Saskia ter Kuile, scherp, fel en uitgesproken.
Saskia ter Kuile, scherp, fel en uitgesproken. Foto: Brian Elings

‘Een fundament had ons gezin eigenlijk niet’

In de Weesper politiek stond Saskia ter Kuile (64) jarenlang bekend als scherp, fel en uitgesproken. Als raadslid voor D66 beet ze van zich af in verhitte debatten, fileerde ze beleid tot op detailniveau en schuwde ze confrontaties niet. Maar achter die stevige politieke buitenkant schuilt iemand die haar hele leven juist bezig was met een fundamentele vraag: waar hoor je eigenlijk thuis?

door Nikola van Krieken

ADVERTENTIE

De eerste keer dat Saskia ter Kuile merkte hoe relatief het begrip ‘ergens bij horen’ eigenlijk is, was niet in Nederland, maar op een schip tussen New York en Europa. Het was 1972. Ze was een meisje van negen jaar oud, onderweg met haar moeder en zus terug naar Europa op een van de laatste passagierslijnen over de Atlantische Oceaan. Aan tafel gold een ijzeren etiquette: niet praten tenzij je iets gevraagd werd, rechtop zitten, eten wat de pot schaft. Aan de tafel naast hen ging het er totaal anders aan toe. Kinderen schreeuwden, stonden op, gooiden met spullen. Ter Kuile keek haar moeder verbaasd aan en vroeg zachtjes wat daar gebeurde. Het antwoord kreeg iets mythisch: “Das sind Holländer.” (vertaling: dat zijn Hollanders).

Ze vertelt het lachend, maar achter de anekdote schuilt een jeugd die draaide om ontheemding, aanpassing en het zoeken naar houvast. Misschien verklaart dat ook waarom juist Weesp voor haar uiteindelijk de plek werd waar ze bleef hangen. “Ik woon hier nu 25 jaar”, zegt ze. “Dat is langer dan waar dan ook in mijn leven.”

Gezin getekend door Tweede Wereldoorlog

Ter Kuile groeide op in een gezin dat diep getekend was door de Tweede Wereldoorlog. Haar moeder kwam uit Zuid-Duitsland en maakte onder meer bombardementen mee op Kassel. Haar vader kwam uit Nederlands-Indië en zat als kind met zijn moeder in een Japans kamp. “Allebei zijn ze daar op hun eigen manier niet ongeschonden uitgekomen”, vertelt ze. “Een fundament had ons gezin eigenlijk niet.” Dat wortelloze bepaalde haar jeugd. Het gezin verhuisde van Duitsland naar Amerika en uiteindelijk naar Nederland. Haar ouders scheidden. Ze werd drietalig opgevoed, leerde zich overal aanpassen, maar voelde zich nergens volledig thuis. “Het voordeel is dat je flexibel wordt”, zegt ze. “Het nadeel is dat je die wortelloosheid meeneemt.”

Toen ze op negenjarige leeftijd in Nederland aankwam, had ze nog nooit van de Tweede Wereldoorlog gehoord. In Duitsland werd daar destijds nauwelijks over gesproken, in Amerika draaide alles om Amerika. Ook de cultuurverschillen maakten indruk. Duitsland was streng en disciplinair, Amerika draaide om individuele ontplooiing, terwijl Nederland voor haar voelde als “een soort anarchie”. Lachend: “Een beetje het recht van de sterkste.” Toch leerde die jeugd haar iets belangrijks: observeren. Kijken hoe groepen functioneren. Begrijpen hoe mensen zich verhouden tot macht, regels en gemeenschap. Dat observeren werd later haar vak. In Leiden studeerde ze kunstgeschiedenis. “In mijn familie had je eigenlijk maar twee keuzes: Rechten of Kunstgeschiedenis”, stelt ze. Rechten leek haar verschrikkelijk saai, dus het werd Kunstgeschiedenis. Ze raakte gefascineerd door beelden als informatiedragers. Waarom wordt een kunstwerk in de ene tijd bewonderd en in een andere periode verguisd? Hoe verandert betekenis door context? “Waarneming en waardering zijn ontzettend contextueel bepaald”, aldus ter Kuile. “Dat inzicht gebruik ik nog steeds.”

Politiek actief tijdens studententijd

Uiteindelijk moet je weten hoe systemen werken als je iets wilt veranderen

Tijdens haar studententijd raakte ze politiek actief, onder meer bij het Humanistisch Verbond. In de jaren tachtig hield ze zich bezig met thema’s die toen al fel bevochten werden: abortus, euthanasie en homorechten. “Zelfbeschikking was voor mij een fundamenteel thema”, zegt ze. “En dat is het nog steeds.” Ze ontdekte dat idealen alleen niet genoeg zijn. Voor echte verandering zijn wetten nodig, politieke wil, structuren. “Je kunt wel boos zijn dat iets niet mag”, zegt ze “maar als de wet het verbiedt, houdt het gewoon op.” Die overtuiging bracht haar richting lobbywerk, beleid en communicatie. Na een korte periode in de kunstwereld kwam ze terecht in de zorg. Daar groeide ze uit tot communicatie- en strategie-expert, onder meer bij ziekenhuizen, het ministerie van Volksgezondheid en later kennisorganisatie Vilans. Ze werkte aan grootschalige verandertrajecten in de zorg, lang voordat “verandercommunicatie” een modewoord werd.

