“Ik heb in Malawi meer dan honderd kinderen zien overlijden onder mijn handen en voor mijn ogen’
“Ik heb in Malawi meer dan honderd kinderen zien overlijden onder mijn handen en voor mijn ogen’ Foto: Brian Elings

'Op tienduizend kilometer afstand ziet de wereld er heel anders uit’

Voor de meeste Weespers is Malawi ver weg. Voor kinderarts en onderzoeker Wieger Voskuijl (52) is het een tweede thuis. Vanuit zijn huis in Weesp reist hij meerdere keren per jaar naar Afrika, waar hij werkt met ernstig zieke en ondervoede kinderen; terwijl hij doordeweeks ook ‘gewoon’ op de fiets naar het Emma Kinderziekenhuis gaat.

door Nikola van Krieken

ADVERTENTIE

Voskuijl woont sinds 2008 in Weesp en noemt het zonder aarzeling “een heerlijke plek”. Hij groeide op in Amsterdam, studeerde geneeskunde en vond al vroeg zijn roeping in de kindergeneeskunde. Toch verliep zijn leven niet volgens een strak uitgestippeld plan. Nieuwsgierigheid stuurde hem vaak een andere kant op - net als een belofte die hij zichzelf ooit als twintiger deed, en die hem jaren later naar Malawi bracht.

De fascinatie voor kinderen ontstond al tijdens zijn studie. In het tweede jaar liep hij stage op de kinderafdeling van het AMC. “Het voelde alsof ik na een lange reis thuiskwam”, zegt hij. “Het is intens, spannend en creatief. Kinderen zijn ongerepter dan volwassenen. Dat maakt het werk eerlijker, directer.” Die gevoelsmatige klik bleek bepalend. Hij promoveerde, volgde de opleiding tot kinderarts en werkte in verschillende Amsterdamse ziekenhuizen. Maar ergens bleef er iets knagen: een ervaring uit zijn studententijd die hem niet losliet.

Het ‘Malawi-virus’

Rond het jaar 2000, vlak voor het afronden van zijn studie, reisde Voskuijl naar Malawi, waar familie van hem woonde. Hij werd daar geconfronteerd met een totaal andere werkelijkheid. Voor zijn laatste coschap werkte hij daar twee maanden in een ziekenhuis en binnen enkele dagen was hij verkocht. “Ik werd echt gegrepen door wat ik later het ‘Malawi-virus’ ben gaan noemen”, zegt hij.

De werkelijkheid die hij daar aantrof verschilde totaal van die in Nederland. “Hier zie je vooral een vergrijzende bevolking. In Malawi is de helft van de mensen jonger dan vijftien jaar. De kinderafdeling is daardoor de grootste afdeling van het ziekenhuis.” Veel kinderen kwamen bovendien pas laat binnen. “Er is nauwelijks eerstelijnszorg of preventieve zorg zoals consultatiebureaus. Mensen melden zich vaak pas als ze al ernstig ziek zijn.”

‘Serieus werk aan de winkel’

Eenmaal in Malawi kwam ieder van hen in een totaal andere wereld terecht

Die combinatie van urgentie en directe impact maakte indruk op hem. “Het was harde, somatische kindergeneeskunde. Echt serieus werk aan de winkel.” Hij herinnert zich vooral de energie op de afdeling: artsen die voortdurend moesten improviseren, medische vragen die ter plekke opgelost moesten worden en het gevoel dat je als arts daadwerkelijk verschil kon maken. “De problemen zijn groter, de verschillen zijn groter, en het effect van wat je doet zie je meteen terug. Het is echt geneeskunde op het scherpst van de snede.”

Tijdens die periode kwam ook zijn partner Ellen, toen eveneens geneeskundestudent, naar Malawi. Samen reisden ze daarna verder door Afrika. Onderweg spraken ze hardop uit wat toen nog vooral een verre droom leek: ooit zouden ze terugkeren. “We waren 26 en dachten: als we later groot zijn, gaan we hier nog eens wonen en werken.”

Eenmaal in Malawi kwam ieder van hen in een totaal andere wereld terecht

Van Weesp naar Afrika

Die belofte kreeg vorm in 2012. Inmiddels woonde het gezin in Weesp, hadden ze drie jonge kinderen en beiden een goedlopende carrière. Hij in het kinderziekenhuis en Ellen als psychiater. Toch besloten ze alles tijdelijk achter te laten. Het was absoluut geen impulsbesluit”, stelt Voskuijl. Voordat ze definitief besloten te vertrekken, gingen ze eerst samen een week terug naar Malawi. “We wilden weten: hebben we het in ons hoofd mooier gemaakt dan het was, of willen we dit echt nog steeds?” Die twijfel verdween snel. “Na twee dagen wisten we het eigenlijk al.”

