De machinist van een graafmachine vond bij het bouwrijpmaken van de grond voor de nieuwbouwwijk Weespersluis zelfs tientallen bomen in de veengrond. De stammen werden netjes op het bouwterrein gelegd en bewaard. Gelukkig maar, want de oeroude eiken zijn een buitenkansje voor onderzoekers. 

Toen Jos Bazelmans (hoofd Archeologie) en Esther Jansma (specialist dendrochronologie) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) van de vondst in Weesp hoorden, kwamen zij dan ook snel hierheen. Ze schreven erover in het Tijdschrift van de RCE.

Kienhout

'Er bestaat een speciaal woord voor: kienhout. Zo noemen we al sinds eeuwen resten van bomen die worden gevonden bij het afgraven van veen. Kienhout is vaak al duizenden jaren oud, maar door het zuurstofloze grondwater in het veen is het nooit verrot.'

Kienhout is geliefd bij kunstenaars, meubelmakers én wetenschappers

'Tijdens de grootschalige ontginning van de Fries-Drentse veengebieden in de zeventiende tot en met de twintigste eeuw werd het in grote hoeveelheden aangetroffen. Er was een aanzienlijke markt voor, omdat het uitstekend geschikt is als brandhout. Het brandt fel en kon daardoor in arme huishoudens voor verlichting zorgen. Tegenwoordig is kienhout door het geringe aanbod kostbaar. Takken zijn geliefd bij mensen met een aquarium. Deze zakken meteen naar de bodem en vormen daar een decoratief element. Dikke stammen vinden aftrek bij kunstenaars en meubelmakers. Een Duitse fabrikant verwerkt het als fineer in zijn duurste inbouwkeukens.'

Dat kostbare kienhout is, om heel andere redenen, ook erg gewild bij onderzoekers. 'Kienhout is van grote betekenis voor de wetenschap. Het is van belang voor de datering van cultureel erfgoed, voor de verzameling van klimaatgegevens en voor de reconstructie van het natuurlijke landschap in het verleden.'

Dikke plakken

In mei dit jaar vond een inwoner van Wageningen een dikke boomstam. Hij meldde zich bij de RCE omdat de boom tevoorschijn was gekomen bij graafwerkzaamheden in de Binnenveldse Hooilanden. Een interessante vondst van in totaal elf bomen, waar de onderzoekers van de RCE aan de slag gingen met het zagen van dikke plakken van de bomen om de jaarringen te onderzoeken. En daar hoorden ze dat er in Weesp wel eens veel meer konden liggen.

Een van de eiken stond hier ruim 3000 jaar geleden 220 jaar

'Van het een komt het ander. Op de Binnenveldse Hooilanden maakte een machinist van een graafmachine de onderzoekers van de Rijksdienst erop attent dat er bij Weesp veel meer bomen waren gevonden. Op het bouwterrein van de omvangrijke nieuwbouwwijk Weespersluis bleken inderdaad tientallen veeneiken te liggen, in twee grote stapels. Van 26 bomen zaagde de dienst schijven voor jaarringonderzoek. Op dit moment is van één boom de datering bekend.'

Bazelmans: de schijf van deze boom had 201 jaarringen." Jansma: "De boom heeft jaarringen die lopen van 1049 tot 847 voor Christus. De buitenkant (het spinthout) is niet helemaal compleet, ik schat het sterfjaar op ca. 830 voor Christus. De boom was ca. 220 jaar oud toen hij stierf."

Fors veengebied

De veeneiken vertellen nog een ander verhaal: hoe heeft het lokale landschap zich ontwikkeld in de tijd dat de eiken hier stonden? 

In een tijd dat het veengebied verdroogde kon er een eikenbos groeien

'In het tweede millennium voor Christus lag hier een fors veengebied met enkele grote meren, die gevoed werden door kwelwater van het Gooi en door regenwater. Het water stroomde via kleine veenriviertjes naar het noorden en het zuiden. In het gebied ontstond rond drieduizend jaar geleden echter ook een forse zijrivier van de Rijn, een combinatie van Vecht en Angstel. Deze stroomde uit in het Oer-IJ, dat toen boven Castricum uitwaterde op de Noordzee. Hierdoor verbeterde de noordwaartse afstroom zodanig dat het veengebied verdroogde en er een eikenbos kon groeien. Iets meer dan duizend jaar later verslechterde de waterhuishouding weer, doordat de monding van het Oer-IJ verzandde. Vecht en Angstel moesten nu een veel langere weg vervolgen via Almere en Vlie. Het achterland vernatte en de bossen tussen Muiden en Utrecht stierven af.'

De veeneiken uit de Bloemendalerpolder zijn zeker niet de eerste oude bomen die hier gevonden zijn, maar wel belangrijk voor de onderzoekers. 'Hoewel in het grote veengebied bij Weesp al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw veel oude eiken zijn gevonden en onderzocht, loont het de moeite om er nog meer te bestuderen. Want iedere vondst kan een versterking betekenen van de Nederlandse jaarringkalender.'

Streepjescode
'De breedte van een jaarring is voornamelijk het gevolg van het klimaat en de bodem waarop een boom groeit. Gunstige groeiomstandigheden resulteren in een snelle aanwas en een brede ring, terwijl jaren met bijvoorbeeld een vroeg invallende winter een smalle ring opleveren. Als bomen in een regio onder dezelfde klimatologische en hydrologische omstandigheden groeien, lijken hun jaarringpatronen sterk op elkaar. De opeenvolging van smallere en bredere ringen is een soort streepjescode voor een bepaalde periode. Een jaarringkalender wordt samengesteld uit grote hoeveelheden elkaar overlappende jaarringreeksen van levende bomen en van hout uit historische gebouwen, uit archeologische opgravingen en uit het veen. De kalender die ontwikkeld is uit hout dat in Nederland is gevonden reikt met enkele hiaten maar liefst 8.400 jaar terug in de tijd.'

Zorgen

De Weespse veeneiken zijn van de uitvoerder en of ze bewaard worden, is nog maar de vraag. Dat is wel een puntje van zorg voor de onderzoekers. 'Het kienhout van Leusden, Wageningen en Weesp vormt een kostbaar natuurlijk bodemarchief. De zorg ervoor is helaas niet structureel geregeld, want het is geen archeologisch, maar aardkundig erfgoed. Dat is jammer. Met betrekkelijk kleine investeringen in veldwerk en laboratoriumonderzoek zijn namelijk bijzondere resultaten te boeken.'

Met een scheermesje en krijt worden de jaarringen zichtbaar gemaakt (dit is een schijf van een Wageningse veeneik)