
Welke lastechniek past bij welke klus?
Nieuws van bedrijvenWie voor het eerst gaat lassen, merkt al snel dat er niet één lastechniek bestaat die voor iedere klus geschikt is. Voor het repareren van een stalen tuinhek heb je bijvoorbeeld andere eisen dan wanneer je dun plaatwerk, roestvrij staal of aluminium netjes aan elkaar wilt verbinden. De keuze voor de juiste techniek heeft invloed op het resultaat, de snelheid waarmee je werkt en de apparatuur die je nodig hebt.
MIG/MAG, TIG en elektrode lassen behoren tot de bekendste technieken. Welke methode het beste past, hangt vooral af van het materiaal, de dikte daarvan, de plek waar je werkt en hoeveel ervaring je hebt.
MIG/MAG lassen voor veel voorkomende klussen
MIG/MAG lassen is een veelgebruikte methode waarbij een lasdraad automatisch door de toorts wordt aangevoerd. De draad smelt tijdens het lassen en vormt samen met het basismateriaal de verbinding. Daarbij wordt beschermgas gebruikt om de las tegen invloeden van buitenaf te beschermen.
Voor veel klussen met staal is MAG lassen een praktische keuze. Denk aan het maken of herstellen van een metalen frame, werkbank, hekwerk of onderstel. Omdat de draad automatisch wordt toegevoerd, kun je relatief vlot werken.
MIG wordt volgens hetzelfde principe uitgevoerd, maar gebruikt een inert beschermgas. Deze techniek wordt onder andere toegepast bij materialen als aluminium.
Voor iemand die regelmatig in de werkplaats aan metalen constructies werkt, is een MIG/MAG-machine vaak veelzijdig. Houd er wel rekening mee dat het beschermgas gevoelig is voor wind. Buiten lassen is daardoor minder praktisch dan in een beschutte werkplaats.
TIG lassen wanneer het resultaat netjes moet zijn
TIG lassen draait veel meer om controle en precisie. Bij deze techniek ontstaat de elektrische boog tussen een wolfraamelektrode en het werkstuk. Wanneer extra materiaal nodig is, voeg je dit met de andere hand toe.
Een groot voordeel is dat je heel nauwkeurig kunt bepalen hoeveel warmte en toevoegmateriaal je gebruikt. Hierdoor kun je een strakke las maken en ontstaat doorgaans weinig spettervorming.
TIG is daardoor interessant voor zichtbaar laswerk en voor klussen waarbij de afwerking belangrijk is. Denk aan een RVS meubelframe, onderdelen van een motor, dun plaatmateriaal of een constructie die later niet wordt weggewerkt.
De keerzijde is dat de techniek meer oefening vraagt. Je moet de toorts, het toevoegmateriaal en soms ook de stroomregeling tegelijkertijd onder controle houden. Voor iemand die zo snel mogelijk een eenvoudig stalen frame in elkaar wil zetten, kan MIG/MAG daarom praktischer zijn.
Elektrode lassen is handig buiten de werkplaats
Bij elektrode lassen gebruik je een beklede laselektrode die tijdens het lassen afsmelt. Je hebt daarbij geen losse fles beschermgas nodig. De bekleding van de elektrode zorgt tijdens het proces voor bescherming van het smeltbad.
Dat maakt elektrode lassen interessant wanneer je op verschillende locaties werkt. Denk bijvoorbeeld aan een reparatie aan een metalen hek, een constructie op het erf of werkzaamheden op een bouwplaats.
Ook bij wat dikker staal kan elektrode lassen goed van pas komen. De apparatuur is meestal relatief eenvoudig mee te nemen en wind vormt minder snel een probleem dan bij een techniek waarbij extern beschermgas wordt gebruikt.
Na het lassen blijft er doorgaans een laag slak achter die je moet verwijderen. Daarnaast vraagt het goed starten en stabiel houden van de lasboog enige oefening. Voor heel dun materiaal is deze methode meestal minder geschikt, omdat je sneller te veel warmte inbrengt.
Welke techniek gebruik je voor staal?
Gewoon constructiestaal is voor veel beginnende lassers een prettig materiaal om ervaring mee op te doen. Voor frames, kokers, profielen en reparaties is MIG/MAG vaak een logische keuze.
Werk je buiten of moet je een stevige reparatie uitvoeren op een plek waar een gasfles onhandig is? Dan kan elektrode lassen aantrekkelijker zijn.
Voor decoratieve stalen onderdelen waarbij iedere las zichtbaar blijft, kan TIG juist interessant zijn. Het werk gaat doorgaans langzamer, maar je hebt meer controle over het uiterlijk van de verbinding.
