Twee weken geleden spraken we met Steven Winkel en zijn vriendin Nickey Mientjes. Dat leverde een bijzonder dubbelportret op. Beiden werken als verpleegkundige in het ziekenhuis: zij op de spoedeisende hulp van het Flevoziekenhuis in Almere en hij op de ic-afdeling van het OLVG in Amsterdam en het ging natuurlijk over corona.

Aan het begin

Nickey en Steven vertelden hoe zij erin stonden en wat hun uitlaatklep is (rennen, regelmatig samen), maar ze meldden ook dat hun collega’s, de artsen en zijzelf verwachtten dat ze nog pas aan het begin stonden. Helaas is die verwachting de harde waarheid van nu. Vooral op de intensive care is de wereld compleet veranderd.

Opgeschaald

Veertien dagen terug vertelde Steven dat het OLVG in de vestiging in Amsterdam-Oost 24 ic-bedden heeft en dat er gezocht werd naar uitbreiding. Dat is gelukt, want de capaciteit is opgeschaald naar 58. “We beginnen tegen onze taks aan te lopen”, vertelt Steven. “De verwachting is helaas dat het nog wel even doorgaat met de toevloed van patiënten. Tot op heden lukt het nog steeds in Nederland, maar we het is spannend.”

'De verwachting is dat het nog wel even doorgaat met de toevloed van patiënten'

De uitbreiding van het aantal bedden is op zich al een hele operatie. “Een ic-bed is namelijk niet alleen een bed, maar er zit een hele infrastructuur aan vast. Met een bed, een beademingsmachine en een monitor heb je nog geen IC plek. ‘Even’ een afdeling ombouwen is er helaas niet bij”, vertelt Steven. Bovendien wordt er hoe dan ook een enorme wissel getrokken op de beschikbare menskracht. 

Tweehonderd

“Op de afdeling werken per dag rond tweehonderd personen onder wie artsen, (ic) verpleegkundigen, anesthesie- en, recovery medewerkers, OK assistenten, maar ook bijvoorbeeld fysiotherapeuten. Het was en is nog steeds een enorme uitdaging om zoveel mensen op de been te kunnen brengen. Met behulp van onder anderen oud-collega’s die bijvoorbeeld met pensioen waren maar weer zijn gaan werken en verpleegkundigen van andere afdelingen is het tot nu toe gelukt.”
Er is, zegt hij, ook geen direct tekort aan hulpmiddelen (“Ik grijp nog niet mis”), maar ook hier is het wel behelpen. “De mondkapjes bijvoorbeeld worden in een aparte bak verzameld en vervolgens zorgvuldig gedesinfecteerd.”

Ploegendiensten

De verpleegkundigen werken in ploegendiensten. Veel verpleegkundigen werken meer dan hun contract uren, waardoor de werkdruk per dag nog te dragen is. Of althans. zo ervaart Steven het. Maar de werkwijze is wel anders. Bijvoorbeeld: "Er lopen zoveel meer mensen rond dan normaal dat het niet meer mogelijk is om in de koffiekamer de dienst over te dragen zoals we gewend zijn.”

Buddy 

"De zorgzwaarte per patiënt is zodanig dat iedere patiënt eigenlijk recht heeft op de verzorging van één IC-ic verpleegkundige. Omdat we niet zoveel verpleegkundigen hebben, werken we met een buddy systeem. Een buddy is bijvoorbeeld een anesthesie- of recovery medewerker die wel veel taken op de IC kan uitvoeren, maar niet de gehele patiëntenzorg kan overnemen. De ICic- verpleegkundige krijgt dan meer een coördinerende taak en houdt dan overzicht over vier patiënten. Zo proberen we iedere dienst alle patiënten de zorg te bieden die ze nodig hebben. Toch komt het ook voor dat we door een omstandigheid met z’n tweeën op vier patiënten staan omdat het dan even eenmaal zo uitkomt. Dat is zeer intensief.”

Nieuw protocol voor reanimatie van een corona-patiënt

Steven Winkel is ook reanimatiecoördinator in het ziekenhuis en ook hier heeft hij zijn handen aan vol. Reanimeren van een corona patiënt heeft weer extra aandachtspunten. Deze aandachtspunten zijn opgesteld in een landelijk protocol. Maar in deze tijd van veel informatie zal een A4 vol met tekst niet snel goed worden gelezen. Steven en zijn directe collega hebben daarom in het geval van reanimatie van een corona-patiënt van dit protocol een poster gemaakt waarop iedereen in één oogopslag kan zien welke veranderingen er zijn. Inmiddels wordt deze poster in veel ziekenhuizen gebruikt.”

De aanpassingen van een reanimatie van een patiënt met corona in het ziekenhuis bestaat uit het voorkomen van besmetting. Dus belangrijke aandachtspunten zijn bijvoorbeeld beschermende kleding aan.
“De veiligheid van degene die reanimeert gaat boven alles. Dat betekent dat pas tot reanimatie mag worden overgegaan als alle beschermende maatregelen zijn genomen. Het klopt dat het dan in principe iets langer duurt, maar over het algemeen zie je aankomen dat er gereanimeerd moet worden en dan is er iemand bij de patiënt (beschermd) aanwezig die de reanimatie kan starten.”

