Het is eigenlijk verplichte kost: een verhaal over architect Janton Stork begint bij zijn roots. Immers, Janton had ‘big shoes to fill’, want hij stapte in de voetsporen van zijn in 2003 overleden vader Ton Stork, die in Weesp en wijde omstreken bekend was. Ook de aimabele Ton was architect, maar hij was vooral bekend vanwege zijn tomeloze inzet voor het behoud van het Naardermeer en de Vechtstreek. Zijn naam leeft voort in de geschiedenis alsook in het Ton Storkpad: het fietspad langs de spoorlijn bij het Naardermeer. Zijn zoon Janton vindt dit een geweldig eerbetoon, maar hijzelf verwacht geen pad, geen straat en zelfs geen steegje, ook al heeft hij een onuitwisbare handtekening in Weesp gezet. Hij laat het bij: “Het is een terechte waardering voor de inspanningen van mijn vader om de natuur in dit gebied te behouden. Toen ik jong was, zag ik dat allemaal niet zo scherp, maar naarmate je ouder wordt, groeit de waardering en trots alleen maar. Hij was een groot voorbeeld.”

Ontspannen jeugd

Janton beleefde samen met zijn oudere broer Cees en jongere broer Jeroen een ongedwongen en ontspannen jeugd in zijn ouderlijke woning aan de Utrechtseweg. Het huis was groot genoeg om hele hordes vrienden mee te nemen en het feit dat je zo de Vecht in kon duiken, maakte het er alleen maar populairder op. “Mijn moeder had een kast met droge kleren en handdoeken, want er was er altijd wel één die in de Vecht viel. Dan gingen ze mooi droog naar huis”, lacht hij.

Sporten

Was hij niet thuis, dan was hij waarschijnlijk ergens aan het sporten. Hij was lid van voetbalvereniging ADE, heeft gehockeyd, getennist, zelfs geturnd (“Dat zou je niet zeggen hè, met mijn postuur”), gezwommen en geschaatst, maar zijn grote liefde was basketbal bij WVGV. “Ik heb dat maar vier, vijf jaar gedaan, maar dat vond ik de leukste sport om te doen. Het is jammer dat ik daar pas laat mee ben begonnen.”
Laat beginnen met een sport blijkt overigens een relatief begrip bij Janton, want met schaatsen begon hij pas toen zijn oudste dochter Lot schaatstrainingen kreeg op de Jaap Edenbaan en Janton natuurlijk meeging. “Ik zat daar elke zaterdagochtend vroeg in de kantine en bedacht op een goed moment dat ik, als ik er dan toch was op dat tijdstip, maar beter ook kon gaan schaatsen. Toen ben ik lessen gaan nemen.”

Architect

Hij was toen al lang en breed architect, net als zijn vader. "Als Cees en Jeroen werd gevraagd wat ze later zouden willen worden, zeiden ze: alles, behalve architect. Terwijl ik al heel jong wist dat ik juist architect wilde worden. Dat zit blijkbaar toch in mijn genen. Mijn vader was architect, mijn beide opa’s waren aannemer en ook hun ouders zaten in de bouw, dus de bouwwereld zit er diep in.”
Hij vindt wat hij doet het mooiste vak dat er is. “Het is een prachtberoep omdat het creatief en veelzijdig is, maar het mooiste vind ik dat je met bepaalde projecten iets neerzet dat een zekere invloed heeft op de omgeving. Zo gauw je bijvoorbeeld iets tekent in een dichtbebouwde omgeving zijn er altijd mensen die het mooi vinden en ook die het lelijk of helemaal niets vinden. Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, hoewel ik wel van het harmoniemodel ben en altijd probeer consensus te vinden. Ik adviseer mijn opdrachtgevers daarom ook altijd om bij een nieuw project zo snel mogelijk met de directbetrokkenen rond de tafel te gaan.”


