Zeven jaar lang werkte Anne-Lot Hoek aan haar debuut, tevens ook haar proefschrift. Vooral aan een bureau voor het raam vanuit haar woning aan de Herengracht. Nu is haar boek eindelijk klaar en sinds vorige week verkrijgbaar in de boekwinkel. Voor sommige Weespers was het zo’n vast gegeven dat zij aan dat bureau zat te werken dat zij gealarmeerd waren toen Anne-Lot op een dag niet meer op die plek zat.

In 543 pagina’s heeft ze haar ontdekkingen van de afgelopen jaren samengevat. Haar schokkende onthullingen over het geweld van de Nederlanders op Bali tijdens de onafhankelijkheidsstrijd deden veel stof opwaaien, want er was tot op heden weinig bekend over het onderwerp. “Toen ik eraan begon dacht ik dat ik het boek wel in twee jaar klaar zou hebben. Maar dat liep een beetje uit de hand. Uiteindelijk was het een veel groter verhaal dan ik ooit van tevoren had kunnen bedenken.”

Bloedbad van Rawagede

De zoektocht van Anne-Lot naar de geschiedenis van Bali begon tien jaar geleden. Ze was op wereldreis geweest en sloot die reis af op Bali. Er was toen een grote ceremoniële crematie op het eiland. Die crematie was het begin van het onderzoek van Anne-Lot, en tevens ook het begin van het boek. “De crematie was van een vooraanstaande Balinees. Ik stond in de menigte. Het was een prachtige optocht met allerlei fantastische dieren en torens, muziek, en massa’s mensen. Op dat moment realiseerde ik mij dat ik eigenlijk vrij weinig over de geschiedenis van Bali wist, terwijl Nederland en Indonesië een gezamenlijke geschiedenis hebben. Dat vond ik best gek, want ik heb geschiedenis gestudeerd.”

‘Ik realiseerde mij dat ik eigenlijk vrij weinig over de geschiedenis van Bali wist’

Terug in Nederland maakte Anne-Lot een carrièreswitch naar de journalistiek en ging zij aan de slag als stagiair op de redactie van Vrij Nederland. Door een rechtszaak kwamen oorlogsmisdaden op Java in het nieuws. Acht nabestaanden en een overlevende van het bloedbad van Rawagede - waarbij bijna de gehele mannelijke bevolking, 431 mensen, vermoord werden door Nederlandse militairen - hadden namelijk een rechtszaak gewonnen tegen de Nederlandse staat. 

Toen op de redactie gevraagd werd wie zich in het onderwerp wilde verdiepen, greep Anne-Lot haar kans. “Ik dacht: dit is waarschijnlijk een veel groter verhaal. Dus toen ben ik in de koloniale geschiedenis van Indonesië gedoken.” 

Fotoalbum

In 2013 kreeg Anne-Lot een tip over een Nederlandse veteraan die in Parijs woonde die nog een fotoalbum had met beelden van zijn verblijf op het eiland Bali. “Daar zaten ook een aantal gruwelijke foto’s tussen van gedode Balinezen tijdens een gevechtshandeling”, vertelt ze. “Dat raakte mij meteen, omdat ik dus een paar jaar daarvoor op Bali was geweest en mij toen afvroeg hoe de geschiedenis tussen Bali en Nederland was verlopen.”

Ze ging naar Parijs, sprak met de veteraan en kreeg zijn fotoalbum. “Die foto’s zijn eigenlijk het beginpunt geweest van mijn onderzoek, omdat die veteraan wilde achterhalen wat er op die foto’s te zien is. Hij was zelf legertekenaar en chauffeur, dus hij is nooit direct betrokken geweest bij de gevechtshandelingen. Hij wist zelf ook niet wat er precies op de foto’s te zien was, en hij wilde dat ik dat zou uitzoeken. En dat wilde ik zelf ook. Op dat moment realiseerde ik me echter nog niet hoe groot het verhaal achter die foto’s was.”

Voor Vrij Nederland schreef ze wel al een artikel naar aanleiding van het fotoalbum. “Ik sprak met allerlei veteranen, ook van het koloniale leger. Naast het Nederlandse leger was er het KNIL, het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger. Die militairen waren afkomstig uit Nederlands-Indië. Zij hadden dus een hele andere achtergrond en daardoor kwam ik in contact met dat hele koloniale verhaal dat erachter stak. Dat was veel groter dan een artikel. Om dat recht te kunnen doen, moest ik er een boek van maken.”

