
IJspret
‘Dit moet met AI gemaakt zijn’, was mijn eerste gedachte, toen ik die zondagochtend foto’s voorbij zag komen met daarop tientallen schaatsers in Weespersluis. Vast in elkaar geknutseld door een computervaardige bewoner, die zich afvroeg hoe geweldig het eruit zou zien als je er echt kon schaatsen. Anton Pieck-taferelen in Weespersluis, eens kijken wie erin trapt.
Totdat ik de foto’s niet alleen op de socials zag verschijnen, maar ook op de website van het Parool. Zou het dan echt? Maar hoe dan? In het centrum lag alleen op de kleinste slootjes ijs, in de grotere sloten zwommen er eenden rond alsof het al voorjaar was. En twee kilometer verderop zou alles zijn dichtgevroren? Dus schaatsen van zolder gehaald en wij als gezin die kant op. Dat voelde wat ongemakkelijk. De enige keren dat we ons richting Weespersluis hadden begeven, waren moetjes. Nu gingen we er plots (opportunisten? wij?) voor ons plezier op bezoek. Terwijl het er zo te zien al druk genoeg was.
Dat bleek: er waren de voorbije uren meerdere mensen door het ijs gezakt, deed het gerucht de ronde. De politiehelikopter die boven de plas cirkelde, gaf nou ook niet bepaald een welkom of geruststellend gevoel.
Tegelijkertijd bewogen zich nog steeds honderden mensen over het ijs. Althans, over de delen die er nog wel betrouwbaar uitzagen. Schaatsers, sleeërs, wandelaars. Er gleed zelfs een kinderwagen met goudkleurige wielen voorbij.
De ijspret was van de gezichten af te scheppen. Vanuit een collectief gedeeld besef: wie weet wanneer dit ooit nog terugkomt. Natuurlijk was het link, of nauwelijks verantwoord. Maar man, wat was het geweldig. Voor de bewoners, maar in hun slipstream ook voor de bezoekers. Die, zodra ze werden herkend, schertsende opmerkingen naar hun hoofden riskeerden. Een vader van een teamgenootje van de voetbal: ‘Zo, zien jullie eindelijk eens reden om naar Weespersluis te komen?’ Dat zagen we zeker. Wat een gezellige boel daar, ineens. Dankzij het ijs waren we om. Maar aan die trappetjes in het water te zien kun je er ook prima zwemmen. Dus als dat mag, komen we graag nog eens terug. Zodra het een graad of dertig dooit.