaar tevoorschijn? En als opa sterft toch ook niet? Kinderen moeten leren omgaan met verdriet, want vroeg of laat zullen ze daar nu eenmaal mee te maken krijgen". 

'Programma's als 'Over mijn lijk' kunnen je het idee geven dat een bucketlist per se moet'

Verlies, verdriet, rouw... het zijn voor de meeste mensen geen fijne gespreksonderwerpen. Wat de dood betreft, kun je zelfs rustig spreken van een taboe. Dat ziet de Weespse graag doorbroken worden en ze heeft goede hoop: Er zijn culturen die heel anders met de dood en rouw omgaan, dus waarom zouden wij dat ook niet kunnen? Programma's als 'Over mijn lijk' dragen daar ook zeker aan bij. Mensen praten erover en soms mondt zo'n gesprek vervolgens uit in hoe iemand zelf over bepaalde zaken denkt. Dat is goed. Wat ik soms wel jammer vind, is dat je door zo'n programma zou kunnen denken dat je per se een bucketlist moet afwerken en dat je moet genieten van die tijd die je nog rest. Niet iedereen kan dat. Voor sommige mensen is dat een ongelooflijk moeilijke opgave, die hebben al moeite om de dag door te komen." 

Vormen van rouw

Met 'Blijvend Verbonden' helpt ze zowel kinderen en jongeren als volwassenen. Mensen komen met verschillende vormen van verlies naar haar toe: verlies van gezondheid, verlies van een kinderwens, verlies van een relatie. "Ik begeleid veel gezinnen waarbinnen een ouder of een kind gaat overlijden, daar heb ik veel ervaring in. Het rouwen begint al ver voor de uiteindelijke dood en is voor iedereen - en dus ook voor elk gezinslid - anders. Gezonde broertjes of zusjes kunnen rouwen om het feit dat ze - tijdelijk - minder aandacht krijgen van papa en/of mama. De zieke rouwt om het verlies van zijn of haar gezondheid en afnemende zelfstandigheid, een partner rouwt om het vertrouwde leven dat voorbij is.. en ga zo maar door."

Waarom 'hoe gaat het met je?' eigenlijk geen goede vraag is 
Het antwoord van Rebecca: "Als je rouwt kun je je iedere vijf minuten anders voelen. Het ene moment kan het verdriet heel groot zijn door bijvoorbeeld een herinnering, terwijl een meelevend gesprekje op het schoolplein even later voor een fijn gevoel kan zorgen. Dat gaat de hele dag zo door. Dus als je vraagt 'hoe gaat het?', dan verwacht je eigenlijk een soort samenvatting en dat is heel lastig. Een betere vraag is denk ik: 'Waar was je mee bezig?' Die vraag gaat over dat moment, dat is een veel makkelijkere vraag voor iemand die in een overleef-modus staat".

Rebecca werkt graag met kinderen. Ze houdt van hun onbevangenheid en fantasie. Hoewel die fantasie ook een grote valkuil kan zijn. Wat kinderen niet begrijpen, vullen ze zelf in. En daarin zijn ze helaas maar al te bereid om de schuld op zich te nemen. De Weespse komt het schrijnend vaak tegen dat jonge kinderen het zichzelf aanrekenen dat zij of hun vader of moeder ongeneeslijk ziek zijn: "Dan denken ze dat het komt omdat ze zonder jas hebben buiten gespeeld, want mama had al steeds gezegd dat je daar ziek van kan worden. Of ze denken dat papa een hersentumor heeft door het lawaai tijdens het spelen met vriendjes, want 'papa kreeg altijd hoofdpijn van dat geschreeuw'." Het wegwuiven van dit schuldgevoel met de woorden 'ach welnee lieverd' heeft geen zin. Ze bereikt dan meer met een onomwonden uitleg over ongecontroleerde deling van lichaamscellen en dat dit niks te maken heeft wel of geen jas aan hebben of schreeuwen. 

Voor in de boekenkast: 'Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden'

Ook over sterven is ze eerlijk. Zo schrijft ze in het tienerboek 'Hoe zou jij het willen' (een samenwerking met Claudia Geenen) onder meer over wat er gebeurt als je doodgaat. Dat je handen kouder worden, dat je ademhaling verandert, over wat er in je hersenen gebeurt. Eerder verscheen in samenwerking met Pimm van Hest 'Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden'. Beide boeken zijn in meerdere talen verschenen tot in het Mandarijn aan toe. Over het tweede boek zegt ze: "Er zijn prachtige boeken gemaakt over rouw en de dood, maar het ultieme boek - het boek waar ik mee wilde werken, dat kon ik niet vinden. In 'Misschien is doodgaan wel hetzelfde als een vlinder worden' fantaseren een jongetje en zijn opa samen over hoe het zou zijn als je doodgaat. Word je een vlinder? Ga je naar de hemel? Word je een sterretje? Het biedt ouders een opening om er binnen het gezin over te praten. Het is namelijk goed om te weten hoe een ander er over denkt, omdat het veel houvast en troost kan bieden als de tijd daar is." 

De waarheid 

Hoeveel makkelijker zou Rebecca's werk zijn als ze wist wat hiernamaals inhield. Dat ze bijvoorbeeld zou kunnen zeggen: 'Ik snap dat je verdriet hebt, maar gelukkig zien jullie elkaar straks weer terug'. De Weespse twijfelt: "Het is toch ook mooi dat het een onbekende ruimte is? Dat hoort nu eenmaal bij het leven. Er zijn trouwens genoeg mensen die zo sterk in hun geloof staan, dat ze ervan overtuigd zijn dat hun visie op het hiernamaals de waarheid is. Er zijn ook mensen die via een paragnost antwoorden hopen te krijgen. Weet je, eigenlijk maakt het me op zich niet zoveel uit wat iemand precies gelooft of doet. Wat ik daarmee bedoel is: eigenlijk is alles wat je troost of houvast biedt goed. Wat ik veel belangrijker vind, is dat er een verbinding blijft bestaan. Daarom heb ik mijn praktijk ook Blijvend Verbonden genoemd." 

Rouwen met kerst

De kerstperiode is bij uitstek een periode om die verbinding extra aandacht te geven, vindt de therapeute. "Als het gaat om rouw, valt vaak de term 'verwerken'. Maar iemand van wie je houdt verwerk je niet. Rouw houdt in dat iemand verhuist naar je hart, het kan heel fijn zijn als daar op een zichtbare manier uiting aan wordt gegeven. Juíst met kerst. Hang dus vooral een foto van de overledene in de kerstboom en koop gerust een cadeautje voor hem of haar. Haal met anderen herinneringen op. En doe deze dingen gerust ook als het 'al' tien jaar geleden is dat iemand stierf. En denk ook aan die buurvrouw van een paar huizen verderop die weduwe is geworden. Of die oom aan de andere kant van het land, die zijn vrouw moet missen. Iets kleins als een kerstbrood of kerstkaart met een persoonlijke boodschap kan ontzettend veel betekenen. Je hoeft niet bang te zijn dat je mensen hiermee extra verdrietig maakt. Aan de dood zelf kunnen we niets veranderen, maar we kunnen mensen wel laten merken dat we meeleven."