Casparus Johannes van Houten klopte eind 19e eeuw aan bij de Amsterdamse architect Abraham Salm en gaf hem de opdracht in Weesp een luxueus landgoed te bouwen. Het Italiaans ogende optrekje zou de woning moeten worden van deze Casparus; enig zoon van Coenraad van Houten, de uitvinder van het cacaopoeder. In 1897 startte de bouw van Villa Casparus, maar Casparus zou er zelf nooit wonen.

Wel centrale verwarming en elektrisch licht, maar geen waterleiding Het wereldwijde succes van Van Houten cacao maakt ook Casparus van Houten puisant rijk. Na de terugkeer uit Engeland, waar hij voor de familiefirma de succesvolle export regelde, kon Casparus zich zijn villa permitteren