Reislust? Zeg maar gerust reisdrift. "Ik probeer 2 of 3 keer per jaar op een verre reis te gaan, een beetje afhankelijk van wat het kost. Want inderdaad, het kost nogal wat. Het is een kwestie van zuinig leven en veel sparen. En dat is wel eens passen en meten, want dan hebben we al bijvoorbeeld lang bedacht dat we naar Australië willen, maar moeten we nog wel even bedenken hoe we dat dan gaan doen."

Marianne Schilder (33) streek zeven jaar geleden als Marianne Klijnstra vanuit Sneek neer in Weesp, raakte verliefd, verloofd en getrouwd met Adri Schilder en heeft manlief al net zo gek van het reizen gekregen als zijzelf. Tussen het globetrotten door heeft Marianne een drukke baan in de zorg, doet ze er nog een studie bij, leest ze, haakt ze, breit ze, puzzelt ze én traint ze voor de hele triatlon. Op de spaarzame momenten dat ze thuis op de bank zit, stippelt ze op de laptop de volgende reis alweer uit.

5,3 kilometer hoogte

Zelden keert Marianne terug op een plek waar ze al geweest is. De Mount Everest vormt in dat opzicht een uitzondering. Zes jaar geleden was ze in Nepal en stapte in een gammel vliegtuigje voor een rondvlucht over de top van de hoogste berg ter wereld.

"Die berg heeft iets magisch", glundert ze.

Marianne moest en zou een keer terugkeren om de 8,8 kilometer hoge puist te beklimmen. Dat kan voor 'gewone' reizigers tot over de helft, via een loodzware voettocht naar Base Camp op 5,3 kilometer hoogte. Ter vergelijking: de Mont Blanc, de hoogste berg van Europa, is 4,8 kilometer hoog. Ze vertrok begin oktober samen met Adri naar Nepal en aanvaardde met nog elf andere Nederlanders en Belgen een tocht die zeventien dagen zou duren: in twaalf dagen omhoog, in vijf naar beneden. De groep kreeg medische begeleiding mee. Slechts vijf mensen uit deze groep haalden Base Camp, onder wie onze Marianne en Adri Schilder.

'Je zet drie stappen en je hijgt al als een malle.' "Naarmate je hoger komt, zit er minder zuurstof in de lucht. Dat lage zuurstofgehalte doet iets geks met je. Op het hoogste punt is het nog maar 45% van wat wij op zeeniveau gewend zijn. Terwijl je met een enorme fysieke inspanning bezig bent. Je wordt duizelig en kortademig. Je spieren verzuren heel snel. Kleine snijwondjes willen niet meer genezen, omdat je lichaam het bloed vooral inzet voor het rondpompen van de resterende zuurstof. Een andere lichamelijke reactie is het afstoten van vocht, zodat je wel vier liter water per dag moet drinken. Vooral die ademnood is gek: je zet drie stappen en je hijgt al als een malle."  

En dat vind jij magisch?
"Je bent daar zo nietig… Het is de combinatie van verschrikkelijk afzien en je vergapen aan ongekende vergezichten. De grootsheid van de natuur had ik al gezien vanuit dat vliegtuig, maar de beloning zit toch in het bereiken van iets. Hoe meer moeite je ervoor moet doen, hoe groter die beloning is. Dat is heel mooi. Ik zoek tijdens mijn reizen altijd de natuur op. De plekjes waar niet iedereen komt. Trektochten voorbij de bewoonde wereld. Je bent dan met jezelf bezig. Dat heb ik ook zo ervaren op de Himalaya, hoewel we daar dus in een groep liepen en er op dezelfde route veel meer groepen waren."

Levensgevaarlijk

Dat de weg omhoog drie keer langer duurt dan terug, heeft niet alleen met de zwaartekracht te maken. De ijle lucht verplicht je tot zeer geleidelijk stijgen. Zo niet, dan doen zich lichamelijke klachten voor die hoogteziekte worden genoemd en die - als je niet oppast - dodelijk kunnen zijn. De groep van Marianne en Adri hield zich daarom aan de richtlijn van maximaal 400 meter klimmen per dag en na elke 1000 meter hoogtestijging een rustdag. "Er kleven grote gezondheidsrisico's aan, dus je moet het heel goed voorbereiden. Onderweg komt er veel bij kijken. Elke ochtend en elke avond werd ons bloed gemeten, elke dag vulden we vragenlijsten in en waren er medische checks. Die berg is gewoon levensgevaarlijk."