Een schat aan informatie op zolder

Lange tijd is er vrij weinig bekend geweest over de onafhankelijkheidsstrijd in Bali. Het eiland is vooral bekend als vakantiebestemming. Voor het koloniale verleden met Nederland moet men echter wat dieper graven. Zo wordt er op de Wikipediapagina over Bali geen woord gerept over de oorlog. Er is te lezen dat de Japanners het eiland bezetten tijdens de Tweede Wereldoorlog, dat het vervolgens bevrijd is door de Britten en weer terug in Nederlandse handen viel. Daarna werd het eiland onafhankelijk. Over de strijd tussen die laatste twee gebeurtenissen in staat niets beschreven. En die periode is precies waar het boek van Anne-Lot over gaat. 


Foto: Brian Elings

In de jaren 80 heeft een Canadese historicus wel al onderzoek gedaan naar Bali en heeft daar een boek over geschreven, maar dat is nooit in Nederland gepubliceerd. “Hij heeft het verder ook niet over het geweld gehad, maar meer over de politiek”, vertelt Anne-Lot. “Dan is er nog een schrijver geweest, Ewald van Vught, die ook over het onderwerp geschreven heeft. Maar er miste altijd een deel. Ik heb geprobeerd om dat gat op te vullen door vanuit beide kanten - dus vanuit Nederlandse én Balinese bronnen - tot één verhaal te komen.” 

Een combinatie van diepgravend archiefonderzoek, gesprekken met meer dan 120 getuigen en nabestaanden, en een zoektocht naar privé-archieven leidden Anne-Lot naar informatie die tot op heden onbekend was. “Privé-archieven zijn archieven van mensen die gewoon op zolder liggen. Bijvoorbeeld van een kritische bestuursambtenaar die het helemaal niet eens was met wat er op Bali gebeurde, of een zendingspredikant. Ik ben de kinderen van die mensen gaan achterhalen en er bleek veel informatie op zolder te liggen die nog nooit ingekeken was. Dat zijn hele waardevolle archieven gebleken, waarin heel veel informatie naar boven kwam die in de formele archieven en reportages niet te vinden was.”

Koninklijke ring

Tijdens de boekpresentatie - waar ook enkele nabestaanden bij waren - blijkt ook dat juist door het bundelen van al die informatie er verhalen naar boven werden gehaald die lange tijd verborgen waren. Op Bali sprak Anne-Lot met veteranen en zij vertelden verhalen waarvan de kleinkinderen niets afwisten. Zo bleek de opa van Ni Ketut Sudiana gemarteld te zijn door de Nederlanders. Hij had dat nooit met zijn familie gedeeld. 

Ook de zoon van vrijheidsstrijder Willem Gerungan, Wolter Gerungan, ontdekte allerlei nieuwe informatie over zijn vader nadat Anne-Lot contact met hem zocht. Hij wist dat er ‘iets’ gebeurd was op Bali omdat zijn vader werd uitgenodigd voor bijzondere ceremonies en ook na zijn overlijden in Bali geëerd werd, maar wat dat ‘iets’ precies was, wist hij niet. Voor hem was dit het begin van een eigen zoektocht naar het leven van zijn vader. 

Zo zijn er nog meer (klein)kinderen die meer over hun familie ontdekten door het onderzoek. En daar zijn zij dankbaar voor, bleek ook tijdens de boekpresentatie: Christiaan Franken had een verrassing voor Anne-Lot. Hij schonk haar een ring, en niet zomaar één. Die was namelijk afkomstig van Panji Tisna, die vanaf 1944 koning van Noord-Bali was. Tisna schonk de ring ooit aan de vader van Christiaan, en nu gaf hij de ring door aan Anne-Lot. Omdat ze volgens hem recht heeft gedaan “aan het volk van Panji Tisna, de mensen daar en onze drie vaders”.


De ring van Panji Tisna die Anne-Lot kreeg. Foto: Brian Elings

Verzet

In de kern draait het boek om de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd op Bali. Kort na de Tweede Wereldoorlog ontvlamde daar een guerrillastrijd. “Lange tijd was onbekend dat op Bali veel verzet is gepleegd door de Balinezen en dat het Nederlandse leger dus met veel geweld reageerde. Om een voorbeeld te geven: toen de KNIL op het eiland aankwam, lieten zij mensen die een rood-wit speldje [de vlag van Indonesië] droegen dit speldje opeten. Deden ze dat niet, dan werden ze doodgeschoten.”