'Je kunt het nooit iedereen naar de zin maken, hoewel ik wel van het harmoniemodel ben en altijd probeer consensus te vinden.'

Tegengestelde belangen

Tegelijkertijd erkent hij dat er vaak tegengestelde belangen zijn. In Weesp zijn nu twee projecten waar het tussen omwonenden en projectontwikkelaar niet lekker loopt: aan de Sinnigvelderstraat en aan de Amstellandlaan. Janton is in beide gevallen niet de architect, maar hij volgt het proces met grote belangstelling en in het algemeen zegt hij: “Projectontwikkelaars kijken naar een project met - ik chargeer - de rekenmachine in de achterzak. Dat is vanuit hun perspectief logisch, maar het is haast per definitie een voedingsbodem voor spanning. Eigenlijk zou je elk project moeten benaderen vanuit de criteria: wat is de context, waar staat het, hoe is de omgeving en wie krijgen ermee te maken? Die antwoorden geeft in principe het bestemmingsplan, maar een bestemmingsplan is vrij algemeen. Hoe dan ook is die afweging altijd lastig. Ik heb weleens opdrachten teruggegeven omdat ik er niet mee uit de voeten kon. Ik snapte wat de projectontwikkelaar wilde en waarom hij het wilde, maar ik vond dat ik er niet de architect voor was omdat ik het niet kon verdedigen.”

Gemiste kans

In Weesp ziet hij helaas voorbeelden waar de plank mis is geslagen. “Het beste voorbeeld van een project dat niet geslaagd is, is de hoek Breedstraat/Nieuwstad. Dat vind niet alleen ik, maar ook veel Weespers. Als je de hele setting bekijkt, met prominent in het zicht het stadhuis, het Grote Plein, het gebouw waar nu de Eendracht zit en de brug, dan vind ik dat wat daar is gerealiseerd een gemiste kans is.”
“In het algemeen vind ik dat je bij een ontwerp in de binnenstad zorgvuldig moet kijken naar wat ik 'het weefsel' noem. In de binnenstad van Weesp heb je vooral te maken met een beperkte breedte en verticalisme van de bebouwing en daar moet je als architect rekening mee houden. Dat wil niet zeggen dat je altijd historisch moet bouwen, ook iets moderns past daar best in, maar je moet wel goed kijken naar de materiaalkeuze en ook die is aan de Breedstraat/Nieuwstad geen succes. Of ik er altijd zo inzit of alleen in Weesp? Altijd, maar in Weesp luistert dat extra nauw omdat Weesp mijn territorium is. In Weesp ken ik de krachten, alle lijntjes die er lopen, alle emoties, noem maar op.”

Janton Stork is in 2015 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn verdiensten voor de samenleving. Hij bekleedde namelijk in de loop der jaren een groot aantal onbezoldigde functies. Zo was hij onder andere onderdeel van de Denktank Weesp 2010 die er mede voor heeft gezorgd dat het sportpark aan de Papelaan werd vernieuwd en de Mixed Hockey Club Weesp verhuisde naar de ‘s-Gravelandseweg, hij was bestuurslid van industrievereniging IVW, adviseur van de Lutherse Kerk, had verschillende functies binnen de Rotary, was jarenlang zeer actief binnen de MHC Weesp en vanuit zijn functies bij de Rabobank betrokken bij diversen projecten.
Het lintje vervult hem met trots. “Ik heb altijd een bijdrage willen leveren aan de samenleving. Dat doe je niet voor de waardering, maar als je waardering krijgt, geeft dat een goed gevoel.”  

Top-3

Om die reden is hij er trots op dat hij een paar mooie gebouwen nalaat, waarbij hij graag voldoet aan het verzoek om een top-3 samen te stellen: “Allereerst de moskee. Om te beginnen vanwege de prettige samenwerking met de Stichting Assoenat, maar ik vind het vooral mooi dat ik erin ben geslaagd in de zogeheten As naar Mekka, die heeft elke moskee, de Marokkaanse architectuur goed te combineren met Westerse invloeden. Er zijn veel typisch Oosterse krullen en die smelten samen met oer-Hollandse bakstenen.”