De voettocht naar Base Camp is afzien, fysiek en mentaal. Het is letterlijk en figuurlijk vallen en opstaan. "Ik had het heel zwaar, Adri moest soms nog dieper. 's Nachts was het min 20, we sliepen in hutjes van spaanplaat. Gelukkig hadden we de slaapzakken mee van onze reis naar Alaska."

Is dat allemaal nog wel leuk?
"Ik weet niet of leuk het goede woord is. Als je eenmaal op Base Camp staat, dan is dat een overwinning op jezelf. Dus leuk? Het is mooi. Het is een ervaring. Het is afzien. Dat maakt het allemaal bij elkaar… een soort van leuk". 'De Mount Everest is een loterij. Ook voor mij als triatleet.' 

Wat viel er op jezelf te overwinnen?
"Je eigen grenzen oprekken. Het is een prestatie, je bereikt een doel dat niet iedereen bereikt."

Is het vergelijkbaar met een triatlon?
"Ja en nee. Als je goed traint, haal je de finish van de triatlon meestal wel. De Mount Everest is een loterij. Ook voor mij als triatleet. Hoe fit je ook bent, hoogteziekte kan je altijd overkomen. Ik heb mensen van 70 de top zien halen en mensen van 24 zien afhaken. Het was zeker niet vanzelfsprekend dat ik het zou halen. Dat Adri en ik daar samen stonden, dat was de overwinning."

(Tekst gaat door onder de foto's)

Hoe was het daar?
Marianne is even stil. "Het is een stapel stenen. Met veel gebedsvlaggetjes. Dus er is op zich niks te beleven. En toch sta je met een kriebel in je buik. Dat zit zo. De zwaarste etappe is over de Cho La pas. Een ontzettend steil stuk. Die dag zagen we al vrij snel na ons vertrek het hutje liggen waar we die avond zouden overnachten. Toch kostte het ons nog úren aan zware inspanning om er te komen. Nergens een plekje om even wat te eten of uit de wind te staan. Als je dan een paar dagen later op Base Camp staat, denk je daaraan terug. Je denkt ook aan de mensen uit onze groep die hebben moeten opgeven. Vooraf kenden we elkaar niet, maar in korte tijd word je heel hecht met elkaar. Dat is heel bijzonder. Als er dan iemand wegens ernstige hoogteziekte moest worden weggehelikopterd, stond de rest van de groep met een brok in de keel uit te zwaaien. 'Eenmaal bij die stapel stenen komt dat allemaal bij je los.'Ook heel gek: je hebt daar overal wifi. Zo konden we af en toe checken of het met onze uitvallers al wat beter ging. Op Base Camp hebben we vlaggetjes neergelegd met alle dertien namen erop. Dus in zekere zin hebben we allemaal de top gehaald. Ik heb onderweg pijn geleden, mij alleen gevoeld, het barstens koud gehad, heel erg genoten en ook lopen janken. Eenmaal bij die stapel stenen komt dat allemaal bij je los. Het is een heel emotioneel moment."

Welke gedachten hielden je bezig op die berg?
"Dat ik nogal een jaar achter de rug heb. Nieuwe baan, een studie, we zijn verhuisd, we zijn getrouwd, ik heb een halve triatlon gedaan en ga nu trainen voor de hele. Het is allemaal wel heel veel. Ik ben een rupsje-nooitgenoeg, dat beken ik meteen. Thuis kan ik wel met zeven dingen tegelijk bezig zijn, tijdens die beklimming is er maar één ding: de volgende stap, de volgende etappe."

Is dat waarom je soms een berg beklimt of de rimboe induikt? Even een reset van duizend dingen naar één?
"Misschien wel. Ook op reis wil ik zoveel mogelijk zien en doen. Dat zijn de momenten om even tot mezelf te komen. Op die berg had ik wel sterk de gedachte: wat ben ik thuis eigenlijk allemaal aan het doen? Altijd rennen en vliegen, altijd nieuwe projecten zoeken. In die zin heb ik wel gedacht: wat doe ik mijzelf eigenlijk aan? Moet ik niet eens de focus leggen op één ding?"

En? Doe je dat dan ook?
"Ik heb mij voorgenomen om te kijken naar wat ik nou écht zou willen. Wat is er nou zó leuk, dat ik niet de behoefte meer voel om er nog twintig andere dingen bij te moeten doen. Ik ben nooit iemand geweest die stil zit. Ik weet niet waarom dat is. Ik vind gewoon veel dingen leuk. En ik blijf reizen. Australië is al geboekt."

