
Militaire mars voor overleden Gijs (20): ‘We willen dat mensen het gesprek wél aangaan’
WEESP Bijna een jaar na het overlijden van zijn partner en Defensie-collega Gijs van der Werf zet Weesper Bram zich in voor een onderwerp waar volgens hem nog te vaak stilte omheen hangt: mentale gezondheid en suïcidepreventie.
door Nikola van Krieken
Samen met vrienden en collega’s loopt hij binnenkort een mars van 135 kilometer van Emmen naar Harlingen. Niet alleen om Gijs te herdenken, maar vooral om anderen duidelijk te maken hoe belangrijk het is om écht met elkaar in gesprek te gaan. “Wij beseften achteraf dat we vaker hadden moeten doorvragen”, zegt Bram. “Daar willen we nu aandacht voor vragen.”
Bram (vanwege zijn functie bij Defensie wordt zijn achternaam niet vermeld) werkt als defensievoorlichter en is veteraan. Gijs van der Werf woonde sinds kort deels bij Bram in Weesp, maar kwam oorspronkelijk uit Emmen. Juist daarom begint de tocht daar op 19 mei. De eindbestemming, Harlingen, heeft ook een bijzondere betekenis: “Gijs heeft diezelfde tocht als veertienjarige ooit gefietst om geld in te zamelen voor een goed doel. Het voelde daarom heel logisch om juist zijn verhaal eraan te koppelen en die route nu zelf in marsformatie te lopen.”
Samen met Bram lopen in totaal tien mensen mee, allemaal mensen die Gijs persoonlijk hebben gekend. Onder hen zijn zijn beste vriend en verschillende (oud-)collega’s uit zijn omgeving bij Defensie.
Enorme schok
Gijs overleed vorig jaar tijdens Pinksteren op twintigjarige leeftijd door zelfdoding. Voor zijn omgeving kwam dat als een enorme schok. “Iedereen kende Gijs als die jongen met de glimlach”, vertelt Bram. “Hij kon alles weglachen en stond altijd klaar voor anderen.”
Volgens Bram had Gijs een groot talent om mensen te helpen. Hij wist vroeg al dat hij bij Defensie op de ambulance wilde werken en was al jong bezig met EHBO en hulpverlening. “Zijn moeder gaf EHBO-lessen waardoor hij al vroeg geleerd had hoe je iemand moet reanimeren. Dat wilde hij zo graag dat hij zich zelfs met een aangepaste geboortedatum had ingeschreven, zodat hij als vrijwilliger kon worden opgeroepen om bij meldingen te helpen. Dat typeert hoe hij was.”
Vorig jaar was hij bovendien samen met Bram aanwezig bij de Dodenherdenking in Weesp, namens Defensie, wat volgens Bram opnieuw liet zien hoe betrokken hij zich voelde bij zijn werk en de betekenis daarvan. Ook bij het parachutespringen viel hij op. Gijs was de jongste tandeminstructeur binnen zijn omgeving. “Dat word je echt niet zomaar”, zegt Bram trots. “Daar heb je veel talent voor nodig. Alleen zag hij dat zelf vaak niet.”
Juist dat contrast maakt het verlies volgens de Weesper zo moeilijk te bevatten. “Hij was altijd bezig met anderen. Iedere melding ging hij af, iedereen kon bij hem terecht. Maar zelf hulp aannemen vond hij lastig.” De avond voor zijn overlijden leek er volgens Bram niets aan de hand. “We waren samen en hij was vrolijk zoals altijd. Pas toen hij wegging om op de kazerne te slapen voor het parachutespringen, had ik ineens een vreemd onderbuikgevoel.” De volgende dag kreeg Bram geen contact meer met hem. “Niemand zag het aankomen. Ook op de kazerne niet.”
Taboe
Na het overlijden van Gijs begon bij Bram en anderen langzaam het besef te groeien dat er signalen waren geweest. “Hij liet soms wel dingen vallen over hoe hij zich voelde, maar wij wisten gewoon niet goed hoe we daarmee om moesten gaan”, vertelt hij eerlijk. “Achteraf kwamen we erachter dat je iemand juist níét op ideeën brengt door te vragen hoe het echt gaat of door te vragen of iemand aan zelfdoding denkt. Dat gesprek aangaan is juist belangrijk.”
Dat besef vormt nu de kern van de actie. Het doel van de mars is het taboe doorbreken en het gesprek tussen mensen stimuleren. Er wordt overnacht bij onder meer scoutingverenigingen en sportclubs, plekken waar veel jongeren komen.
“Juist daar willen we aandacht vragen voor het onderwerp”, zegt Bram. “Want jongeren worstelen hier vaker mee dan veel mensen denken.” Onder jongeren van 10 tot 20 jaar is zelfdoding in Nederland de meest voorkomende doodsoorzaak. In Nederland overlijden gemiddeld 26 jongeren per maand door zelfdoding, dat is bijna elke dag iemand.
113-bankjes
Onderweg worden ook meerdere zogenoemde 113-bankjes geopend: bankjes met een plaquette en QR-code die verwijst naar 113 Zelfmoordpreventie. Het idee daarachter is simpel, legt de Weesper uit. “Een plek creëren waar mensen het gesprek met elkaar aangaan. En als iemand het zelf even niet meer weet, kan diegene zelf ook direct contact zoeken met 113 via de QR.”
Volgens Bram is hulp vaak dichterbij dan mensen denken, ook binnen Defensie. “Daar is veel geregeld om mensen op te vangen. Maar iemand moet wel die eerste stap durven zetten. En als de omgeving niet veilig voelt om je uit te spreken, gebeurt dat niet snel.” Hij merkt wel dat het overlijden van Gijs veel heeft losgemaakt, zowel binnen als buiten Defensie. “Mensen vragen elkaar nu vaker: hoe gaat het écht met je? Ook hebben meer mensen hulp gezocht. Dat laat zien hoe belangrijk het is om er open over te praten.”
Bram hoopt dat de actie niet alleen aandacht oplevert binnen Defensie, maar ook in Weesp. Hij zou het mooi vinden als er in de toekomst ook in de stad een 113-bankje komt. “Iedereen die je hiermee kunt helpen, is winst”, zegt hij. “Als ons verhaal ervoor zorgt dat iemand wél het gesprek aangaat of hulp zoekt, dan is dat ontzettend waardevol.”
Wie hulp nodig heeft of zich zorgen maakt om iemand anders, kan dag en nacht contact opnemen met 113 Zelfmoordpreventie via 113.nl of telefonisch via 113 of 0800-0113.