Eenmaal in Malawi kwam ieder van hen in een totaal andere wereld terecht

Daarna volgden maanden van regelen: werk afbouwen, een woning en scholen zoeken, papieren in orde maken en een vertrekdatum plannen. “Als je dat niet goed organiseert, krijg je daar later last van”, zegt hij. Vrijwel iedere avond waren ze ermee bezig. Ook richtten ze een stichting op: Dokters voor Malawi. Via vrienden, kennissen en betrokken Weespers zamelden ze geld in om het avontuur mogelijk te maken. “Mensen leefden enorm mee”, vertelt hij. “Zelfs leerkrachten van De Triangel deden mee.” In augustus 2012 stapte het gezin uiteindelijk op het vliegtuig. Hun kinderen waren toen tien, zeven en drie jaar oud. Ook hun oppas Tessel reisde mee naar Afrika, aanvankelijk voor een soort tussenjaar. “Onze kinderen waren erg aan haar gehecht”, zegt Voskuijl. “Inmiddels is ze een soort aangewaaide dochter van ons gezin.” Eenmaal in Malawi kwam ieder van hen in een totaal andere wereld terecht. Voskuijl ging aan de slag op een afdeling voor ernstig ondervoede kinderen, waar de druk hoog en de middelen beperkt waren. Ellen werkte in de psychiatrie, een vakgebied dat in Malawi nauwelijks ontwikkeld was. “Voor haar was het echt het wilde westen”, zegt hij. “Ik werkte nog in een soort Zwitserland vergeleken met haar.”

Werken in de frontlinie

Eenmaal in Malawi kwam ieder van hen in een totaal andere wereld terecht

De realiteit van het werk in Malawi was intens en onvoorspelbaar. “Je bent daar de hele dag buiten de lijntjes aan het kleuren”, zegt Voskuijl. “Als er iets stuk is, los je het zelf op. Je doet veel meer dan alleen dokter zijn.” In de praktijk betekende dat een constante staat van improviseren, in een systeem dat op veel fronten tegelijk onder druk stond.

De schaal van het werk is bovendien moeilijk te bevatten in Nederlandse termen. “Het ziekenhuis is tien keer zo groot als het Emma Kinderziekenhuis, maar met tien keer zo weinig artsen”, legt hij uit. “Iedereen staat daar continu in de survivalstand.” Tijd om rustig te overleggen of door te verwijzen is er vaak niet; beslissingen moeten snel en met beperkte informatie worden genomen.

Dat verschil wordt het scherpst zichtbaar in de uitkomsten. “In Malawi overlijdt er bijna elke dag wel een kind. In Nederland zijn dat juist uitzonderingen.” Hij herinnert zich de momenten die daaruit voortkwamen. “Ik heb daar meer dan honderd kinderen zien overlijden onder mijn handen en voor mijn ogen. En soms terwijl je eigenlijk al wist dat reanimatie geen zin meer had. Maar je doet het toch, ook voor de ouders, om te laten zien dat je alles hebt geprobeerd.”

Die confrontaties laten zich niet zomaar wegzetten. “Je hoort daar verhalen die hier mensen stil zouden krijgen”, zegt hij. “Huiselijk geweld, extreme armoede, verslaving, het komt allemaal samen op één plek.”

Een leven tussen twee uitersten

Toch was het leven in Malawi niet alleen zwaar. “Het leven daar heeft ook enorme kwaliteit”, zegt Voskuijl. “Het weer, het licht, de vriendelijkheid van mensen. We hadden weinig geld, maar zaten onder palmbomen koffie te drinken. Het leven was goed, en professioneel ontzettend interessant.” Die tegenstelling - tussen schoonheid en hardheid - typeert zijn jaren daar. Overdag werkte hij in het ziekenhuis ’s avonds schreef hij nieuwsbrieven voor donateurs van stichting Dokters voor Malawi. Ondertussen draaide het gezinsleven door, met school, verjaardagen en dagelijkse beslommeringen. “Het was inspirerend en prachtig”, zegt hij. “Maar ook uitputtend. Na drie jaar waren we echt op.”

Terug naar Weesp

In 2015 keerde het gezin terug naar Nederland. Dat bleek geen eenvoudige overgang. “De eerste dagen in het ziekenhuis hier dacht ik: is dit alles?” zegt hij. “Dat klinkt misschien vreemd, maar de schaal en urgentie zijn gewoon anders.”Ook het gezin moest opnieuw wennen. De kinderen gingen van een internationale school met uitgestrekte sportvelden naar een basisschool in Weesp. “Die contrasten zijn groot.” Langzaam vond Voskuijl zijn weg terug. Maar Malawi liet hem niet los.

In plaats van het Afrikaanse hoofdstuk af te sluiten, besloot hij het te integreren in zijn werk. Hij bouwde mee aan een samenwerkingsverband tussen het Amsterdam UMC en medische instellingen in Malawi. Dat groeide uit tot een netwerk waarin onderzoek, onderwijs en klinische praktijk samenkomen. “Wat wij daar hebben opgebouwd, maakt het nu mogelijk dat jonge artsen en studenten stages in Malawi kunnen doen”, zegt hij. “Dat is ontzettend waardevol.”

Zelf verdeelt hij zijn tijd tussen het Emma Kinderziekenhuis en internationale projecten. Ongeveer de helft van zijn werkweek besteedt hij aan onderzoek en samenwerking in landen met beperkte middelen. “Ik heb eigenlijk mijn eigen baan gecreëerd”, zegt hij nuchter.

Onderzoek met impact

Zijn onderzoek richt zich onder meer op ondervoeding bij kinderen. “We kijken bijvoorbeeld naar hoe snel je ernstig ondervoede kinderen moet voeden”, legt hij uit. “In rijke landen denken we vaak: hoe sneller, hoe beter. Maar er zijn aanwijzingen dat dat juist schadelijk kan zijn.” In verschillende landen wordt nu onderzocht wat het effect is van een lagere calorie-inname. “De financier is geïnteresseerd in kostenbesparing”, zegt hij. “Wij kijken naar overleving. Uiteindelijk hoop je dat het beleid wereldwijd verandert.”

Het zijn projecten die jaren duren en niet altijd directe resultaten opleveren. “Soms ben je drie jaar verder en blijkt er geen verschil”, zegt hij. “Maar dat hoort erbij.”

Voskuijl reist nog meerdere keren per jaar naar Afrika, vaak voor enkele weken. “Het is voor 95 procent werk”, zegt hij. “Mijn gezin blijft meestal hier. Onze basis ligt in Weesp.” Toch voelt aankomen in Malawi nog steeds als thuiskomen. “Je hoort er niet echt bij, maar ik voel me er wel thuis”, zegt hij. “Alles is anders, en dat blijft fascinerend.”

Relativeren vanuit Weesp

Die ervaring beïnvloedt ook hoe hij naar Nederland kijkt. “We leven hier in enorme luxe, maar dat beseffen we vaak niet”, zegt hij. “Dat je water uit de kraan kunt drinken, dat afval wordt opgehaald, dat je veilig naar het ziekenhuis wordt gebracht als je een ongeluk krijgt en de ziekteverzekeringen, dat is helemaal niet vanzelfsprekend.”

Hij merkt dat hij minder meegaat in het klagen. “Ik zeg wel eens: op tienduizend kilometer afstand ziet de wereld er heel anders uit.”

Gewoon Weesper

Ondanks zijn volle agenda probeert Voskuijl wel degelijk een soort balans te bewaren. Hij speelt trompet in een jazzkwartet, vaak gewoon in Weesp, en maakt bewust ruimte voor dingen die niets met werk te maken hebben. “Muziek is belangrijk”, zegt hij. “En ook een beetje lummelen, in de tuin werken.” De strakke scheiding tussen werk en privé heeft hij daarbij losgelaten. “Die strijd heb ik wel opgegeven”, zegt hij. “Veel van wat ik doe, vind ik ook gewoon leuk.”

In Weesp leeft hij een leven dat op het oog heel rustig is. Hij fietst naar zijn werk, geniet van de ruimte om zich heen en de nabijheid van de natuur. “Je hebt hier de polder, de Vecht”, zegt hij. “En als je iets mist, ben je zo in Amsterdam.” Dat contrast lijkt goed bij hem te passen: het overzichtelijke, bijna dorpse Weesp aan de ene kant, en de complexe, soms rauwe wereld van zijn werk aan de andere.

De toekomst ziet Voskuijl niet als een keuze tussen Nederland en Malawi, maar als een combinatie. “Misschien dat we ooit een paar maanden per jaar daar zijn”, zegt hij. “Maar de basis blijft hier.” Wat hij hoopt te bereiken? “Dat we de zorg voor kinderen wereldwijd een stukje beter maken”, zegt hij. “Dat klinkt groot, maar het begint met kleine stappen.”

Een oproep

Tot slot heeft hij nog een praktische boodschap voor de lezers van WeesperNieuws. “Voor projecten in Malawi is altijd geld nodig”, zegt hij. “Dus als er iemand een verdwaalde ton heeft liggen…?”
Hij lacht erbij, maar de onderliggende boodschap is serieus. Want achter het rustige leven in Weesp schuilt een wereld waarin elke bijdrage het verschil kan maken.