Op de werkbank in de kleine werkplaats ligt het bovenblad van een cello. De rest van het instrument in wording staat ernaast. Aan de ene wand hangt een twintigtal violen. Aan de andere gereedschap, netjes geordend. Houtkrullen op het werkblad. Klassieke muziek klinkt op de achtergrond. Dit is het domein van vioolbouwer Theo Marks.

Theo kreeg muziek met de paplepel ingegoten. Net als zijn vader en vier broers werd hij musicus, Theo is cellist. Zijn vrouw Mintje van Lier is violiste bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Samen treden ze regelmatig op. Instrumenten bouwen is Theo's andere grote passie. In zijn werkplaats in de Slijkstraat bouwt hij violen, altviolen en cello's.

Renato Scrollavezza

Theo leerde het vak in Parma, bij de beroemde vioolbouwer Renato Scrollavezza. "Een goede keuze, kleiner dan de beroemdere en veel grotere opleiding in Cremona. Hier leerde je echt het ambacht. Op dag één leerden we eerst het gereedschap te slijpen."

'Ik zoek een klank die je grijpt'

"Scrollavezza was meer een kunstenaar dan een ambachtsman. Ieder instrument dat hij maakte, kreeg een naam van hem. Hij leerde ons dat er meer in een instrument gaat dan techniek. In ieder instrument zit iets van magie, de ziel van de maker. Dat zit hem erin hoe het voelt, de ervaring om erop te spelen, hoe flexibel het is, hoe dynamisch, hoe eigenzinnig. Vaak zijn de allermooist klinkende instrumenten niet de meest perfecte. Een perfect gebouwd instrument met weinig ziel, dat wil je niet. Ik zoek ook geen perfectie, ik zoek een klank die erom vraagt om gehoord te worden, waar je wel naar moet luisteren. Een klank die je grijpt."

500 jaar

Het helpt dat Theo zelf professioneel cellist is. Voor zijn vrouw Mintje bouwde hij een viool. Daar speelt zij nu op, en dat is best bijzonder, want ze ruilde er een unieke viool voor in. "Zij speelde jarenlang op een Cuypersviool (uit 1812, red.), in bruikleen van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds. Marije Johnston van het Navarra String Quartet bespeelt die viool nu. Als mensen op een door mij gemaakte viool gaan spelen is de reactie vaak: niet te geloven dat dit instrument pas een paar weken oud is. Dat is een compliment. Je moet bedenken dat violen wel 500 jaar mee kunnen gaan en in de loop der tijd steeds mooier gaan klinken. Zo is het ook een compliment als een musicus zegt dat een instrument eigenwijs is, dat hij het moet leren kennen. Dat betekent dat het karakter heeft."

'Als een musicus een instrument eigenwijs noemt, is dat een compliment'

Theo pakt het bovenblad van de cello op. "Deze cello heb ik samen met een collega uit Italië gemaakt. Hij was hier vier weken en we hebben er dag en nacht aan gewerkt. Hij was al besnaard, we hebben gehoord hoe hij klinkt. Dat was heel mooi, maar ik heb hem nu toch weer uit elkaar gehaald omdat ik nog wil experimenteren met de positie van de basbalk. Een cello bestaat uit wel 50 onderdelen. Er zijn zoveel variabelen die de klank van het instrument bepalen. Zelfs de krul, die zwaarder kan zijn en zo de klanken anders weerkaatst dan als hij lichter is."

Het hout

Het hout waarmee de violen en cello's gebouwd worden, dat luistert nauw. "Jij doet iets met het hout en het hout doet iets met jou. Laatst nog kwam er een handelaar langs en zaten we samen een tijd lang hier beneden in de Slijkstraat uit een hele stapel de mooiste stukken hout te kiezen van een Esdoorn. Ik heb nu genoeg voor de volgende twintig instrumenten. Dat geeft niet, het hout moet toch jaren drogen voor het goed te gebruiken is. Voor de bovenbladen gebruiken we hout van de spar uit Noord-Italië. Het is heel belangrijk dat dat hout gespleten is en niet gezaagd. Met rechte nerven en gelijkmatige jaarringen." Hij pakt er een blok bij. " Zoals dit stuk hier. Mooi hout, daar word je hebberig van als vioolbouwer."


