Bergen op Zoom, dat is de plaats waar voormalig marineman Peter Claesen geboren is en opgroeide. Uiteindelijk belandde hij na wat omzwervingen in 1972 in Weesp, waar hij helemaal op zijn plek is. “We kregen via de marine een flatwoning toegewezen in de Sinnigvelderstraat en we waren daar zeer blij mee”, kijkt hij terug. “We hebben ook nog in Amsterdam-Noord gekeken, maar dat was helemaal niks. We hebben uiteindelijk zes jaar in die flat gewoond, maar de servicekosten begonnen een beetje uit de hand te lopen waarna we verhuisden naar de Ingelandenflat, waar we nu nog steeds met veel plezier wonen."

Kennismaking

Zijn kennismaking met Weesp herinnert hij zich nog als de dag van gisteren. Die ging namelijk nogal raar. “Mijn vrouw en ik hadden de flat bekeken en gingen een bakje koffie doen in de Sherestabar, in winkelcentrum Hogeweij (waar nu de snackbar zit-red.). Opeens stopte er een politieauto voor de deur waar twee agenten uit stapten die begonnen te smoezen met de eigenaar. Vervolgens stapte er één op mijn vrouw Agnes af met de vraag of zij zich kon legitimeren. We waren totaal verbouwereerd."

'Er was iemand ontvoerd die sprekend op mijn vrouw leek'

"Ik bemoeide me er natuurlijk meteen mee want ik vond het allemaal maar vreemd. ‘Wie bent u dan?’ vroeg die agent toen op een weinig leuke manier. ‘Haar man’, antwoordde ik natuurlijk. Dat ging zo een tijdje door en best wel op een agressieve manier, heel apart. Wat bleek nou? De eigenaar van Sheresta had de politie gebeld omdat er die dag in de krant een foto stond van een vrouw die was ontvoerd en die leek sprekend op mijn vrouw. Dat was mijn welkom in Weesp.”

Naar de marine

Nooit had hij kunnen bevroeden dat hij in Weesp terecht zou komen, want het leven in Bergen op Zoom was goed voor de jonge Peter Claesen. Hij ging daar naar de ulo, maar die school maakte hij niet af.

Peter Claesen laat een foto zien van vroeger.

'De marine vond mijn vader een prima keus'

“Kwam ik thuis, vroeg mijn vader: ‘Wat ga je nu doen?’ ‘Nou, ik denk dat ik naar de marine ga’, antwoordde ik. Dat leek me wel wat, want ik heb altijd liefde voor het water gehad. Dat is niet zo gek, want als we de straat uit liepen zaten we al op het strand langs de Oosterschelde en we gingen als jonge jongens ook regelmatig mee op een vissersboot. De koopvaardij was inderdaad ook een optie, maar dat vond mijn vader niks, want dan zou er niks van me terecht komen. Hij had daar voorbeelden genoeg van. Maar de marine vond hij een prima keus. Sterker, hij regelde meteen via wat contacten dat ik op gesprek kon komen.”

Keuring

In augustus ’62 ging hij naar de keuring in Voorschoten en, zoals iedereen die daarheen gaat, liet hij weten dat hij marinier wilde worden. “Dat is de ultieme droom van heel veel jongens.” Dat werd het niet vanwege een lichte vorm van kleurenblindheid. “Dus dan maar wat anders. Telegrafist, stelde de officier met wie ik sprak voor, maar dat wilde ik niet." 

'Ik kende iemand die telegrafist was en die werd stapelgek van de hele dag dat getuut in zijn oor'

"Ik kende namelijk iemand die telegrafist was en die werd stapelgek van de hele dag dat getuut in zijn oor. Ik vond ziekenverpleger wel leuk en dus stuurden we daar op aan. Prima. Vervolgens ging ik door naar een sergeant-majoor marva om alles in orde te maken. Leek me een fluitje van een cent, maar opeens keek zij me strak aan en vroeg: ‘Hoe oud ben jij eigenlijk?’ ‘16 jaar’, antwoordde ik. Nou, dat was einde oefening voor wat dat betreft, want je moest 18 jaar zijn wilde je bij de marine worden toegelaten als ziekenverpleger."

