Peter Ebbelaar (97) heeft van een ontplofte bom nog twee scherven die bij hem op het erf vielen.
Peter Ebbelaar (97) heeft van een ontplofte bom nog twee scherven die bij hem op het erf vielen. Foto: WeesperNieuws

Peter Ebbelaar (97) herinnert zich bombardement bij Weesp

WEESP Bij graafwerkzaamheden voor de nieuwe brug bij Fort Ossenmarkt werden deze week twee vliegtuigbommen uit de Tweede Wereldoorlog gevonden. Omwonenden moesten worden geëvacueerd en het treinverkeer werd stilgelegd. De vondst brengt Peter Ebbelaar (97) terug naar de oorlog. Hij woont al zijn hele leven aan de Lange Muiderweg en was erbij.

door Hans Peijs

ADVERTENTIE

De in 1929 geboren Peter Ebbelaar woont sinds 1938 op nummer 14 aan de Lange Muiderweg, op de boerderij van zijn ouders. Hij was een jaar of vijftien toen de geallieerden de spoorbrug over de Vecht in het vizier namen. Het doel: de Duitsers de mogelijkheid ontnemen om met de trein over de brug te rijden. "De geallieerde vliegtuigen mochten de spoorbrug kapotmaken, zodat de Duitsers niet meer met die treinen er overheen konden." Het waren jagerbommenwerpers; kleine, snelle vliegtuigen die laag overvlogen. De vliegtuigen kwamen in groepen van vier, vlogen recht op de brug af en lieten hun bommen vallen. Op de brug, maar meer ernaast. In de bocht in de Lange Muiderweg bij de spoorwegtunnel viel er een. "Dat was een enorme krater", weet Ebbelaar nog. De schuur van een boerderij in de polder werd ook geraakt en in het water, naast de brug, ontploften er meer. Op de boerderij keken Ebbelaar en zijn broers en zussen eerst toe vanaf de bovenverdieping. "In het begin stonden we te kijken. Dat is mooi, die vliegtuigen die komen, die laten die bommen vallen en dan gaan ze weer weg." Maar zijn moeder greep in. "Ze zei: ‘weg allemaal, achter de hooiberg.’" Dat was niet zomaar een loze waarschuwing. "Die scherven vlogen wel eens achter op het erf. Als je zo'n ding in je kop krijgt, dan ben je dood natuurlijk. Hier, dit zijn twee scherven die op ons erf terechtkwamen. Die waren gloeiend heet. Ik heb ze bewaard als herinnering."

Vissen kwamen bovendrijven

Een bijzondere herinnering heeft Ebbelaar aan de vissen die na de explosies boven kwamen drijven in de Vecht. "Die vissen waren ook dood, dacht ik. Dat was makkelijk eten voor Weespers die hier op af kwamen en de vissen uit het water haalden. Dat was een peuleschil." Van enige angst was bij de jonge Ebbelaar geen sprake. "Helemaal niet. Ik had helemaal geen angst." Het leven op de boerderij ging gewoon door, ook toen later een vliegtuig uit Duitsland en een uit Engeland elkaar boven het grondgebied van Weesp achterna zaten. "Die schoten op elkaar en vlogen, in tegenstelling tot bij het bombardement van de brug, heel laag over. Ik zat te melken en kon die piloot in zijn gezicht zien. Op een gegeven moment was het voorbij en ging de een richting Duitsland en de ander richting Engeland."

Onderduiker verraden

Op de boerderij van de familie Ebbelaar werd al die tijd ook een onderduiker verborgen gehouden. "Anton Gruiter, een man uit Muiden. Hij was pas getrouwd, een heel mooie kerel", zegt Ebbelaar. "Geen idee wat hij had uitgevreten, maar hij moest onderduiken en dat was bij ons. Tot het moment dat hij verraden werd. Wij waren appels aan het plukken toen iemand op een fiets het erf op reed. Ze komen eraan, waarschuwde hij. Anton liep doodkalm met een mand vol appels naar binnen, zette die neer en liep vervolgens heel rustig de polder in waar hij zich verstopte in het hoge riet. De Duitsers hadden gewaarschuwd dat ze terug zouden komen en mijn vader had zich daarom ook in het riet verstopt. Maar ze zijn niet teruggekomen."

Of de spoorbrug daadwerkelijk volledig vernield werd bij het bombardement, weet Peter niet meer precies. Een deel van de constructie belandde in het water, maar of de brug volledig uitgeschakeld werd, is hem niet meer helder. "Op een gegeven moment was het over en het heeft alles bij elkaar niet lang geduurd."