Een van haar eerste grote opdrachten was bij de Reinier de Graaf Groep in Delft, waar een ziekenhuisfusie speelde. Ter Kuile ontwierp communicatiesystemen waarbij niet alleen bestuurders, maar complete organisaties werden meegenomen in veranderingstrajecten. “Communicatie gaat nooit alleen over informatie”, zegt ze. “Het gaat altijd over verandering teweegbrengen.” Ze vertelt bevlogen over projecten rond patiëntveiligheid, doorligwonden en kwaliteitsverbetering in ziekenhuizen. Niet de techniek stond centraal, maar de vraag hoe je duizenden medewerkers meekrijgt in een andere manier van werken. “Je moet mensen onderdeel maken van het proces”, zegt ze. “Niet alleen vertellen wat ze moeten doen.” Die aanpak bracht haar uiteindelijk ook naar Vilans, waar ze vijftien jaar werkte aan communicatie en kennisverspreiding binnen de langdurige zorg.

Coronapandemie

Tijdens de coronapandemie kwam alles samen. Twee jaar lang werkte ze vrijwel non-stop met grote teams aan communicatie voor zorginstellingen, medewerkers en het publiek. Haar man was in diezelfde periode bestuursvoorzitter van een van de grootste ziekenhuizen van Nederland. “We zagen van dichtbij hoe ontwrichtend het was”, zegt ze. Sommige verhalen staan nog altijd in haar geheugen gegrift. Zoals een verpleeghuis waar met de beste bedoelingen een Sinterklaasviering doorging, waarna elf bewoners overleden.

Tegelijk zag ze hoe snel desinformatie zich kon verspreiden en hoeveel invloed dat heeft op gedrag, angst en publieke opinie. Dat fascineert én verontrust haar nog altijd. Sociale media analyseert ze nog steeds fanatiek, al is het niet meer beroepsmatig. Ze kijkt niet alleen naar wat mensen zeggen, maar vooral naar hoe informatie zich beweegt: welke berichten aanslaan, hoe emoties worden aangewakkerd en hoeveel accounts eigenlijk echt zijn. “Communicatie is totaal veranderd”, zegt ze. “Mensen reageren niet alleen meer, maar proberen actief invloed uit te oefenen op beeldvorming.”

Volgens haar werd tijdens corona zichtbaar hoe politieke belangen, algoritmes en verdienmodellen samenkomen. Ze zag hoe groepen bewust inspeelden op onzekerheid en wantrouwen, en hoe online campagnes publieke discussies konden sturen. Die ontwikkeling houdt haar nog steeds bezig. Ze vergelijkt het soms met verkiezingsbeïnvloeding of de dynamiek achter Brexit: kleine verschuivingen in online sentiment kunnen uiteindelijk grote gevolgen hebben.

Ze blijft die online wereld nauwlettend volgen. X verliet ze inmiddels. LinkedIn noemt ze “een arena van ego’s”, waar stellige meningen vaak belangrijker lijken dan echte dialoog. Threads vindt ze op dit moment het interessantste platform, juist omdat interactie daar volgens haar nog minder wordt gedomineerd door schreeuwerigheid en polarisatie. Ze experimenteert er zelf ook mee: onlangs ging ze nog viraal met een post over homorechten. Ze analyseert voortdurend hoe platforms werken. Zo onderzocht ze ooit de volgers van Geert Wilders en concludeerde ze dat een groot deel van die accounts vermoedelijk nep was. “Als je communicatie ontwerpt, moet je eerst weten met wie je eigenlijk praat.”

Weesper politiek

Toen haar vier kinderen groter werden, besloot Ter Kuile zich actief met Weesp te bemoeien. Eerst als betrokken inwoner, later als raadslid voor D66. Tussen 2014 en 2022 zat ze in de gemeenteraad. Wat haar vooral opviel, was de sterke lokale identiteit en tegelijk hoe uitsluitingsmechanismen werken. Ze weet nog goed hoe ze als nieuwkomer kennismaakte met “de echte Weespers”, die haar uitlegden hoe de stad in elkaar zat. Ze vertelt het met humor, maar ook met een kritische ondertoon. “Op een gegeven moment wonen er meer mensen in een stad die er later zijn komen wonen dan oorspronkelijke bewoners”, zegt ze. “Dan moet je jezelf afvragen: wanneer hoor je erbij?”