Dat de onafhankelijkheid zo gewelddadig verliep, heeft vooral te maken met de politieke situatie, vertelt Anne-Lot. Toen Indonesië de onafhankelijkheid uitriep, erkende Nederland dat niet. Door een aantal deelstaten in te richten probeerde Nederland het gezag te herstellen. “Dat er op Bali zo gewelddadig is opgetreden had heel erg te maken met het feit dat er een bepaald politiek doel werd nagestreefd, namelijk de oprichting van een aan Nederland loyale deelstaat. Nadat ze bevrijd waren van de Japanners zaten de Balinezen helemaal niet te wachten op het machtsherstel van Nederland. Dat de Balinezen in verzet kwamen, paste niet in het politieke plaatje. Dus probeerde Nederland met heel veel geweld het verzet de kop in te drukken en zo de loyaliteit van de bevolking min of meer af te dwingen. En dat was daarbij een sterk koloniale reflex, wat je ook terugziet in de ideeën en de woorden die militairen en ambtenaren gebruikten om het verzet van Indonesiërs mee weg te zetten als terrorisme.”

‘De Balinezen helemaal niet te wachten op het machtsherstel van Nederland’

Interessant aan de situatie op Bali was dat er veel parallellen waren met Nederland in de Tweede Wereldoorlog: het verzet op Bali tegen de Nederlanders leek veel op de verzetsbeweging in Nederland tegen de Duitse bezetter. “Dat is heel fascinerend. Met hinderlagen, het doorknippen van telefoonverbindingen, het opzetten van een ondergrondse met pamfletten en illegale lectuur probeerden ze de Nederlanders te saboteren. Er waren veel Balinese leraren betrokken bij de strijd. Dat is belangrijk - het was dus niet alleen een militaire strijd, maar ook een vrijheidsstrijd van de burgers. Al liepen die leraren misschien niet met wapens, uiteindelijk ging het ook om burgers die een ander soort samenleving en verandering nastreefden. Dat is toch een heel ander beeld dan we in Nederland vaak hebben als het om een guerrillaoorlog gaat.”

Nederlandse verzetshelden in Indonesië

In het Nederlandse leger dat in Indonesië optrad zaten ook Nederlandse verzetsstrijders. Enkele van hen zijn aan de verkeerde kant van de geschiedenis beland. Zo bleek verzetsheld Jan Vermeulen in de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog meer dan duizend man standrechtelijk te hebben geëxecuteerd op Zuid-Sulawesi. “Zij hadden het idee: wij moeten hier optreden tegen de Indonesische terroristen”, zegt Anne-Lot Hoek.

Daartegenover staat een (beperkt) aantal Nederlandse verzetsstrijders die de parallellen tussen het Nederlandse en Balinese verzet ook zagen. “Siebe Lijftogt bijvoorbeeld. Hij was een kritische bestuursambtenaar die in het Nederlands verzet een belangrijk figuur was en vervolgens naar Bali werd gestuurd. Hij was een van de weinigen die zag dat de Balinezen streden voor dezelfde waarden. Het helpen van mensen in nood was voor hem fundamenteel. Dat deed hij in Nederland door de Joodse onderduikers te helpen, in Bali stond hij aan de kant van de Balinezen. Dat werd hem door de Nederlandse gemeenschap niet in dank afgenomen. Hij werd als landverrader gezien.”

Geweldspiraal

Een andere reden waardoor het zo conflict zo bloedig was, was dat het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) werd ingezet. “Veel van die mannen hadden vlak voordat zij naar Bali werden gestuurd in Japanse krijgsgevangenkampen gezeten in Thailand. Zij hebben dus als gevangenen aan de Birma-spoorlijn moeten werken. Zij waren natuurlijk zwaar getraumatiseerd, want zij hadden daar onder afschuwelijke omstandigheden geleefd. Ze waren vaak gemarteld. Dat waren mensen waarvan je nu zou zeggen: dat zijn mensen met PTSS die helemaal niet inzetbaar zijn in een nieuwe oorlog.”

Omdat Nederland geen mankracht had, werd het KNIL toch ingezet. “Dat is een kapitale fout geweest, die ook erg verwijtbaar was. Ze hebben mensen een oorlog ingestuurd die nog zwaar getraumatiseerd waren van de vorige oorlog. KNIL-veteranen gaven zelf ook aan dat het een van de redenen is geweest dat zij zo gewelddadig hadden opgetreden. Ze waren getraumatiseerd en wraaklustig. Tijdens de Bersiap-periode waren er namelijk veel (Indische) Nederlanders vermoord door Indonesische paramilitaire organisaties. De mannen van de KNIL kregen die berichten te horen en dat heeft bij hen voor extra woede gezorgd.”

