Waarheen precies, dat weet schipper Jan Dooyes nog niet, omdat de geplande groepstochten door de coronacrisis voorlopig niet door kunnen gaan. "Maar het stilliggen begint te kriebelen, want verderop is het avontuur."

Sinds 2014 komt schipper Dooyes elk jaar zo ongeveer in november richting Weesp, net als tweemaster Frans Horjus en klipper Pieternella. "Muiden-Pampus-Muiden is meestal onze laatste tocht, dan zijn we in de buurt." Niet dat hij het dan te koud vindt om nog te varen. "Maar onze gasten wel", zegt hij lachend. "We zijn hier in Weesp zo ontzettend welkom, dat maak ik in geen andere haven mee. Iedere dag komen er wel mensen langs om even een praatje te maken en te vertellen dat ze het fijn vinden dat wij er liggen." Dat zal ook te maken hebben met het pittoreske plaatje dat de drie historische schepen met de vele lichtjes in de masten tijdens de donkerste dagen van het jaar van de Kom maken. De Linquenda is echt thuis in Weesp. Diverse Weespers helpen Dooyes met het onderhoud van het schip, waar in de wintermaanden natuurlijk juist tijd voor is.

Domper

Gewoonlijk varen de schepen in maart weer weg, om plaats te maken voor de bootjestoeristen. Dit jaar gaat het anders. Door de coronamaatregelen kunnen er geen tochten worden gemaakt en Dooyes is dan ook blij dat hij wat langer welkom was in Weesp. Een domper is het wel voor de schipper, die het liefst onderweg is. "Het Wad, dat is het allermooist en droogvallen is geweldig. De zeehondjes, het werken met de elementen." Dooyes biedt met zijn schip vaartochten aan. Achttien mensen kunnen er mee op de meerdaagse tochten, want zoveel kooien telt het schip. Hij kocht de Linquenda in 2011 en vervulde daarmee een al heel lang gekoesterde droom. Een mooie carrière in de chemie werd ervoor beëindigd. Een financiële vetpot is het niet, ook als er geen coronavirus rondwaart. Maar dat deert hem weinig. "Ik word zo blij van dit schip en de tochten die ik ermee kan maken."

Alles uitgesteld

Eigenlijk had het 104-jarige schip nu in Bergentheim moeten liggen, in de buurt van Almelo. Daar speelde de tjalk in de oorlog een belangrijke rol. Onderduikers hadden op de Linquenda een veilige verstopplek. Tot het vlak voor het einde van de oorlog verraden werd bij de bezetters. De onderduikers konden gelukkig op tijd een goed heenkomen vinden, maar het schip werd door de Duitsers in beslag genomen. Met een soldaat met geweer aan boord moest de schipper koers zetten naar Vroomshoop om nog wat oorlogsbuit op te halen en dan door te varen naar Duitsland. Dat was de bedoeling tenminste. "De scheepsjager was niet zo actief en ze hadden ook nog eens de wind tegen, dus het schoot niet op. Een dag later was de soldaat opeens verdwenen en is de schipper maar weer omgekeerd naar Bergentheim", vertelt Dooyes. Een oorlogsverhaal met een goed einde en dat zou gevierd worden door aanwezig te zijn op 5 mei in het dorpje. "Het is niet anders, we stellen het gewoon een jaar uit."

'In twee dagen tijd was ik al mijn boekingen kwijt'

Dat geldt ook voor de tochten die al geboekt waren op de Linquenda tot begin juli. "In twee dagen tijd was ik al mijn boekingen kwijt. In het beste scenario kan ik de tochten die vanaf 3 juli gepland staan weer maken. In het slechtste scenario moeten we alles een jaar uitstellen." Een financiële strop, maar Dooyes vindt het ook zo ontzettend jammer voor de gasten. "In augustus staat er een tocht gepland voor een familie om het 50-jarige huwelijk van opa en oma te vieren. Dat is twee jaar geleden al geboekt en daar keek iedereen al die tijd al naar uit. Ik zelf ook. Het is niet alleen zakelijk, we beleven iedere tocht weer een avontuur en daar neem ik de mensen in mee."

Anderhalve meter op een schip

Als varen weer mag, maar ze wel anderhalve meter afstand moeten houden, kan dat dan? Het schip is groot, maar de hutten en kooien zijn nu eenmaal krap. Dooyes: "We kunnen de bemanning wel goed scheiden van de gasten. We varen meestal met twee bemanningsleden en dat zijn naast mij vaak mijn vrouw of dochter, dus dat is geen probleem. Maar soms reist er een vriend mee als bemanningslid. Anderhalve meter afstand houden in een hokje van drie bij vier meter, dat kan niet. Toch hoop ik dat deze zomer weer tochten mogelijk zijn, dat moet kunnen als we allemaal ons gezond verstand gebruiken."

'Ik ben optimistisch. De Linquenda heeft de Spaanse Griep ook overleefd'

Over de toekomst is Dooyes positief. "De Linquenda is in 1916 gebouwd, tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het heeft de Spaanse Griep ook overleefd. Ik ben optimistisch. Ik heb veel gelezen over schippers die eind 19e, begin 20e eeuw leefden. Het is altijd al een kommervol bestaan geweest, met vette en magere jaren. De knecht verdiende niet veel, maar hield vaak meer aan een tocht over dan de schipper. Voor iedereen is het nu afwachten en net als alle andere kleine ondernemers even op een houtje bijten. Zonder hulp gaan ook wij het niet redden. Gelukkig kan ik rekenen op familieleden en vrienden die me erdoorheen willen helpen. Ook iets dat altijd zo is gegaan in de schipperswereld, weet je dat daar de naam Tante Agaath-lening vandaan komt?"

Tabee

Vouchers die je nu vast koopt om later in te wisselen, Dooyes weet dat er plannen voor zijn. "Hulp komt soms ook uit onverwachte hoek. Ik krijg zoveel warme reacties en mensen die meedenken hoe we deze periode doorkomen. En ik, ik blijf nu gewoon maar schilderen. Ik zit niet bij de pakken neer. Linksom of rechtsom, ik wil dit blijven doen. Het kost nog wat tijd om het schip helemaal vaarklaar te maken, maar dan vertrekken we en komen als het mag in november graag weer in Weesp terug. De Frans Horjus is enkele weken geleden al vertrokken naar Harlingen, waarschijnlijk wordt dat ook onze eerste bestemming. De Pieternella zal wel in deze contreien blijven. Nou, tabee dan maar, bedankt voor de geweldige gastvrijheid en tot de volgende!"


Chartervloot bedreigd in voortbestaan
De Vereniging voor Beroepschartervaart BBZ trekt aan de noodbel. Het bekendste deel van de chartervaart is de Bruine Vloot, circa 300 historische tjalken, klippers en aken. De Linquenda valt daar ook onder. Geen land ter wereld heeft zo’n grote nog operationele historische vloot en in tegenstelling tot andere landen worden de schepen in Nederland niet gesubsidieerd, maar varen zij ‘commercieel’. In de zomermaanden wordt er met betalende passagiers gevaren en de wintermaanden zijn voor onderhoud aan het schip. Door annuleringen van geboekte reizen en restituties zijn veel schepen nu acuut in de problemen, meldt de BBZ. De ondersteuningspakketten van de regering brengen enige verlichting, maar zullen niet toereikend zijn. Om de vloot te behouden is meer hulp nodig. De BBZ heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat in een brief om hulp gevraagd.