Vijf jaar woont hij nu in Nederland, waarvan vier in Weesp. Het was wennen, maar inmiddels voelt hij zich hier thuis, en veilig. Op een regenachtige wintermiddag vertelt hij zijn verhaal. Die lange Nederlandse winter is wel iets waar hij moeilijk aan kan wennen. Maar dat is ook alles. Zijn Nederlands is heel goed, al wil hij het zelf nog beter. "Ik wil net zo goed Nederlands spreken als iedereen."

Op de fiets komt hij naar de redactie voor het interview. Mahmoud is student aan het ROC in Hilversum. Hij gaat een paar keer per week naar de sportschool en heeft een bijbaantje in de keuken van restaurant Bloom's Kitchen. Zo kan hij sparen voor een reis. Niet voor een vakantie maar om zijn moeder en twee broers te bezoeken, die hij meer dan vijf jaar niet gezien heeft. Hij heeft nog wel even, want hij moet wachten op zijn Nederlandse paspoort voor hij op reis mag. Tot het zover is, is er alleen via facetime of whatsapp contact mogelijk.

Oorlog

Mahmoud groeide op in een dorp in de buurt van de stad Idlib. Tot zijn veertiende hadden Mahmoud en zijn broers een jeugd zoals ieder ander kind. Tot de oorlog uitbrak. "Dagelijks aanvallen van het leger van Assad en Rusland, ik werd er heel bang van. Ik heb er nog lang veel stress van gehad en als ik probeerde te gaan slapen, hoorde ik steeds in mijn hoofd weer de vliegtuigen komen. Gelukkig gaat dat nu veel beter." 

'Vechten tegen mijn eigen familie, dat kon ik niet'

Als kind droomde Mahmoud ervan om kapitein te worden op een schip. De oorlog gooide roet in het eten. Hij ging wel werken op een vrachtschip dat over de Middellandse Zee voer, maar al heel jong en als matroos. Voordat hij zijn school af had kunnen maken, laat staan studeren. Tijdens een van zijn reizen wist zijn moeder met twee van zijn broers naar Turkije te vluchten. Toen hij achttien werd, wist hij dat hij bij terugkomst in Syrië het leger in zou moeten. "Dat kon ik niet. Dan zou ik moeten vechten tegen mijn eigen familie, vrienden en buren." 

Vlucht

In een Europese haven besloot Mahmoud te vluchten. Hij had gehoord van een collega dat Nederland een goed land was om zijn toevlucht te zoeken, nam een bus naar België en daar een trein naar Amsterdam. "Ik wist niet wat ik moest verwachten van Nederland, ik dacht dat ik een tijd op straat zou moeten leven. De eerste nacht sliep ik op een bankje in het Centraal Station in Amsterdam, het was al heel laat toen ik aankwam. De volgende dag heb ik mensen gevraagd welke trein er naar Ter Apel ging, want ik had gehoord dat ik me daar moest melden om asiel aan te vragen. Ik had niet verwacht dat Nederlanders Engels zouden spreken, maar gelukkig deden ze dat wel."

Asielzoekerscentrum

Mahmoud kocht een kaartje en stapte op de trein. "Ik kreeg een kamer, eten en drinken. Ik was veilig! Ik heb wel een week geslapen. Het werk op het schip was zwaar geweest, maar vooral door de stress was ik heel erg moe geworden. Continu had ik mijn moeder en broers in gedachten en de herinneringen aan Syrië. Eindelijk kon ik weer slapen." Er volgde een jaar waarin Mahmoud steeds weer moest verhuizen naar een ander AZC. Zwolle, Budel, Stadskanaal, overal woonde hij een paar maanden. 

'Ik was veilig. Eindelijk kon ik weer slapen'

"Dat eerste jaar was tijdsverspilling. Ik kon geen taallessen volgen. Ik deed wel vrijwilligerswerk om maar mensen te ontmoeten en zo de taal te leren. Toen kreeg ik een verblijfsvergunning en een brief dat ik in Weesp een huis had gekregen." Hoewel het kleine stadje Mahmoud in eerste instantie als een beetje saai voorkwam, raakte hij hier toch snel gewend én kon aan zijn Nederlands gaan werken. Hij ging een tijdje op voetbal, kreeg steun van Vluchtelingenwerk en een taalmaatje, haalde zijn inburgeringsexamen en het entreejaar van het ROC. "Ik ben nu bijna klaar met MBO-ICT niveau 2. Ik wil doorleren voor niveau 4. Ik hoop dat ik met die opleiding op een schip kan gaan werken. Of ergens anders. Via voetbal, de sportschool, school en de bibliotheek heb ik genoeg vrienden. Ook wel mensen uit Syrië, maar ik wil juist veel Nederlandse mensen kennen om de taal echt goed te leren."

Paspoort

Inmiddels is de voorlopige verblijfsvergunning er een geworden voor onbepaalde tijd en heeft Mahmoud een Nederlands paspoort aangevraagd. Heel belangrijk voor hem, want alleen daarmee kan hij op bezoek bij zijn moeder en broers in Turkije. Er woont ook nog een broertje in Duitsland. Natuurlijk is het vreselijk om zover uit elkaar te wonen, maar Mahmoud denkt er niet aan om Nederland weer te verlaten. "In Turkije heb ik weinig kans op werk en een goede toekomst. In Duitsland zou ik weer een nieuwe taal moeten leren en ik heb het hier heel goed. We zijn wel aan het proberen of mijn broertje hier bij mij kan komen wonen. Helaas was ik al 18 toen ik in Nederland asiel aanvroeg. Als ik nog 17 was geweest, hadden we gezinshereniging aan kunnen vragen voor mijn moeder en broers."

Nieuws uit Syrië

Wat er precies gebeurt in zijn vaderland, is lastig te volgen. Het journaal kijkt hij wel, "maar het gaat niet zo vaak over ons." Contact is moeilijk, er is geen telefoon, geen internet. Een neef die net gevlucht is naar Turkije, heeft verteld hoe de situatie nu is. 

Teruggaan is geen optie

"Hij had geen huis meer, moest op straat slapen en elke dag waren er bombardementen. Elke dag! Het is vreselijk, mevrouw." Terug naar Syrië is geen optie. "Ik weet niet wat er met mij gebeurt als ik terugkom. En wij hebben ook niets meer. We hadden een eigen huis, dat is nu helemaal verwoest. Wilt u de beelden zien?" Het is moeilijk voor Mahmoud maar hij wil het laten zien. "Dit was mijn straat", zegt hij als hij een video laat zien op zijn telefoon. Je hoort bommen vallen, ziet puinhopen, wanhopige mensen, een gewond meisje dat door een hulpverlener wordt weggedragen. "Dat zijn vrijwilligers van De Witte Helmen. Zij maken ook foto's en films en zetten die op sociale media zodat de wereld kan zien wat er daar gebeurt. Het moet echt stoppen."