
Van Houtenkerk, een eigenzinnig ontwerp
HistorieAan de Oudegracht staat een monumentale kerk die tegenwoordig het Van Houtenkerkje wordt genoemd. In de middeleeuwen was op deze plek een klooster: het Oude Convent.
De kerk is in 1905 gebouwd naar een eigenzinnig ontwerp van de Amsterdamse architect Ouëndag die daarvóór nog nooit een kerk had ontworpen. Het gebouw is sinds 2009 eigendom van Stadsherstel Amsterdam nadat de oorspronkelijke eigenaar, de afdeling Weesp van de Nederlandse Protestantenbond (NPB), het onderhoud niet meer kon opbrengen. De kerk heeft nu een multifunctionele functie, maar wordt veel gebruikt voor concerten.
Naam
De kerk is gebouwd in opdracht van twee dochters van Coenraad Johannes van Houten (1801-1887), de uitvinder van het cacaopoeder, wiens eerste cacaofabriek op de plek stond waar nu de kerk staat.
Toen die fabriek eind 19e eeuw naar de rand van de stad verhuisde en de grond vrijkwam lieten de twee ongetrouwde zusters Anna en Jet op die plek met eigen geld een kerk, een schooltje en een woning neerzetten. Zelf woonden ze om de hoek in het grote witte familiehuis aan het Grote Plein waarin nu restaurant ‘De Eendracht’ zit.
Tekst gaat verder na de afbeelding.
De kerk werd voor het symbolische bedrag van één gulden verhuurd aan de afdeling Weesp van de NPB en in 1940 aan ze geschonken. De familie Van Houten voelde zich verwant met de vrijzinnig-christelijke protestanten van de NPB, waaruit in 1926 de Vrijzinnig Protestantse Radio Omroep (VPRO) ontstond. Coenraad Johannes was één van de oprichters van de afdeling Weesp. Anna en Jet deden in Weesp veel sociaal werk uit naam van de NPB.
Architect
Voor het ontwerp kozen de dames het Amsterdamse architectenbureau Klinkhamer en Ouëndag. Dat had nog nooit een kerk ontworpen, maar architect Bert Johan Ouëndag (1848-1932) slaagde er in een bijzonder mooie eenvoudige kerk te ontwerpen in eclectische overgangsstijl met neo-romaanse en neo-gothische invloeden. Met daarin weer invloeden van Berlage en een heel mooi interieur met Jugendstil-kenmerken.
Ouëndag (1848-1932) begon zijn loopbaan bij de Amsterdamse stadsarchitect Jan Springer, bekend van de Stadsschouwburg (1892). In 1900 ging hij samenwerken met de architect Jacob Klinkhamer. Hun architectenbureau realiseerde in Amsterdam enkele bekende projecten, zoals de Graansilo aan het Westerdoksdijk, de bijkantoren van de Amsterdamsche Bank en verschillende dierenverblijven in Artis.
In 1905 eindigde de samenwerking tussen beide architecten waardoor we er van kunnen uitgaan dat de kerk grotendeels door Ouëndag is ontworpen. De kerk werd in 1906 in gebruik genomen. Beide zusters hebben dit niet meer meegemaakt. Anna overleed in 1903 op 61-jarige leeftijd; haar zuster Jet in 1906 op 64-jarige leeftijd.
Adema-orgel
De kerk herbergt een Adema-orgel dat in 1907 is gebouwd door de bekende orgelbouwer Petrus Josephus Adema (1828-1919). Ook dit orgel is een geschenk van de zusters. De keuze voor Adema was opvallend, omdat hij hoofdzakelijk voor katholieke kerken orgels bouwde en omdat hij wist dat de vrijzinnige opdrachtgever Van Houten het katholicisme niet erg gunstig gezind was. Maar geld is geld zal Adema gedacht hebben.
Tekst gaat verder na de afbeelding.
Opmerkelijk is dat het orgel boven de preekstoel is geplaatst en niet, zoals bij de meeste kerken, boven de ingang in de tegenoverliggende wand. Het orgel is door Stadsherstel een aantal jaren geleden geheel gerestaureerd.
Oude Convent
Op de plek van de kerk stond ooit één van de twee grote kloosters van Weesp: het Oude Convent (de naam van het nieuwbouwcomplex uit 1979 rechts van de kerk herinnert daar aan). Het klooster werd rond 1400 gesticht en behoorde tot de Moderne Devotie-stroming van Geert Grote. In 1580 kwam met de Reformatie een einde aan de Weesper kloosters.
Daarna waren in de gebouwen onder meer een weeshuis en een spinnerij gevestigd. Later werd het klooster gesloopt en kwam op deze plek eerst een katoen- en garenspinnerij, later uitgebreid met een wolkammerij en tapijtfabriek en weer later een wasserij met de naam ‘De Papegaay’.
Tekst gaat verder na de afbeelding.
In 1850 kocht Coenraad Johannes van Houten de failliet gegane wasserij en begon daarin zijn later wereldberoemd geworden cacao- en chocoladefabriek die hij ‘De Adelaar’ noemde.
Zijn fabriek groeide in rap tempo. In 1850 begonnen met vijf, telde de fabriek rond 1900 maar liefst duizend werknemers. Van Houten had zoveel ruimte nodig, dat bijna de complete binnenstad aan deze kant van Weesp in fabrieken veranderde.















