Afbeelding
Foto: Pixabay

Levensverwachting Nederlanders sinds 2019 iets gedaald

Algemeen

LNP Net als met alles gaan ook de tarieven van de zorgverzekering volgend jaar omhoog, met gemiddeld 10,10 euro. Hetgeen onder andere de vraag doet opborrelen: hoe is het eigenlijk gesteld met de gezondheid van Nederland?

Dat de zorgverzekering met gemiddeld 10,10 euro stijgt, maakt voor veel Nederlanders niet heel veel uit: voor hen is de zorgpremie sowieso al veel te hoog. De extra 10,10 euro is voor hen weliswaar een nieuwe tegenvaller, maar ze kunnen er weinig aan doen. Net zoals ze er niet veel aan kunnen veranderen dat er nog een addertje onder het gras zit: in 2023 is er ook geen collectiviteitskorting meer op de basisverzekering. Nu is dat nog maximaal 5 procent, maar deze valt weg en dat is snel weer rond de 5 euro per maand erbij. 

Zorgtoeslag

Hier staat tegenover dat de zorgtoeslag stijgt. Vaststaat dat er volgend jaar meer mensen in aanmerking komen voor zorgtoeslag. Dit komt, zo lezen we op de website van de Belastingdienst, doordat de inkomensgrenzen zijn verhoogd. Zonder toeslagpartner heb je volgend jaar recht op zorgtoeslag als je inkomen niet hoger is dan 38.520 euro per jaar. In 2022 was dit 31.998 euro per jaar. Met wel een toeslagpartner geldt dat je recht hebt op zorgtoeslag als het gezamenlijk inkomen niet hoger is dan 48.224 euro per jaar. Dit jaar was dit 40.994 euro per jaar. Het eigen risico blijft op 385 euro staan.

Goede gezondheid

In dit licht bezien is het maar goed dat volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) de overgrote meerderheid van de Nederlanders hun gezondheid als ‘goed’ bestempelen. 78,4 procent van de Nederlanders schat volgens gegevens van het RIVM de eigen gezondheid in op goed tot zeer goed. Weesp zit hier met 79,6 procent iets boven.

Lageropgeleiden ervaren minder goede gezondheid

Dat jonge mensen een hogere pet op hebben van hun eigen gezondheid is niet vreemd. Wel opvallend is dat er een samenhang blijkt te zijn tussen de mate van opleiding en de ervaren gezondheid. Lageropgeleiden rapporteren veel minder vaak een goede gezondheid dan mensen met een hoog inkomen. De cijfers zijn dat 58,8 procent van de lageropgeleiden zich gezond voelt, 75,0 procent van de middelbaar opgeleiden en 84,3 procent van de hoger opgeleiden. 


Gat tussen mannen en vrouwen

Verschil in levensverwachting krimpt

Verder is opmerkelijk dat vrouwen weliswaar vanaf de geboorte een hogere levensverwachting hebben, maar dat deze verschillen wel kleiner worden. Volgens het SCP is deze tussen 2008 en 2019 bij mannen met 2,1 jaar meer toegenomen tegenover 1,3 jaar bij vrouwen. De verschillen in levensverwachting tussen mannen en vrouwen worden dus kleiner, van 4 jaar verschil in 2008 naar 3,1 jaar in 2019.

Rookgedrag

Dat het gat tussen vrouwen en mannen krimpt, heeft volgens het SCP voor een belangrijk deel te maken met de rookgewoonte van vrouwen en mannen. Altijd al roken meer mannen dan vrouwen, maar de verschillen zijn in de loop der jaren kleiner geworden. In 2019 rookte ruim een kwart van de mannen en 18 procent van de vrouwen.

Levensverwachting

De levensverwachting bij geboorte in 2021 is volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) 79,7 jaar voor mannen en 83,0 jaar voor vrouwen. Deze is iets gedaald ten opzichte van de piek in 2019, toen het CBS een levensverwachting noteerde van 80,5 jaar bij mannen en 83,1 bij vrouwen. Het CBS noemt geen oorzaak, maar er is een grote kans dat dit te maken heeft met corona.

We leven langer, maar leven
niet langer in gezondheid

We leven langer, maar daarvan leven we niet langer in goede gezondheid. Iemand die in 2018 geboren is kan volgens het SCP zo’n 63 jaren in goede gezondheid verwachten. Dat is 80,1 procent van de levensverwachting. In 2008 was dit nog 81,3 procent. Bij vrouwen zijn de percentages 77,2 procent in 2008 en 75,2 procent in 2018, een daling dus.

Bij ouderen van 65 jaar en ouder zien we daarentegen dat er wél sprake is van een toename van het aantal jaren in goede gezondheid. Mannen van 65 jaar leven nog 12 jaar in goede gezondheid, terwijl dit aantal in 2008 nog 10,4 jaren was en voor oudere vrouwen geldt dat ze in 2018 12,6 gezonde jaren na hun 65ste voor de boeg hebben tegenover 11,4 jaren in 2008.

Fysieke beperkingen

Een van de gevolgen van een minder goede gezondheid kan zijn dat men met fysieke beperkingen te maken heeft, zoals beperkingen in mobiliteit, beweging en met horen en zien. Ook hier is, naast leeftijd, het inkomen een van de graadmeters. Gemeten volgens de zogeheten OESO-indicator heeft bijna 12 procent van de bevolking één of meer beperkingen in het lichamelijk functioneren. Verschillen naar leeftijd, opleiding en inkomen zijn het grootst. Onder 65-plussers en lageropgeleiden is het aandeel met één of meer lichamelijke beperkingen het grootst en bij mensen onder de 35 jaar (weinig opvallend), hogeropgeleiden en personen met een hoog inkomen is deze het laagst.

Afbeelding

Mis niks, lees alles!

Wil je ons steunen en al onze artikelen lezen?
Kies hier je lidmaatschap.

Uit de krant