De vier decoraties.

Magazijn

Gelukkig was er een alternatief, in het magazijn. "Ik zou dan wel af en toe varen, want dat wilde ik natuurlijk, maar zou ook veel op de wal doorbrengen en als ik 18 zou zijn zouden we verder kijken. Had ik geen probleem mee. Eerst twee jaar een beetje rommelen in het magazijn en daarna alsnog ziekenverpleging, niks mis mee. Maar werken in het magazijn beviel me zo goed dat ik daar mijn hele verdere carrière heb doorgebracht.” Wat Claesen het magazijn noemt, was de voorraad van onder andere munitie en reserveonderdelen, maar niet van voeding en kleding. “Mijn verantwoordelijkheid lag bij de wapens en het technische deel van het schip.”

'Mijn verantwoordelijkheid lag bij de wapens en het technische deel van het schip' 

Adjudant worden

Claesen begon zoals gewoonlijk als matroos en had de hoop ooit adjudant te worden. Dat zou een carrière zijn van jongste bediende naar hoogste onderofficier, maar uiteindelijk doorliep hij de verschillende stappen sneller dan bedoeld en hij zwaaide af als luitenant ter zee der 2e klasse oudste categorie, een officiersrang. “Ik had het geluk op een goed moment met een vlagofficier personeel te maken te krijgen die vond dat als je goed functioneerde je dan sneller stappen moest kunnen zetten. Dat was compleet tegen de gevestigde orde in, maar ik heb er veel voordeel van gehad.”

Eerste vaartocht

Zijn eerste vaartocht – hij was toen nog geen 18 - was op een mijnenveger. “Dat schip lag, zoals dat heet, in conservatie, wat wil zeggen dat het niet meer voer. Het was vervolgens de taak van een aantal reservisten en onder anderen mij om het schip binnen 24 uur vaarklaar te maken en ermee de zee op te gaan. Daar heb ik verschillende taken uitgevoerd. Ik vond het allemaal even prachtig en keek reikhalzend uit naar het moment dat mijn echte opleiding zou beginnen. Ik zou uiteindelijk in Den Oever worden opgeleid tot duiker en ook dat leek me prachtig. De opleiding zou in mei 1962 beginnen. Prima plan.”

Ik zou met spoed worden uitgezonden naar Nieuw-Guinea

Tropen

Maar het liep anders. “Op een goed moment, dat was op een vrijdag net na de duikerkeuring, kwam een officier naar me toe met de mededeling dat ik maandag gekeurd zou worden. ‘Gekeurd? Ik ben net helemaal binnenstebuiten gekeerd’, zei ik. Nou, dat zag ik verkeerd, want dit was de keuring voor de tropen, want ik zou met spoed worden uitgezonden naar Nieuw-Guinea. De Indonesische leider Soekarno wilde Nieuw-Guinea, dat buiten de soevereiniteitsoverdracht met Indonesië was gevallen, alsnog inlijven en de spanningen liepen daardoor hoog op. Of spanningen? Zeg maar gerust dat het oorlog was. Op dat moment was ik nog steeds geen 18, maar de nood was hoog en toen werd mij meegedeeld dat ik op 21 mei zou vertrekken met het bevoorradingsschip De Pelikaan naar Nieuw-Guinea. Op 6 juni zou ik jarig zijn en dus zou ik, als ik daar eenmaal was, 18 jaar zijn en was er niets aan de hand.”

Zeven maanden

Claesen zou voor anderhalf jaar worden uitgezonden, maar dat werden zeven maanden. Korter dus dan gepland, maar het was een periode die voorgoed in zijn geheugen staat gegrift. 

