Exclusief voor de lezers van WeesperNieuws Extra publiceren we vandaag het eerste hoofdstuk van dit boek. Dit hoofdstuk bestrijkt de jaren 1934 - 1939, een periode waarin de oorlogsdreiging uitmondt in mobilisatie en de eerste Weesper oorlogsdode valt.  

Weesp in oorlogstijd, hoofdstuk 1
1934 - 1939, Weesp in de jaren dertig
In de jaren dertig telde Weesp omstreeks 7.000 inwoners die vooral werk vonden in de lokale industrie. Daarbij ging het in de eerste plaats om de cacao- en chocoladefabriek C.J. van Houten die een uitgestrekt terrein besloeg in het zuidwesten van de stad. Het complex bestond uit talrijke magazijnen en fabrieksgebouwen, paden, gazons, tuinen en een monumentaal hoofdkantoor met bijbehorende portierswoningen. Tegenover het kantoor, dat de hele omgeving domineerde, en over het water van Smal Weesp stond Villa Casparus, ook al gebouwd in opdracht van de familie Van Houten. In de jaren vijftig werkten er 1.800 personen bij het bedrijf en honderden Weespers vonden destijds werk bij het in 1971 verdwenen cacao-imperium.

De stad Weesp telde kort voor de Tweede Wereldoorlog nog een aantal grotere industriële bedrijven. Dat betrof onder meer de N.V. v/h. J. Geesink & Zonen, fabriek van reinigings- en brandweermaterieel aan de Nieuwstad, de Gummifabriek aan de Nijverheidslaan, de fabriek van melkproducten Neerlandia aan de Achtergracht, de Magneet rijwielfabriek aan het Singel, margarinefabriek De Valk aan de Nijverheidslaan en daarnaast Gimpel’s Zeepfabriek. 

In die jaren besloeg de stad maar een klein oppervlak – 227 hectare – en lag ingeklemd door de agrarische gemeente Weesperkarspel waarvan het grondgebied in het oosten, zuiden en westen aan Weesp grensde. Weesperkarspel telde op 1 januari 1939 precies 3.616 inwoners, maar had geen echte kern, zodat het gemeentehuis in Weesp stond, aan de Hoogstraat 24. De gemeente Weesperkarspel werd in 1966 opgeheven, waarbij het grondgebied werd verdeeld over Amsterdam en Weesp. Weesperkarspel kenmerkte zich door veel weilanden en boerderijen alsmede wasserijen, in vroeger tijden aangetrokken door het schone Vechtwater. Industrie kende deze omliggende gemeente ook. De N.V. P. Sluis, de pluimvee- en vogelvoerfabriek, met een groot complex langs het water ter hoogte van Driemond, toen nog de Geinbrug genoemd. Verder de Ammoniakfabriek aan de Stammerdijk bij het kanaal en bij de spoorbrug over dat kanaal de machinefabriek van Ducroo & Brauns waar ook smalspoorlocomotieven werden gebouwd. De bevolking van Weesperkarspel was voor inkopen, onderwijs, kerkbezoek en verenigingsleven aangewezen op Weesp. Alleen de Geinbrug – vooral door de aanwezigheid van N.V. P. Sluis – kende in dat opzicht enkele eigen voorzieningen.

Het leven in Weesp leek in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog onverstoorbaar zijn gang te gaan. Voor de 7.000 inwoners was er een nu verbazingwekkend  aantal verenigingen voor zangliefhebbers, duivenhouders, dammers, wandelaars, amateurtoneelspelers etc. De stad telde drie bibliotheken: een openbare aan de Nieuwstad, een katholieke aan de Herengracht en een christelijke in het Jeugdgebouw naast de Grote Kerk op de Nieuwstraat. Verder drie voetbalverenigingen (Rapiditas, The Victory en ADE) en drie muziekkorpsen: De Adelaar, Jubal en Soli Deo Gloria. Los van dat aanbod had Van Houten ook nog een eigen bibliotheek voor het personeel plus een actieve personeelsvereniging. 

De burgerij had een zekere invloed via zeven politieke partijen die de gemeenteraad van dertien zetels vormden. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1935 – met 3.333 geldige stemmen – bleek dat de confessionele partijen met 57% van de stemmen de meerderheid in Weesp hadden. Dat waren de Christelijk Historische Unie (939 stemmen), de Rooms-Katholieke Staatspartij (532 stemmen) en de Anti-Revolutionairen met 397 stemmen. De socialisten van de Sociaal Democratische Arbeiderspartij behaalden 767 stemmen en de Liberalen 487. Dan was er nog de ‘Vrije Lijst’ C.P. van Asselt met 211 stemmen.

De Nationaal Socialistische Beweging, de NSB, nam niet aan de raadsverkiezingen deel, zodat daaraan niet kan worden ontleend hoe groot hier hun aanhang was. Dat veranderde toen in hetzelfde jaar als bovengenoemd (1935) verkiezingen voor de Provinciale Staten werden gehouden, waaraan de NSB wél meedeed. Van de Weespers die een geldige stem uitbrachten, maakten 240 inwoners het vakje voor de naam van de NSB-lijsttrekker rood. In totaal werden hier 3.364 geldige stemmen uitgebracht, wat voor de NSB in Weesp een score van 7,14% betekende. Het landelijk gemiddelde voor de NSB bedroeg 8%.


