
Larensch Literair Genootschap
is niet zomaar een leesclub
LAREN - Het begon vier jaar geleden met een oproep van Mike Edward de Boer. "Ik zocht een herengezelschap om onder het genot van een goed glas wijn een samen uitgekozen boek te bespreken." Negen heren reageerden en het Larensch Literair Genootschap komt nog steeds in bijna de oorspronkelijke samenstelling bij elkaar. Altijd op de eerste woensdagavond van de maand in de historische kamer van restaurant De Coeswaerde aan de Brink.
door Koosje de Beer
What's in a name? Niettemin zien de leden van het Larensch Genootschap zichzelf niet als een doorsneeleesclub. "Er zijn veel leesclubs in 't Gooi. Vaak komen de leden dan bij elkaar thuis om bij de koffie over een boek te praten. Ik was op zoek naar een andere setting", legt De Boer uit. "Ik wilde in een sfeervolle omgeving een goed gesprek met mannen onder elkaar." Het genootschap bespreekt in beginsel literair werk van Nederlandse schrijvers van na 1954. Zo zijn onlangs 'Geheime Kamers' van Jeroen Brouwers en 'La Superba' van Leonard Pfeijffer langs de literaire meetlat gelegd.
Soms treedt het gezelschap ook naar buiten, zoals drie jaar geleden met het uitschrijven van een logowedstrijd. "Het was onze eer te na om als genootschap geen logo hebben", luidt de verklaring van De Boer voor dit initiatief. In de jury zaten kunstenaars Paul de Lussanet en Janine Boot en reclamevrouw Wendy Buseman. Priscilla van Barneveld van College de Brink won de eerste prijs. De Boer: "Het mooie van haar logo is dat we het ook als ex libris kunnen gebruiken. We zijn er nog steeds erg blij mee."
Een magere 7
"We beginnen de avond altijd met een inleiding over de schrijver en zijn werk. Het lid dat het boek heeft gekozen bereidt dit stukje voor", licht Kees Brinkman, secretaris en nestor van het gezelschap, de gang van zaken binnen het genootschap toe.
"De andere leden geven daarna hun mening. Voor de komende bijeenkomst ben ik aan de beurt. Ik heb deze keer bij uitzondering een boek van een buitenlandse schrijver gekozen: de 'Amerikaanse Pastorale' van Philip Roth. Ik was er al drie keer in begonnen en nu was ik verplicht om het uit te lezen." Om enigszins structuur in de discussie te houden, geven alle leden een cijfer aan het boek voor de stijl, het verhaal en de algemene indruk. Vincent Hilhorst, dorpsgids in Laren en ook lid van het eerste uur, is niet onverdeeld enthousiast over het boek van de schrijver uit de VS. "Een magere 7 als eindoordeel", verklapt hij alvast.
'Het is natuurlijk wel de bedoeling dat we ons oordeel onderbouwen'
Volhouden
De maandelijkse bijeenkomsten van het genootschap motiveren om het lezen vol te houden volgens de drie heren. "Natuurlijk spreekt het ene werk meer aan dan het andere, maar je leest nu ook boeken die je anders niet zo snel zou pakken", meent Hilhorst. "Ook tijdens het lezen denk ik bewuster na over wat ik waarom goed vind aan een boek. Het is natuurlijk wel de bedoeling dat we ons oordeel goed onderbouwen."
Vaak hebben mannen een voorkeur voor non-fictie. De Boer noemt de biografieën van Johan Cruijff en René van der Gijp als voorbeeld. "Ik lees die boeken ook graag, maar ik vind het fijn om met dit gezelschap heren wat dieper te graven." Het boek voor de volgende bijeenkomst is al bekend. De heren zullen dan 'Het huis van de moskee' van Kader Abdolah lezen. Brinkman ziet ernaar uit. "Het lijkt me een erg mooi en wat toegankelijker boek", zegt hij tot slot.