'Achteraf was dat echt een pittige oorlog'

"Het was echt een spannende periode. Op het moment dat je er zit sta je er niet zo bij stil, ik was ook nog jong en vond het allemaal één groot avontuur, maar achteraf was dat echt een pittige oorlog. Ter vergelijking: in Afghanistan zijn 26 Nederlandse militairen omgekomen en dat vinden we veel, maar bij de oorlog in Nieuw-Guinea zijn 156 militairen om het leven gekomen en daar heeft niemand het over. Buitenstaanders doen het wel af als een vakantiereisje, maar dat was het echt niet. Er zijn daar na de overdracht in 1962 tot nu toe meer dan een half miljoen Papoea’s omgebracht door de Indonesische overheid, dus het ging echt ergens over."

'Buitenstaanders doen het wel af als een vakantiereisje, maar dat was het echt niet'

"Of ik daar in de piepzak heb gezeten? Nou, in de piepzak klinkt zo zwaar, maar er waren zeker spannende momenten. Het schip was een drijvend kruitvat, want vier van de zes vrachtruimen zaten vol munitie voor alle krijgsmachtonderdelen in Nieuw-Guinea. Ik was ook schutter op de 20 mm Oerlikon-mitrailleur en op een gegeven moment moesten we schietoefeningen doen. Normaal gesproken doe je die richting zee, maar die keer was dat in het land. Daar keken we aan tegen een jungle, net één grote boerenkool, en ik vraag me nog steeds af wat er in die jungle was."

Onderzeeboten

"Maar we hadden vooral vrees voor onderzeeboten. Het Indonesische leger beschikte over een paar onderzeeboten uit Rusland en daar voeren Russische officieren op en die wisten echt wel hoe ze daarmee om moesten gaan. Dat was echt spannend. In die zeven maanden hebben we ook niet voor niets constant oorlogswacht gelopen en elke keer dat we op zee waren, voeren we een zigzagkoers. Later ben ik vaker uitgezonden en we hebben onder andere actie gevoerd tegen drugshandel rond onder andere Curaçao, maar die periode in Nieuw-Guinea was de meest indrukwekkende."

In vol ornaat

Bij de kranslegging bij het herdenkingsmonument op de Ossenmarkt stond Claesen in vol ornaat. Op zijn borst prijken dan steevast vier decoraties. Best veel? "Dat valt wel mee hoor. Ik ken collega’s die er wel vijftien hebben, die vallen bijna voorover", lacht hij. Eén is het Nieuw-Guinea Herinneringskruis, de tweede is die als Lid in de Orde van Oranje-Nassau, een derde is voor langdurig trouwe dienst en de vierde is vanwege zoveel jaar operationeel actief te zijn geweest.

Peter Claesen legt bloemen bij het oorlogsmonument op de Ossenmarkt. Foto: Mathé Snoek 

Meeste voldoening

“Welke mij de meeste voldoening geeft?” Hij hoeft over het antwoord niet lang na te denken. “Het Nieuw-Guinea Herinneringskruis, geen enkele twijfel. Op 4 mei mochten de vlaggen de hele dag halfstok en dan hangt bij mij aan één mast de vlag van Nederland en de Morgenstervlag van Nieuw-Guinea, van de Papoea's. Vooral de schandalige manier waarop de Papoea's zijn behandeld speelt daarbij een rol."

'Ik ken collega’s die wel vijftien decoraties hebben, die vallen bijna voorover'

Ongeveer honderd

Vanwege zijn lange militaire loopbaan staat Claesen inmiddels te boek als 'de veteraan van Weesp'. De manier waarop dat tot stand is gekomen, is trouwens minder romantisch dan je zou denken. "De Stichting Nationale Herdenking Weesp heeft jaren geleden uitgezocht welke veteranen er in Weesp zijn. Dat zijn er ongeveer honderd. Oud-marineman Herman Hermsen (een zeer actieve Weesper, overleden in oktober 2016-red.) was daar actief mee; hij kende mij en heeft mij toen benaderd om er ook bij te zijn. Dat vond ik eervol, dus ja, graag. Vorig jaar stond ik nog met een andere veteraan, een man die heeft gediend in Bosnië, maar dit jaar was ik alleen."