“Verder mag er geen mond-op-mond, of mond-op-kapbeademing plaatsvinden. In plaats daarvan wordt gewacht op het reanimatieteam die zuurstof toedient met behulp van een speciale zuurstofballon.”

Draaiteams

Er zijn ook zogeheten draaiteams. Steven: “Dat zijn anesthesisten en verpleegkundigen die de patiënten twee keer per dag van de buik op de rug en weer terug draaien. Nee, dat heeft niets te maken met het voorkomen van doorligplekken. Als je op je buik ligt, krijg je meer lucht, dat is de reden. Het draaien is zeer secuur werk, want aan een patiënt zitten heel veel draden en slangen en er moet worden voorkomen dat er iets los schiet. Vooral de slang van de beademing is cruciaal, want daar zit het virus in.”


“Iedereen op de IC vecht voor zijn leven", zegt Steven Winkel.

'Het draaien van patiënten is zeer secuur werk'

Onlangs werd in de media duidelijk dat van alle corona-patiënten op de IC in Nederland mogelijk de helft het niet gaat halen. Het zijn zwarte cijfers, beseft Steven ook. “Iedereen op de IC vecht voor zijn leven."

Veertigers en vijftigers

Er kan ook niet genoeg worden benadrukt dat het niet alleen zwakke ouderen zijn. "Veel patiënten zijn veertigers en vijftigers en soms zelfs nog jonger zonder wat wij noemen onderliggend lijden – ze mankeerden dus niets voordat ze covid-19 kregen - die nu vechten voor hun leven. Waarom de één dit overkomt en de ander niet? Dat weten we niet. Maar het is dezelfde vraag waarom iemand wel of geen kanker krijgt. Dat is ook pech en valt niet volledig te voorspellen.”

Geen familie

Steven vertelt dat het werk hem regelmatig aangrijpt. “Met name het feit dat er geen familie bij een patiënt mag komen, vind ik zwaar. Op het moment dat iemand komt te overlijden mag er (in zeer beperkte mate) wel familie bij, maar tussen het moment dat iemand dreigt te overlijden en het feitelijk overlijden is er vaak ook niet eens tijd. Bovendien hebben de familieleden niet het hele proces meegemaakt, ook dat is zwaar. Het is wel mogelijk om via de iPad te zien hoe het familielid erbij ligt en op gezette tijden bellen wij de naaste familie en vertellen we hoe het gaat. Dit zijn vaak aangrijpende gesprekken."

'Ik had laatst een vader die vertelde dat hij met zijn kinderen af en toe langs het ziekenhuis rijdt om dan toch een soort van op bezoek te zijn bij zijn vrouw '

"Ik vraag ook altijd hoe het met hen gaat en de antwoorden zijn vaak emotioneel. Ik had laatst een vader die vertelde dat hij met zijn kinderen af en toe langs het ziekenhuis rijdt om dan toch een soort van op bezoek te zijn bij zijn vrouw. Aandacht voor de familie is in elk geval in deze tijd erg belangrijk."

Verwerken

Hoe verwerken Steven en zijn teamleden eigenlijk al die momenten? "We kunnen onze verhalen kwijt aan speciaal getrainde collega’s en als het nodig is aan een team met psychologen en andere deskundigen. En ik heb het voordeel dat ik er thuis over kan praten met Nickey. Maar het is absoluut zwaar.”

Direct actie

De verpleegkundigen worden niet standaard getest op corona, maar zodra er ook maar de geringste indicatie is op een besmetting, wordt direct actie genomen. Bang voor de ziekte is Steven niet, maar hij is wel super alert. “Ik besef dat wat ik zie gelukkig maar een klein percentage is van alle mensen die met corona zijn besmet. Als ik even kuch, staan wel de antennes meteen uit. Maar het is niet zo dat ik denk ‘Ik hoop vandaag dat ik niet op de corona-afdeling sta.’ Zo zit ik er niet in en zo zit volgens mij niemand van mijn collega’s er in. Anders is het ook niet vol te houden.”

Hart onder de riem

Gelukkig krijgen de verpleegkundigen regelmatig een hart onder de riem. Elke dag wordt de afdeling blij gemaakt met attenties en lekkernijen van familie van patiënten en bedrijven. “Er is geen koffiepauze dat er niet iets lekkers ligt dat we hebben gekregen. Dat is hartverwarmend en doet ons veel deugd. En laatst kregen we in Weesp een maaltijd aangeboden omdat we zorgverlener zijn. Dat waarderen we heel erg. Misschien nog een idee: bezorg ook af en toe een maaltijd bij mensen die afhankelijk zijn van de voedselbank. Ook zij hebben een steuntje hard nodig.“