Mosterdtruc

Wat vindt manlief hier allemaal van?
"Ach, die lacht er maar een beetje om. Hebben we net een reis geboekt, ben ik de volgende alvast aan het uitzoeken. We hebben wel eens gehad dat er al drie reizen geboekt stonden. Adri moet daar wel om lachen. Stiekem vindt hij het heel erg leuk. Want hij gaat dolgraag mee."

Heb je wel eens iets vervelends meegemaakt tijdens die reizen?
"De mosterdtruc. Iemand morst expres mosterd op je kleding en zegt dan: o sorry, wat stom, laat mij je helpen met schoonmaken. Terwijl hij met zakdoekjes in de weer is, loopt zijn partner achter je langs en berooft je. Daar ben ik sindsdien wel alert op; ik maak het zelf wel schoon. Opgelicht worden in de taxi komt ook voor. Zo'n chauffeur rijdt dan heel ergens anders naartoe en vraagt extra geld om je terug naar de bewoonde wereld te brengen. Ik ben ook wel eens betast. Maar er is nooit iets ernstigs gebeurd."

'Als blonde westerse vrouw met rugzakje was ik daar een bijzonderheid'

Is het gevaarlijk, reizen?
"Zakkenrollers heb je in Amsterdam ook. De mooie ervaringen en ontmoetingen zijn er veel en veel meer. Soms op plekken waar je dat niet verwacht. Zo heb ik in Alaska een enorme gastvrijheid ervaren. Daar wonen echt de meest gastvrije mensen ooit. Je gaat altijd met een pakket verwachtingen ergens naartoe en soms komt dat heel erg uit en soms helemaal niet. De meeste mensen willen je helpen en het je naar de zin maken. Ze laten graag de schoonheid van hun land of hun cultuur zien. Ik ben bijvoorbeeld in mijn eentje naar China gegaan. Dat was een avontuur op zich. In Shanghai kijkt niemand er meer van op, maar buiten de grote stad ben je daar als blonde westerse vrouw met rugzakje echt een bijzonderheid. Ik trok enorm de aandacht, werd de hele tijd van dichtbij gefotografeerd, ze wilden mij aanraken, ik vond het vreselijk allemaal. Ik snapte het gewoon niet. Totdat ik eindelijk mensen ontmoette die een beetje Engels spraken. Zij konden mij uitleggen waarom de locals zo tegen mij deden. Daardoor ben ik met een totaal ander oog naar die naar die hele bevolking gaan kijken. Dat was totaal onverwacht."

Je wist toch wel dat als je gaat backpacken in China, de mensen daar anders op je reageren dan hier?
"Dat was geen verrassing, maar dat betekent nog wel dat het irritant is als mensen opdringerig zijn. Ik bleek een soort ideaalbeeld voor deze mensen te zijn. Ze verafgoodden mij bijna. Mijn witte huid is hun schoonheidsideaal. In hun ogen ben alles waar zij van dromen, iemand die in hun dorp misschien één keer in hun leven voorbij komt. Ja, toen snapte ik wel dat ze de hele familie erbij haalden en allemaal met mij op de foto wilden."

Wat was je eerste reis?
"Een groepsreis naar Guatemala, tien jaar geleden. Uiteindelijk heb ik daar een paar maanden vrijwilligerswerk gedaan. Daarom zal ik altijd een zwak houden voor Midden- en Zuid-Amerika. De Maya-cultuur en de Inca-cultuur, het leeft daar nog heel sterk. Ik ben echt wel een nuchter mens, maar ik vind het toch heel mooi om te zien hoe dat totaal anders gaat dan bij ons." ''Wat reizen zo mooi maakt zit voor een belangrijk deel in het feit dat je thuiskomt'

Ben je nooit een plek geweest waar je dacht: hier blijf ik wonen?
"Nee. Want ik ben altijd weer blij als ik terug naar huis kan. Wat reizen zo mooi maakt zit voor een belangrijk deel in het feit dat je thuiskomt met een hele hoop verhalen, dat je beseft wie en wat je allemaal hebt gemist. En natuurlijk dat je weer kunt uitkijken naar de volgende reis."

Alleen: Weesp is niet langer jullie thuis.
"We woonden hier op een flat en wilden graag naar een huis met tuin. De huizenprijzen in Weesp zijn dermate gestegen, dat vinden wij het niet waard. We zijn verder gaan kijken en kwamen uit in Almere. Voor veel Weespers is dat een no-go merk ik, maar wij hebben er nog geen tel spijt van. Als Weesp ooit weer eens te betalen is, komen we terug."