Ze ziet die spanning nog altijd terug in discussies over Weesp en Amsterdam. Volgens haar schiet een houding van “wij tegen Amsterdam” weinig op. “Als je het beste voor Weesp wilt, moet je samenwerken”, zegt ze. “Niet roepen dat je een echte Weesper bent en daarom meer rechten hebt.” Juist haar achtergrond als buitenstaander maakte haar gevoelig voor mechanismen van uitsluiting. In de raad kreeg ze bovendien vroeg te maken met felle polarisatie en radicaal-rechtse politiek. Ze herinnert zich moties over het registreren van nationaliteiten van kinderen of het inzetten van de pridevlag om moslims te provoceren. “Daar hebben we in Weesp heel vroeg mee leren omgaan.”

Samenwerking met Amsterdam

Toch kijkt ze met veel waardering terug op haar raadsperiode. “Je kunt heel hard roepen dat je het ergens niet mee eens bent”, zegt ze “maar uiteindelijk moet je weten hoe systemen werken als je iets wilt veranderen.” Dat pragmatisme ziet ze ook terug in de relatie tussen Weesp en Amsterdam. Volgens haar liggen de kansen juist in samenwerking en slimme beïnvloeding van beleid. “Dan moet je niet zeggen dat Weesp uitzonderingen verdient omdat het zo bijzonder is”, zegt ze. “Je moet onderbouwen waarom iets praktisch niet werkt.” Zelf bleef ze altijd zoeken naar verbinding. Misschien juist omdat ze die verbondenheid vroeger zo miste. “Ik denk dat mijn jeugd er wel voor heeft gezorgd dat ik steeds manieren zocht om onderdeel te worden van een groter geheel.”

Hospice Het Sluishuis

Na haar pensioen - ze stopte begin zestig met werken - bleek stilzitten onmogelijk. Samen met onder anderen Astrid Ventevogel zette ze zich in voor de komst van een hospice in Weesp: Hospice Het Sluishuis. Het idee ontstond vanuit een simpele overtuiging: mensen moeten waardig kunnen sterven in hun eigen omgeving. De praktijk bleek weerbarstig. Meer dan twee jaar werkte de stichting aan plannen, locaties, financiering en exploitatiemodellen. Uiteindelijk liep het vast op geld. De grondprijzen, bouwkosten en structurele exploitatie bleken nauwelijks rond te krijgen voor een non-profitvoorziening. “We hebben het op alle mogelijke manieren geprobeerd”, zegt ze. “Maar we krijgen het niet sluitend.”

Het doet zichtbaar pijn. “Het is zonde”, zegt ze. “Een hospice is echt iets wat een gemeenschap zou moeten kunnen dragen.” Ze ziet tegelijk hoe de zorg verandert. Meer mensen willen thuis sterven, verpleeghuizen richten palliatieve units in en traditionele hospices hebben het financieel steeds moeilijker. Toch blijft de behoefte bestaan. Of het hospice-initiatief definitief stopt, weet ze nog niet. Tegen de zomer wordt waarschijnlijk een beslissing genomen. “Maar ik vrees dat ik het antwoord eigenlijk al weet.” Ze grapt: “Maar als iemand nog een tonnetje over heeft…”

Ondertussen blijft ze actief in de stad. Ze werkt tegenwoordig als vrijwilliger mee bij Vers aan de Vecht, een kleinschalige groentepluktuin naast De Groene Griffioen waar deelnemers wekelijks zelf hun groenten en kruiden oogsten. Daar helpen vrijwilligers mee op het land en dragen ze bij aan een lokaal, biologisch en duurzaam voedselsysteem. “Ik ben plukker geworden”, zegt ze lachend. “Daar krijg ik energie van. Heerlijk in de natuur.”

Zeilend de wereld over

Ook privé zoekt ze nog altijd avontuur, maar minstens zo belangrijk is de sterke onderlinge band binnen het gezin. Samen met haar man zeilt ze fanatiek en hebben ze door de jaren heen meerdere boten gehad; inmiddels varen ze op een oude boot uit 1984. Het zeilen is voor hen niet alleen een hobby, maar ook een manier om als gezin echt tijd met elkaar door te brengen, los van de drukte van het dagelijks leven. Binnen het gezin heerst volgens haar een hechte en vanzelfsprekende verbondenheid, waarin iedereen elkaar makkelijk weet te vinden.

Met die boot deden ze onlangs - samen met twee van hun vier kinderen - mee aan de Atlantic Rally for Cruisers, een oversteek van de Atlantische Oceaan. Het idee was vooral om samen iets bijzonders te ondernemen, niet vanuit competitie. Toch veranderde de dynamiek zodra ze eenmaal op zee waren. “We zijn helemaal niet competitief”, zegt ze “maar zodra het begon, schoten we alle drie in de racestand.”

Een terugkerend onderwerp is het zoeken naar verbinding, steeds gaat het haar om dezelfde onderstroom: begrijpen hoe mensen samenleven, en hoe dat beter kan. En misschien is dat uiteindelijk ook haar verhouding met Weesp. Niet geboren als ‘echte Weesper’, maar wel iemand die besloot zich met volle overtuiging aan de stad te verbinden.

Afbeelding
ARC 2025
 In de jaren tachtig hield ze zich bezig met thema’s die toen al fel bevochten werden.