Laurentiuskerk

“Ten tweede, of eigenlijk op de eerste plaats, is de Laurentiuskerk, waarvan ik oprecht hoop dat ik de ingebruikname nog ga meemaken. Dat vond en vind ik nog steeds een geweldige opdracht. Waarom die zo geslaagd is? Ook over 100 jaar zie je nog wat de oorspronkelijke functie was, maar er is tegelijkertijd rekening gehouden met de nieuwe invulling. Wispe bijvoorbeeld wordt een brouwerij-café en dat mixt zeer goed met de hoge ramen van de kerk. Daardoor waren daar weinig aanpassingen nodig. Daarboven zit echter een appartement en daarvoor is het belangrijk dat er licht binnenkomt. Binnen de kaders van de structuur van de kerk is dat, vind ik, gelukt. En zo zijn er meerdere ingrepen gedaan die voor de uiteindelijke gebruikers belangrijk zijn, maar die goed passen in de oorspronkelijke kerkvorm. De toegevoegde elementen zijn herkenbaar en een duidelijk onderdeel van de transformatie en de tijdselementen zijn op een subtiele manier af te lezen. Wij hebben met veel enthousiasme en plezier in een mooi team aan dit project gewerkt en het is bijzonder om hiervan onderdeel geweest te zijn.”


'Ook over 100 jaar zie je nog wat de oorspronkelijke functie was, maar er is tegelijkertijd rekening gehouden met de nieuwe invulling.'

Hart van Weesp

“Als derde denk ik spontaan aan hotel Hart van Weesp aan de Herengracht omdat de gerealiseerde bebouwing heel goed past in het straatbeeld. Naar mijn mening is dit een goed voorbeeld van historische architectuur, die ook in nauw overleg met de opdrachtgever tot stand is gekomen. Maar ook mijn woning aan de Utrechtseweg, Tuin van Houten, het Lichthuis aan het Waagplein naast de Grote Kerk, de renovatie en uitbreiding van de Singelscholen en de nieuwbouw aan de Blomstraat zou ik kunnen noemen. Zo zijn er gelukkig veel projecten in Weesp waar ik trots op ben. Of ik weet hoeveel panden ik in Weesp heb ontworpen? Poeh, nu overval je me. In elk geval veel."

Minder geslaagd

En ja, er zijn ook projecten die hij achteraf minder geslaagd vindt. “Maar ik ga je niet vertellen welke. Waar dat in zit? A. omdat ik zelf ben veranderd en B. omdat ik achteraf vind dat ik te veel naar de opdrachtgever heb geluisterd. Ik vind dat ik bij elk project waarvoor ik een aanvraag krijg voor mezelf minimaal een 6 moet kunnen halen. Zit dat er om welke reden dan ook niet in, dan begin ik er niet aan. Begin ik er wél aan, dan streef ik natuurlijk naar een 10. Als je dan achteraf constateert dat het toch geen 6 is geworden, dan is dat zuur. Maar ik kan dat gelukkig loslaten.”

Goed gevoel

Alles bij elkaar heeft Janton een goed gevoel over wat hij nalaat. “Enige tijd geleden zat ik op een terras met iemand die mij vertelde dat hij erover denkt om zijn memoires te schrijven. Ik liet hem toen weten dat ik die behoefte helemaal niet voel. ‘Nee, dat begrijp ik, want jij hebt overal wat achtergelaten’, zei hij vervolgens. Ik ben me dat toen gaan realiseren en hij heeft daar gelijk in. Als mijn kleinzoon Gijs later door Weesp loopt, kan hij tegen zijn vrienden zeggen: ‘Kijk, dat gebouw heeft mijn opa ontworpen.’ Ik heb daar niet eerder zo bij stilgestaan eerlijk gezegd, maar nu ik weet dat het einde nadert, vind ik dat een fijne gedachte.”

Einde nadert

Want het einde nadert. Ongeveer anderhalf jaar geleden kreeg Janton de diagnose alvleesklierkanker en dat is doorgaans een doodvonnis. “Mijn vriendin Mieke had in december 2017 te horen gekregen dat ze borstkanker had. Dat was vlak voordat wij rond de jaarwisseling een mooie reis zouden maken naar Thailand. Omdat zij in januari geopereerd zou worden, hebben we gewikt en gewogen of we zouden gaan, maar we besloten om dat wel te doen, alleen vanwege de operatie die op de agenda stond wel iets korter. Op een gegeven moment moest ik zomaar uit het niets overgeven. In dat soort landen denk je dan meteen dat je iets slechts hebt gegeten, maar ik voelde dat het niet goed zat."

Bacterie

"Eenmaal weer thuis ging ik naar de dokter, die mij doorstuurde naar het ziekenhuis in de veronderstelling dat het een bacterie was. Twee weken later zou ik de uitslag krijgen. Dat was een heel rare week. Het begon dat op maandag mijn vriendin succesvol werd geopereerd. Dinsdagavond waren er twee oncologen bij De Wereld Draait Door. Zij hadden het over heel goede resultaten die tegenwoordig worden bereikt in de strijd tegen kanker, maar een van hen zei dat er nog wel één heel hardnekkige vorm van kanker was en dat was alvleesklierkanker. Woensdag hoorde ik dat er geen bacterie was gevonden en volgde nieuw onderzoek waarna, omdat het niet goed zat, donderdag een bloedonderzoek volgde. En vrijdag kreeg ik te horen dat ik voor 95 procent zeker alvleesklierkanker had. En toen? Natuurlijk was dat een grote klap. Mieke, mijn dochters Lot en Remy en schoonzoon Dirk waren erbij toen ik het te horen kreeg. Daarna hadden we samen een heel emotioneel weekend."

Hoop

Vervolgens kwam de hoop. “Er is bij alvleesklierkanker een kleine kans dat je geopereerd kunt worden en ik zat bij de gelukkigen bij wie dat mogelijk was. Die operatie, die een kleine acht uur heeft geduurd, vond de week daarna al plaats. Vervolgens kreeg ik complicaties en ik heb ruim een maand in het ziekenhuis gelegen. Gelukkig is mijn maag weer gaan werken en werd ik ontslagen uit het ziekenhuis. Daarna kreeg ik een half jaar een preventieve chemokuur, waarbij het de hoop is dat de kanker zo lang mogelijk wegblijft. Slechts weinigen doorstaan die chemokuur goed, maar ik wel en ik stond er dus relatief goed voor. Maar het heeft niet zo mogen zijn, want een paar weken geleden kreeg ik te horen dat de kanker is uitgezaaid. Kijk, van alvleesklierkanker kun je in principe niet genezen. Dat weet ik en dat is wat het is, maar het kan wel een paar jaar wegblijven. Natuurlijk had ik erop gehoopt dat ik mijn 70ste verjaardag zou kunnen vieren, maar dat zit er niet in.”

Kwaliteit van het leven

In principe kan Janton nog een medische weg bewandelen, maar kans op herstel is er niet, waardoor hij daarvan heeft afgezien. “Ik zou nog een specifieke chemokuur kunnen ondergaan, maar dat zou betekenen dat ik waarschijnlijk een heel zwaar half jaar zou hebben om mijn leven misschien nog een half jaar te rekken, met ziekenhuis in, ziekenhuis uit. En dan is er nog geen garantie dat het zou aanslaan. Dat is niet mijn keus. Ik kies voor de kwaliteit van het leven en niet voor kwantiteit."

