V.l.n.r.: Neven Dennis (43), Yannick (31) en Jozef da Costa (29) met een foto van hun opa.
V.l.n.r.: Neven Dennis (43), Yannick (31) en Jozef da Costa (29) met een foto van hun opa. Foto’s: Aangeleverd

Weesper familie bij herdenking Molukse aankomst in 1951: ‘Erkenning te laat'

WEESP Vier generaties van de Weesper familie Da Costa stonden vorige week op het Java-eiland in Amsterdam. Tussen honderden Molukse families herdachten zij de aankomst van hun grootouders in Nederland, inmiddels 75 jaar geleden.

door Nikola van Krieken

ADVERTENTIE

Voor neven Jozef da Costa (29), Yannick da Costa (31) en Dennis da Costa (43) was de herdenking een dag vol trots, herinneringen en emotie. “Je beseft ineens: zij hebben bijna drie maanden op een schip gezeten, alles achterlatend, zonder te weten wat hen hier te wachten stond.”

Van Nederlands-Indië naar Nederland

In 1951 kwamen duizenden Molukse KNIL-militairen en Zuid-Molukse marine mensen met hun gezinnen vanuit voormalig Nederlands-Indië naar Nederland. Ook de opa en oma van de familie Da Costa maakten die reis. Opa diende bij de Koninklijke Nederlandse Marine en kwam uiteindelijk via Bergen en Medemblik in 1955 terecht in Weesp.

Hun opa en oma vestigden zich in de jaren vijftig in Weesp, waar zij met hun acht kinderen eerst aan de Rembrandt van Rijnstraat woonden, in een kleine flat met acht kinderen verdeeld over een jongens- en meisjeskamer. “Mijn opa en oma waren de eerste buitenlandse familie in Weesp”, vertelt Dennis. “Iedereen kende hen. Opa werkte hard bij de marine en deed extra diensten om het gezin te onderhouden.”

Mijn opa en oma waren de eerste buitenlandse familie in Weesp

‘De eerste generatie sprak nauwelijks over wat ze hadden meegemaakt’

Later verhuisde het gezin naar een grotere woning aan de Keulsevaartstraat, speciaal gebouwd voor grote Weesper gezinnen. Daar bleef de familie wonen. Inmiddels bestaat de Da Costa familie uit vier ooms, vier tantes, achttien kleinkinderen en inmiddels ook vijf achterkleinkinderen. Nog altijd woont een groot deel in Weesp en omgeving.

Weinig gesproken over verleden

Mijn opa en oma waren de eerste buitenlandse familie in Weesp

‘De eerste generatie sprak nauwelijks over wat ze hadden meegemaakt’

Zoals in veel Molukse families werd thuis lang weinig gesproken over het verleden. Toch voelde Dennis als kind al de behoefte om vragen te stellen aan zijn opa. “Er zat veel verdriet en boosheid onder”, zegt hij. “De eerste generatie sprak nauwelijks over wat ze hadden meegemaakt. Sommige dingen zijn ook verloren gegaan. Niemand weet bijvoorbeeld de echte geboortedatum van mijn opa, omdat namen en gegevens verkeerd werden opgeschreven.”

Volgens Yannick veranderde dat pas later. “Onze ouders praten er nu meer over dan vroeger. In hun jeugd gold vooral: hard werken en niet klagen. Gevoelens werden niet snel uitgesproken.” Die mentaliteit herkennen de neven nog steeds in hun opvoeding. “Onze opa was matroos eerste klas”, vertelt Yannick. “Hij deed alles om zijn gezin vooruit te helpen. Onze oma zorgde thuis voor acht kinderen terwijl hij extra shifts draaide. Iedereen thuis hielp mee. Dat harde werken hebben wij van huis uit meegekregen.”

Naam op het monument

Tijdens het eerste deel van de herdenking werd op het voormalige marineterrein Kattenburg in Amsterdam een monument onthuld voor Molukse marinemannen die destijds naar Nederland kwamen. Ook de naam van hun opa, Obeth

Da Costa, staat daarop vermeld omdat hij in Weesp woonde en begraven ligt, en Weesp tegenwoordig onderdeel is van gemeente Amsterdam. Voor de familie betekent dat veel. “Het voelt als erkenning”, zegt Jozef. De ceremonie maakte diepe indruk. Familieleden mochten bloemen leggen, terwijl honderden aanwezigen probeerden een glimp van het monument op te vangen. “Het was best emotioneel. Vooral het gebed voorafgaand raakte mij. Je voelde hoeveel dit nog altijd betekent.”

Kippenvel op het water

Na de onthulling volgde een bijzondere tocht over het IJ. Nabestaanden roeiden in traditionele boten van het Scheepvaartmuseum naar het Java-eiland, dezelfde plek waar vele Molukse grootouders ooit aankwamen. De drie neven zaten samen in een van de boten. “Dat moment vergeet ik nooit meer. Ik kreeg kippenvel en tranen in mijn ogen toen ik besefte dat onze opa en oma dit allemaal hebben.”

Na de onthulling volgde een bijzondere tocht over het IJ. Nabestaan

den roeiden in traditionele boten van het Scheepvaartmuseum naar het Java-eiland, dezelfde plek waar hun grootouders ooit aankwamen. De drie neven zaten samen in een van de boten. “Dat moment vergeet ik nooit meer. Ik kreeg kippenvel en tranen in mijn ogen toen ik besefte dat onze opa en oma dit allemaal hebben meegemaakt.”

‘Het mag nooit vergeten worden’

Binnen de familie leeft de Molukse achtergrond op verschillende manieren voort. Dennis bezoekt regelmatig de Molukse kerk en is actief binnen de gemeenschap. Jozef zoekt vooral verbinding met andere Molukse jongeren in Amsterdam. Yannick ziet hoe tradities langzaam veranderen, maar wel blijven bestaan. “Wij zijn, in tegenstelling tot onze grootouders, in Nederland geworteld”, zegt hij. “Maar de Molukse cultuur blijft onderdeel van wie we zijn.”Dat was tijdens de herdenking ook zichtbaar. Dennis’ dochter trad op met de traditionele Molukse dans Menari namens de Molukse kerk Gunung Batu in Amsterdam.

“Daar ben ik ontzettend trots op”, vertelt hij. De neven hopen dat meer mensen zich verdiepen in dit deel van de Nederlandse geschiedenis. “Vroeger stond hier bijna niets over in schoolboeken”, zegt Yannick. “Nu komt er gelukkig steeds meer aandacht voor.” Toch blijft het gevoel dubbel. “Ik vind het goed dat er nu een monument is en dat het verleden meer aandacht krijgt. Maar het is te laat, veel mensen uit de eerste generatie hebben deze erkenning nooit meer meegemaakt”, zegt Dennis. “Dat doet pijn. Maar ik ben wel blij dat het verhaal nu eindelijk verteld wordt.”

Het herdenkingsmonument.
Opa Da Costa.
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding