Het boerenalfabet was nog niet compleet. Dit zijn de N tot en met Z.


N: Netmaag. De netmaag is een van de vier magen die een koe heeft. De wand van de maag lijkt op een visnet, vandaar de naam. De andere magen zijn: boekmaag, lebmaag en pens. Koeien zijn echte planteneters, ofwel herbivoren. Daarom hebben ze een heel ander spijsverteringsstelstel dan de mens.

O: Oormerken. Binnen drie dagen na de geboorte krijgt een kalf een oormerk: een gele flap met streepjescode en nummer, die haar traceerbaar maakt van stal tot slachthuis. In 1992 is dit registratiesysteem in Europa ingevoerd en zoals bij elke nieuwe regel was er veel protest. 

De oormerkweigeraars hebben een alternatief systeem

De oormerkweigeraars (zo’n 60 boeren in totaal) wezen op de aantasting van de integriteit van het dier, want waarom zou een koe haar hele leven met een lelijke gele flap in haar oren moeten lopen, terwijl de registratie alleen maar nodig is in geval van transport? Ze volhardden in hun protest en kregen in 2002 een alternatief registratiesysteem (zie: V), dat nog immer gedoogd wordt door de overheid. De controles zijn wel strenger en bij elke misstap kan de boer uit het protocol worden gezet. Het aantal weigeraars is inmiddels dan ook geslonken tot ongeveer vijftien.

P: Pink. Vanaf 12 maanden heet een rund geen kalf meer, maar een pink. Een pink wordt meestal rond de 14 maanden voor het eerst bevrucht. Als de pink drachtig is verklaard door de veearts, heet ze een vaars. Pas als ze haar eerste kalfje krijgt en melk gaat geven, heet ze een koe.

R: Rendac. Als een dier overlijdt op de boerderij, mag hij uiteraard niet op eigen erf worden begraven. De boer belt de Rendac: een ophaaldienst en verwerkingsbedrijf van kadavers.

S: Slaap. Een koe slaapt slechts 20 minuten per etmaal. De rest van de tijd is ze aan het eten of herkauwen.

T: Trekker. In Nederland zijn tientallen merken trekkers verkrijgbaar, waarvan John Deere, Fendt, New Holland en Massey Ferguson wereldwijd de grootste zijn. Elk merk heeft zijn eigen type, functies en bijbehorende landbouwmachines. Op De Groene Griffioen hebben we een New Holland, herkenbaar aan zijn blauwe kleur.

Weinig beroepen zijn zo weersafhankelijk als dat van de boer

U: Uier. Een uier bestaat uit vier van elkaar gescheiden kwartieren, die zijn gevuld met melkblaasjes, waarin de melk druppel voor druppel wordt afgescheiden. De melk wordt opgeslagen in de melkboezems van de uier. In een goed ontwikkelde uier kan wel tot 25 liter melk worden opgeslagen.

V: Vlekkenpatroon. Elke koe heeft een uniek vlekkenpatroon. In het geval van de oormerkweigeraars mogen zij daarom hun kalveren registreren middels een foto van de vacht. In deze foto moet wel het losse oormerk te zien zijn.

W: Weer. Weinig beroepen zijn zo weersafhankelijk als dat van de boer. We hebben zon nodig om het gras te laten groeien, maar niet te veel, want dan wordt het droog. Dan hebben we regen nodig, maar liever niet te lang. En is het kouder dan 8 graden? Dan groeit het gras niet meer. Wil de boer maaien? Dan moet het minstens drie dagen achter elkaar droog zijn. En het liefst een beetje zonnig. Een boer tuurt dus altijd naar de hemel, of eh…gewoon naar Buienradar.

Z: Ziezo. Genoeg voor nu. Hoe ik dit allemaal weet? Een beetje van Google, veel van mijn man en negen jaar boerderij-ervaring. En ik leer nog elke dag, want op de boerderij is echt geen dag hetzelfde.