Naarden

"Ik ken de meeste andere veteranen ook niet en we hebben ook niet een jaarlijkse bijeenkomst of zoiets. In Naarden is een veteranenvereniging waar ook Weesp onder valt en daar ben ik bij aangesloten, maar ik zie daar eerlijk gezegd nooit andere Weespers. Ik denk dat momenteel Cor Draijer de enige veteraan in Weesp is die heeft gediend in de Tweede Wereldoorlog, maar zeker weten doe ik het niet. Dat schuift natuurlijk ook op. We zijn nu 75 jaar bevrijd, dus als je gediend hebt in de Tweede Wereldoorlog moet je nu ruim over de 90 zijn. Dat worden er steeds minder. En ik ben ook al 75. Maar na mij komen er weer anderen. Dan komen de veteranen die zijn uitgezonden naar Libanon."

Peter Claesen naast burgemeester Van Bochove en Sjoerd Huisingh van de Stichting Nationale Herdenking Weesp tijdens de bloemlegging op 4 mei. Foto: Mathé Snoek 

Gepierewaaid

Claesen is in april 2016 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau vanwege zijn belangrijke rol voor Forteiland Pampus. Nadat hij in 1996 afzwaaide heeft hij nog een jaar 'gepierewaaid' zoals hij het zelf noemt, waarna hij een jaar later door een buurman werd gevraagd om eens mee te gaan naar Pampus. "Hij was daar gids en vond dat wel wat voor mij als oud-marineman, gids zijn op een fort. Ik had geen idee, wist helemaal niets van Pampus maar ik ging mee ik en ben nooit meer weggegaan."

'Ik ben meegegaan naar Pampus en  ben er nooit meer weggegaan'

Pampus

Toen hij als gids begon was er eigenlijk amper informatie. “Cees Pfeiffer, die betrokken is geweest bij de opwaardering van Pampus, had iets geschreven, maar dat was het wel zo ongeveer. Ik liep gewoon keurig mee en op een gegeven moment dacht ik het wel allemaal te weten."

Maquette

"Het viel mij inmiddels op dat er ook helemaal geen maquette was van het eiland. Mijn hobby was modelbouw en dat leek me wel iets. Een van de andere oprichters naast Cees is Wiebe Hofman. Die is architect in Muiden en hij had de officiële bouwtekeningen en het bestek van Pampus. Aan de hand daarvan heb ik in de winter de maquette gebouwd die er nog steeds hangt."

Hydrauliek

Claesen schreef het gidsboek en dacht dat Pampus geen geheimen meer kende voor hem, maar dat viel tegen. Zo bleek onlangs nog. "Op een gegeven moment hield ik voor een groep een verhaal over de hydrauliek van het 24-centimetergeschut dat op Pampus heeft gestaan. Achteraan stond een man die niets zei, maar uit zijn reactie maakte ik op dat hij er niet over te spreken was wat ik vertelde. Na afloop ging ik naar hem toe en vroeg waarom hij zo reageerde. Bleek volgens hem dat mijn verhaal niet helemaal klopte en hij wees me erop dat er boeken zijn met alle technische kennis over de fortartillerie."

300 constructietekeningen

Lang verhaal kort: "Ik kwam in het Artilleriemuseum in Kamp Oldebroek terecht voor de broodnodige informatie en begin dit jaar in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg en daar bleken bijna 300 constructietekeningen te liggen over het geschut op Pampus en op drie andere forten. Die heb ik vlak voor de coronacrisis begon allemaal met mijn mobieltje gefotografeerd en dat gaan we binnenkort archiveren; de gegevens gaan we natuurlijk ook gebruiken in de informatie voor de gidsen. En verder? Verder ben ik druk met de modelbouw, fotografie is ook een hobby van me en ik heb al sinds ik ben afgezwaaid een volkstuin op Kweeklust. Maak je over mij maar geen zorgen."