In de Hollandse Waterlinie werden naast wegen en op dijken tankversperringen gebouwd, zoals hier ten oosten van het Muiderslot - Archief Dick van Zomeren 

Defensieve maatregelen

In de jaren dertig kabbelde het leven voort in het stadje, maar hier en daar werd al rekening gehouden met oorlogsdreiging. Niet door het gemeentebestuur, maar wel door het Rijk. De eerste sporen daarvan waren te zien bij de aanleg van de nieuwe Provinciale Weg van Diemen via Driemond en Weesp naar Hilversum. Tot 1936 moest al het verkeer van Diemen naar Hilversum via Driemond over een draaibrug in het Merwedekanaal (nu Amsterdam-Rijnkanaal) en het Verlengde Buitenveer via de Hoogstraat over de Vechtbrug naar de ’s-Gravelandseweg. Dat leidde tot hevige opstoppingen, vooral op zonnige zondagen. In het kader van de stimulering van werkvoorziening besloot de regering begin jaren dertig tot de bouw van vier vrijwel identieke bruggen over het Merwedekanaal bij Utrecht, Breukelen, Loenen en Weesp. Eerder was al de zogenaamde Kilometerbrug in de Rijksstraatweg tussen Muiden en Diemen voltooid. Naast de bekende boogbrug (1936) bij Driemond werd nog een brug gebouwd, bij Uitermeer, in de N236. Een hefbrug over de Vecht, die inclusief twee brugwachterswoningen en op- en afritten, al in 1935 werd voltooid. 

Deze nieuwe Provinciale Weg van de brug bij Driemond tot aan die over de Vecht, bij de afslag naar Nederhorst den Berg, werd ten zuiden van Weesp aangelegd, waardoor de stad in 1936 verlost werd van het doorgaande verkeer naar het Gooi. Het gemeentebestuur gaf in 1937 opdracht een ontsluitingsweg aan te leggen van de Groene Weg naar de nieuwe Provinciale Weg. Dat raadsbesluit werd 30 juni 1937 genomen en ‘gezien de groote verdienste der firma Van Houten ten opzichte van Weesp’ noemt men die nieuwe weg de C.J. van Houtenlaan. Aan die weg verrezen prompt villa-achtige woonhuizen, een unicum voor Weesp. Aan het eind ervan bouwde men een benzinestation en een restaurant met de naam De Adelaar, naar het beeldmerk van Van Houten. Een restaurant met een voor Weesp ongekende allure. Aan te nemen valt dat Van Houten in de bouwkosten bijdroeg of tenminste klandizie garandeerde. In de jaren tachtig werd De Adelaar een Chinees restaurant. 


Al bij de bouw van de boogbrug (1936) over het kanaal bij Driemond werd in het oostelijk talud een bunker aangelegd. - Archief Dick van Zomeren 

Al in 1934 bepaalde de overheid dat bij de bouw van openbare voorzieningen ‘rekening diende te worden gehouden met defensieve maatregelen’. Dat gold ook voor de bouw van de brug bij Driemond, de ‘Hoge Brug’ genoemd omdat deze hoog over het kanaal ging. In de brede betonnen pijlers waren diepe rechthoekige gaten gemaakt, naar men zei voor het aanbrengen van springstof. De hoge brug maakte dat aan de kant van Weesp twee opritten nodig waren, halverwege doorsneden door een (nog altijd bestaande) tunnel, destijds ‘De Koeienbrug’ genoemd. Die was nodig omdat er ten noorden van de nieuwe weg, vlak bij de huidige brug De Uitkomst, een boerderij stond waarvan de bijbehorende weilanden ten zuiden van de Provinciale Weg lagen, richting Nigtevecht. De lange oprit was ook nodig voor de afslag naar Nigtevecht. Op die plek werd een grote ondergrondse bunker aangelegd, exact op de plek waar nu de Verlengde Rijnkade aansluit op de Provinciale Weg N236. Het ging om een grote ruimte met een gang naar een brede schietgleuf die uitkeek richting Bussum. Die gleuf was nauwelijks zichtbaar omdat er een houten bank boven werd aangebracht en het nodige struikgewas werd geplant. De bunker had twee uitgangen. Via stijlen van betonijzer kon men een luik bereiken op straatniveau, helaas wel zichtbaar voor de vijand. Daarom was er in de ondergrondse bunker ook een zijgang die toegang gaf tot een luik waardoor men ongezien – vanaf de weg – uitkwam bij het talud aan de kant van de al genoemde brug De Uitkomst. Van de grote bunker was vrijwel niets te zien. Het enige zichtbare was een door beplanting omringde verhoging van enkele vierkante meters, hooguit een meter hoog, met aan de voorkant de genoemde houten bank. 