Het is dus niet alleen het materiaal dat de keuze bepaalt. Kijk ook naar de gewenste afwerking en de omstandigheden waarin je werkt.
RVS vraagt om een nette voorbereiding
Roestvrij staal wordt veel gebruikt voor meubels, keukens, leuningen en andere toepassingen waarbij uitstraling en corrosiebestendigheid belangrijk zijn.
TIG is bij RVS populair omdat je er gecontroleerde en nette lassen mee kunt maken. Vooral bij dunne buizen en zichtbaar werk is dat een voordeel. Ook MIG/MAG lassen van RVS is mogelijk wanneer je de juiste draad en het passende beschermgas gebruikt.
Welke techniek je ook kiest, schoon werken is belangrijk. Vuil, vet en vervuiling door gewoon staal kunnen het eindresultaat negatief beïnvloeden. Gebruik daarom geschikte gereedschappen voor de voorbereiding en nabewerking van RVS.
En hoe zit het met aluminium?
Aluminium vraagt meer aandacht dan gewoon staal. Het materiaal voert warmte snel af en heeft aan de buitenzijde een oxidelaag die andere eigenschappen heeft dan het onderliggende aluminium.
Voor nauwkeurig aluminiumwerk wordt vaak TIG gebruikt. Bij grotere hoeveelheden werk kan MIG een snellere oplossing zijn. Daarvoor heb je wel apparatuur nodig die geschikt is voor aluminium en moet de draadaanvoer goed zijn afgestemd.
Wie slechts incidenteel aluminium wil lassen, doet er daarom goed aan eerst te controleren of de bestaande machine hiervoor geschikt is. Een willekeurige instelling gebruiken omdat die bij staal goed werkt, levert niet automatisch hetzelfde resultaat op.
Het juiste lasapparaat kiezen
De lastechniek bepaalt voor een groot deel welk apparaat je nodig hebt. Maar kijk bij de aanschaf verder dan alleen naar MIG/MAG, TIG of elektrode.
Bedenk welke materialen je voornamelijk gaat lassen en hoe dik deze zijn. Voor dun plaatwerk heb je behoefte aan goede controle bij lagere stroomsterktes, terwijl bij zwaardere constructies voldoende vermogen belangrijker wordt. Ook de inschakelduur speelt mee wanneer je langere tijd achter elkaar wilt kunnen werken.
Verder is de stroomvoorziening in de werkplaats belangrijk. Voor veel werkzaamheden kun je met een machine op 230 volt uit de voeten. Wie regelmatig zwaar constructiewerk uitvoert, kan afhankelijk van de apparatuur en toepassing meer hebben aan een zwaardere aansluiting.
Wie verschillende machines en mogelijkheden wil vergelijken, kan bijvoorbeeld kijken naar een lasapparaat van Kippers Rijssen. Het belangrijkste blijft dat je het apparaat afstemt op de klussen die je daadwerkelijk uitvoert, in plaats van automatisch voor de machine met het hoogste vermogen te kiezen.
Denk ook aan veilig werken
Welke techniek je ook gebruikt, lassen brengt hoge temperaturen, fel licht, vonken en lasrook met zich mee. Een goede lashelm is daarom onmisbaar. Draag daarnaast geschikte laskleding en handschoenen en zorg dat brandbare materialen niet vlak naast de werkplek liggen.
Ook ventilatie verdient aandacht. Bij het lassen kunnen rook en gassen ontstaan die je niet wilt inademen. Werk daarom op een goed geventileerde plek en gebruik waar nodig geschikte afzuiging.
Controleer voordat je begint ook het materiaal zelf. Verf, coatings, olie en andere vervuiling kunnen tijdens verhitting ongewenste dampen veroorzaken. Maak het oppervlak daarom goed schoon en controleer bij onbekende coatings eerst waarmee je te maken hebt.
Kies de techniek vanuit de klus
Voor veel constructiewerk met staal is MIG/MAG een praktische en relatief snelle keuze. TIG komt vooral tot zijn recht wanneer precisie en een nette afwerking belangrijk zijn. Elektrode lassen is robuust en handig voor reparaties en werkzaamheden buiten de werkplaats.
Wie regelmatig met verschillende materialen werkt, kan uiteindelijk meerdere technieken gebruiken. Voor iemand die net begint, is het verstandiger om eerst te kijken naar de werkzaamheden die het vaakst voorkomen. Vanuit materiaal, dikte, werkplek en gewenste afwerking wordt de keuze voor de juiste lastechniek een stuk eenvoudiger.