Weinig pijn

“Ik zou ook injecties krijgen tegen de pijn, maar ik heb aangepaste medicatie met morfine en momenteel heb ik weinig pijn. Daar heb ik nu ook vanaf gezien, dat kan altijd nog. De status is nu zo dat ik ’s morgens relatief veel energie heb en op een goede dag kan ik ’s middags ook nog wat doen. Ik werk nog een beetje, maar mijn prioriteit ligt nu bij het regelen van een aantal privédingen. Zoals de uitvaart, want ik ben erg van de regie in eigen handen houden. Ik ben een geboren en getogen Weesper en wil mijn uitvaart ook in Weesp. Ik vind het overigens jammer dat wij geen crematorium hebben, maar goed, daar is niets aan te veranderen.”


'Wij hebben met veel enthousiasme en plezier in een mooi team aan dit project gewerkt en het is bijzonder om hiervan onderdeel geweest te zijn.'

Paar maanden

“Hoe lang ik nu nog heb? Een paar maanden, maar dat valt niet goed in te schatten. Ja, dat zie je goed, ik sta er mentaal goed in. Ik heb domme pech, want ik heb kanker en daaraan ga ik overlijden, maar daarover ga ik niet sikkeneuren en ook niet zeggen: waarom ik wel en hij niet. Daar schiet je niets mee op. Ik heb het en ik moet ermee dealen. Natuurlijk had ik er graag nog een paar jaar aan vastgeplakt, maar het is wat het is. En je gaat altijd op een verkeerd moment, of je nou 61 bent of 81.”

Tevreden en bevoorrecht

“Bovenal geldt, en dat meen ik oprecht, dat ik een zeer tevreden en bevoorrecht mens ben. Ik heb een geweldige partner met een goede omgeving om haar op te vangen, mijn kinderen staan stevig in hun schoenen en hebben het goed, dus daar hoef ik me allemaal geen zorgen over te maken. En het voortbestaan van het architectenbureau is ook verzekerd. Sinds 2012 ben ik met Bouke Albrecht het kantoor Stork & Albrecht gestart en dat is een gelukkige keuze gebleken. Bouke is een deskundige en gedreven man, een volwaardige partner en een vriend. Het is bij hem in goede handen. En ook verder heb ik veel lieve vrienden om me heen. Het is hartverwarmend om dat mee te maken.”

Niets te klagen

“Ik ken mensen van 80 jaar die minder hebben meegemaakt dan ik op mijn 61ste, dus ik heb niets te klagen. Ik heb ook geen bucketlist. Ik wil gewoon zo veel mogelijk mooie momenten beleven met mijn kinderen, met Mieke en met mijn kleinzoon Gijs die ik gelukkig geboren heb zien worden, en verder met al onze vrienden. Toen ik hoorde dat ik kanker had, was Lot net zwanger van Gijs en ik was bang dat ik mijn kleinkind niet zou zien. Maar ik geniet nu al 15 maanden van dat kleine mannetje.”

Geen open einden

“Onder ‘kwaliteit van leven’ versta ik ook dat ik alles wat ik tegen mijn kinderen en naasten heb willen zeggen ook inderdaad heb gezegd of nog kan zeggen. Dat is erg waardevol. Er zijn zat mensen die zomaar wegvallen en wat je dan vaak ziet is dat veel vragen niet zijn beantwoord. Bij ons zijn geen open einden.”

Smalltalk

Janton is de laatste tijd bedolven onder de reacties. Dat waardeert hij zeer, maar er is ook een andere kant. “Voordat ik het weet, ben ik de hele dag bezig om over mijn kanker te praten. Ik ben daar enorm mee aan het worstelen, want aan de ene kant waardeer ik het want het is oprecht en gemeend, maar aan de andere kant wil ik ook gewoon eens praten over die geweldige overwinning van Ajax bij Valencia of over de uitstoot van CO2, of wat voor smalltalk dan ook. Ik hoop dat de mensen dat begrijpen.”