Spannend

Theo leert nog bij ieder instrument dat hij bouwt bij. "Er is een tijd geweest dat ik zelf niet tevreden was met de helft van de instrumenten die ik gemaakt had. Die verkoop ik dan ook niet." Om een viool of cello te bouwen staat in theorie ongeveer 200 uur. "Maar het zijn niet alleen de uren dat je een guts in je handen hebt en het hout bewerkt. Ik ben ook uren aan het nadenken hoe ik het instrument wil laten klinken en ik doe onderzoek. Internet is daarbij heel nuttig. Vioolbouwers zijn veel opener geworden dan vroeger en delen op fora hun vragen en adviezen. Ik ook, ik weet dat het geheim niet in techniek zit, maar in je visie."

'Pas na anderhalve maand werken, kun je horen hoe het klinkt'

Het werken aan een instrument is altijd spannend. "Je werkt er zeker anderhalve maand aan en pas dan kun je horen hoe het klinkt. De techniek heb ik nu wel onder de knie. Ik neem nu meer de tijd om te bedenken hoe ik wil dat het gaat klinken en wat ik belangrijk vind, zoals de welving van het bovenblad. Heerlijk. Het voelt bijna als een kind dat je opvoedt. Een instrument verkopen vind ik niet lastig, dat voelt juist fijn. Het is pas het begin. Ik kan ernaar gaan luisteren bij concerten, dat is toch heel mooi. Nee, ik kan niet altijd horen of een instrument er eentje van mij is. De klank wordt ook bepaald door de chemie tussen de musicus en het instrument, dat is bij iedereen anders."

Naamsbekendheid

Vioolbouwer is niet een beroep dat je vaak hoort, maar toch zijn er verrassend veel, zegt Theo. "Alleen zijn er minder die, net als ik, alleen maar nieuwe instrumenten bouwen. Vaker hebben mensen een muziekwinkel, repareren instrumenten en bouwen slechts af en toe een nieuw instrument. Of ze gebruiken een goedkoop instrument uit China als basis en verbeteren dat een beetje. Daar heb ik respect voor, want zo zijn er betaalbare instrumenten beschikbaar voor iedereen. Ik richt me echter op professionele musici. Je moet geduld hebben, je naam moet bekend worden. Ik ben meer een kunstenaar dan een verkoper of zakenman. Ik heb het geluk dat mijn vrouw een fulltime baan heeft, dat geeft mij de tijd en de ruimte."

Als een viool wel 500 jaar mee kan gaan, is er dan nog wel vraag naar nieuwe? "Er zijn meer jonge mensen die klassieke muziek spelen dan ooit, dus ja. Gelukkig wel. Het Chamber Music Festival kan helpen om klassieke muziek bij mensen te brengen. Maar het is maar één week per jaar. Weesp, Amsterdam en heel Nederland zijn gelukkig rijk aan conservatoria en orkesten en goede musici. Er zijn veelbelovende jonge strijkers in opkomst."

Weesp Chamber Music Festival

Of er tijdens Weesp Chamber Music Festival deze week ook op instrumenten wordt gespeeld die hij gemaakt heeft, weet Theo eigenlijk niet. "Het maakt ook niet uit. Het is zo persoonlijk, ik zal het nooit iemand kwalijk nemen als ze niet voor een instrument van mij kiezen." 

'Als je weet hoe een instrument werkt, geniet je nog meer van een concert'

Al sinds het kamermuziekfestival in 2014 voor het eerst werd gehouden, toont hij zijn werk. "Ik laat mijn ambacht of kunst graag zien. Als mensen zien hoe een viool of cello gemaakt wordt, komt het van een glimmend, oud museumstuk dichter bij de mensen. Als je meer weet over hoe een instrument werkt, geniet je nog meer van een concert."

Tijdens het Weesp Chamber Music Festival, dat morgen begint, toont Theo Marks zijn werk in zijn mobiele atelier bij de concerten in de Van Houtenkerk. Het hele programma van het festival is hier te vinden.