Tangsies

Een belangrijke ontdekking van Anne-Lot waren de gevangenkampen die Nederland had opgezet op Bali. Het eiland was min of meer bezaaid met gevangenkampen, waar dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen. Gevangenen werden systematisch gemarteld en er zijn veel mensen geëxecuteerd. Dat dit nog niet eerder bekend was, komt omdat dit soort informatie niet is vastgelegd in de Nederlandse archieven. “Daar is vrijwel niets over geschreven”, zegt Anne-Lot. “Dit is echt naar boven gekomen uit de interviews met de Balinezen. In de interviews werd er steeds over de ‘tangsies’ gesproken. In het begin had ik niet in de gaten wat daarmee bedoeld werd. Want een ‘tangsie’ is een militair kampement. Pas later begreep ik dat daar dus ook gevangenen vastzaten. Het is moeilijk te zeggen hoeveel mensen in die gevangenkampen zaten en hoeveel mensen daarbij om het leven zijn gekomen, omdat dat nooit goed gedocumenteerd is.”


Foto: Anne-Lot Hoek

Enkele van de plekken waar ooit tangsies stonden, zijn nu toeristische bestemmingen. “Het is heel indrukwekkend dat op de plek waar nu bussen toeristen heen gaan, in 1946 een heel gewelddadig gevangenkamp stond met een groot hek eromheen. Toeristen liggen met hun badhanddoeken op het strand van Bali, maar hebben niet in de gaten dat er even verderop een oorlogsmonument staat ter nagedachtenis aan een heel bloedige strijd.”

Onderdeel van de geschiedenis

De Balinese onafhankelijkheidsoorlog is een onderwerp waar veel Weespers zich waarschijnlijk nog nooit eerder in verdiept hebben. Toch denkt Anne-Lot dat het juist belangrijk is om als Nederlanders op de hoogte te zijn van onze koloniale geschiedenis. “Wolter Gerungan zei tegen mij: ‘De misdaad zit vooral in het feit dat het zo lang verzwegen is.’ Daar sluit ik mij bij aan. Het is erg dat het gebeurd is, maar het feit dat we ook heel erg ons best hebben gedaan om het niet te hoeven weten, is natuurlijk heel kwalijk. Dat kun je natuurlijk niet de gemiddelde Nederlander aanrekenen. Ik wist het zelf ook niet. Maar er is vanuit de Nederlandse politiek wel heel lang getracht om de gebeurtenissen in Nederlands-Indië onder het tapijt te vegen. Het is belangrijk dat we dat nu allemaal boven water halen. Ik zou graag zien dat het een onderdeel wordt van de Nederlandse geschiedenis.”

Toen een aantal jaar geleden onthullingen over Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië naar buiten kwamen, wilde de Nederlandse overheid geen uitgebreid wetenschappelijk onderzoek naar die misstanden. “De geschiedenis loopt zoals die loopt”, zei Mark Rutte daar toen over. Mede-VVD’er Han ten Broeke zei zelfs dat die ‘doos van Pandora’ beter gesloten kon blijven.

Politieke verantwoordelijkheid

Nu loopt er toch een onderzoek. Het rapport daarvan komt volgend jaar uit, en Anne-Lot Hoek leverde daar ook een bescheiden bijdrage aan. “Het is natuurlijk een positieve ontwikkeling dat er een onderzoek komt. Maar wat ik wel jammer vind, is dat het zich vooral richt op het Nederlandse archief. Als er geen onderzoek ter plaatse wordt gedaan, dan mis je dingen. Zoals het verhaal over die gevangenenkampen. Dat had ik nooit ontdekt vanuit het Nederlandse archief.”


Foto: Anne-Lot Hoek

Anne-Lot hoopt dat wanneer het rapport uitkomt, het gesprek ook over de politieke verantwoordelijkheid zal gaan. “En dat we niet alleen maar gaan kijken hoeveel kogels men op elkaar heeft afgevuurd, bij wijze van spreken. Vaak krijgen de veteranen de schuld in de schoenen geschoven. Maar dat is niet helemaal eerlijk. Politieke beslissingen hebben ertoe geleid dat die mensen de oorlog werden ingestuurd.”

“Daarmee praat ik de daden van militairen die daar misdaden hebben begaan natuurlijk niet goed. Maar uiteindelijk stuurde de Nederlandse staat duizenden militairen waarvan een deel getraumatiseerd was die kant op. Wat verwacht je daar dan precies van? Natuurlijk is er niet door de regering gezegd: ga daar maar mensen martelen. Maar er is wel politieke druk gezet om de rust en orde te handhaven, en men wilde, net zoals dat voor de oorlog ook het geval was geweest, niet rekening houden met een sterke Indonesische vrijheidswens. Kolonialisme vierde opnieuw hoogtij.” 

‘De strijd om Bali: imperialisme, verzet en onafhankelijkheid 1846-1950’ is in Weesp bij boekhandel PeZZi PaZZi te koop.