
Rijkswaterstaat bestrijdt eikenprocessierups langs Amsterdam-Rijnkanaal
Natuur & MilieuWEESP - Rijkswaterstaat neemt dit voorjaar opnieuw maatregelen tegen de eikenprocessierups langs het Amsterdam-Rijnkanaal. De brandharen van de rups kunnen klachten veroorzaken bij omwonenden, wandelaars en fietsers.
Het seizoen van de eikenprocessierups begint in april. Rijkswaterstaat zet dit jaar opnieuw in op een combinatie van natuurlijke en mechanische bestrijding.
Nestkastjes voor koolmezen
Op verschillende plekken langs het kanaal hangen nestkastjes voor koolmezen. Deze vogels eten de rupsen en voeren ze aan hun jongen. Rijkswaterstaat zet deze methode voort, omdat die goed werkt om het aantal rupsen te verminderen.
Naast de nestkastjes gebruikt Rijkswaterstaat een speciale zuiginstallatie om losse rupsen en nesten te verwijderen. Deze methode richt zich specifiek op de eikenprocessierups. Andere insecten blijven zoveel mogelijk ongemoeid.
Drukste periode in mei en juni
De meeste overlast is te verwachten in april, mei en juni. In die maanden kunnen nieuwe nesten sneller ontstaan dan Rijkswaterstaat ze kan verwijderen. In drukke periodes krijgen belangrijke fietsroutes en veelgebruikte wandelpaden voorrang.
Toch is het mogelijk dat rupsen of nesten te zien zijn langs het kanaal. Op plekken met veel rupsen plaatst Rijkswaterstaat waarschuwingsborden. Wie toch verder loopt of fietst, doet er goed aan bedekkende kleding te dragen om contact met de brandharen te voorkomen.
Controle tot in het najaar
Rijkswaterstaat controleert vanaf april waar nieuwe nesten verschijnen. Het wegzuigen vindt vooral plaats tussen mei en juli. Afhankelijk van het aantal rupsen bekijkt Rijkswaterstaat of na de zomer extra maatregelen nodig zijn. Tot in oktober kunnen oude nesten nog klachten veroorzaken, al is de overlast in het najaar meestal kleiner.