Meer naar het oosten, richting ’t Gooi, werd bij de aanleg van de N236 ook al een verdediging aangebracht. Even voor de molen bij Ankeveen werden links en rechts van de weg stukken spoorrails in een betonnen fundering aangebracht. Die stukken van circa 80 centimeter lang stonden onder een hoek van 45 graden richting het oosten. Het weggedeelte kon worden afgezet met verplaatsbare betonnen kegels en driehoekige elementen. De rails in de berm moesten voorkomen dat pantservoertuigen via de berm om de tijdelijke versperring heen zouden rijden. De betonconstructie met resten van de rails zijn nog altijd zichtbaar. Dergelijke anti-tankversperringen werden ook in Muiden in de ‘Zeedijk’ aangebracht, bij Weesp ter hoogte van het Molenpad, en langs het kanaal, in de weg van Weesp naar Nigtevecht.  


Op de voorgrond de restanten van de tankversperring langs de Provinciale Weg naar Bussum, ter hoogte van de molen bij Ankeveen. - Archief Dick van Zomeren 

Ten tijde van de bouw van de brug en de verdedigingswerken waren de Nazi’s in Duitsland al luidruchtig aan de macht. Maar dat regime kon in Weesp op weinig enthousiasme rekenen en er is nooit sprake geweest van een plaatselijke afdeling van de NSB. De aanhangers in Weesp die lid waren maakten deel uit van Kring 33, ‘Het Gooi Noord’, waarvan de Kringsecretaris aan de Koningslaan 13 in Bussum woonde. In 1936 telt de NSB in Weesp slechts twee leden: de heren C.H. van der Krol en H.G. Hilders. Deze laatste is al sinds 24 januari 1935 lid en heeft nummer 39758 als ‘Stamboeknummer’. Wat betreft de eerstgenoemde vraagt het hoofd van de afdeling 5 van de NSB te Utrecht zich af waarom deze als lid is ingeschreven, terwijl hij bekend staat ‘als een ongunstig type, ooit gearresteerd wegens poging tot chantage’. Die twee leden zijn ongetwijfeld aanwezig geweest bij een tumultueuze bijeenkomst in vergaderzaal De Kroon aan het Buitenveer op 25 februari 1935, waar de NSB een openbare vergadering had belegd. Daar komen per trein ook NSB’ers uit Bussum op af die worden belaagd door Weesper tegenstanders. Een van hen, ‘een Weesper jongeling’, bracht een der NSB’ers een klap in de nek toe, aldus De Telegraaf, waarop ‘een gemeenteveldwachter zijn sabel trok en ruim baan maakte’. Twee bezoekers die tijdens de vergadering herhaaldelijk interrumperen worden op verzoek van de spreker door de politie verwijderd. Na afloop moet de politie de Bussumers tot aan het station begeleiden. 

Bijna twee weken later is het weer raak. Op 11 maart 1935, aldus De Telegraaf, vindt er ‘een laffe overval plaats op colporteurs, waarbij NSB’ers mishandeld worden’. Met het oog op de komende verkiezingen van Provinciale Staten brengen plaatselijke NSB’ers biljetten rond. Die worden daarin gehinderd door jongelui. De Telegraaf: ‘In de Slijkstraat waar een bejaard propagandist vergezeld was van een jongeman en zijn verloofde, werd dit drietal gemolesteerd. Het bleef echter bij het uitschelden van de NSB’ers, die kalm verder gingen.’ Het drietal gaat van daar naar de Middenstraat, waar dezelfde jongelui proberen bij het meisje de propagandabiljetten af te pakken. Anderen doen hetzelfde bij de jongeman, slaan hem en duwen hem door een ruit van een woning. De rijksveldwachter wordt gewaarschuwd, waarop de overvallers de benen nemen en de propagandisten onder politiebegeleiding doorgaan met hun werk. Degene die de NSB’er heeft mishandeld krijgt een proces-verbaal. Dat De Telegraaf twee keer kort na elkaar zo uitvoerig over Weesp en de NSB bericht is geen toeval. Hun correspondent in Weesp is Johan Christiaan Wijnand, een na de bevrijding veroordeelde journalist die al in het begin van de oorlog lid wordt van de NSB. Weesp krijgt belangstelling genoeg van de NSB, want Anton Mussert, de landelijk leider van de ‘beweging’, is ook tenminste eenmaal bij een bijeenkomst in deze stad geweest. Als spreker in zaal ’t Loosje, gelegen achter een café op de hoek van de Herengracht en de Blomstraat.

De Luchtbeschermingsdienst

Pas in de notulen van de gemeenteraadsvergadering van 29 april 1936 is een eerste aantekening te vinden die verwijst naar de mogelijkheid dat Nederland in oorlog zou kunnen raken. B&W stellen voor om 200 gulden uit te geven in verband met de luchtbescherming. Dat voorstel wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen. De socialisten van de SDAP zijn niet tegen ‘daar het slechts defensieve oefeningen betreft’.

Een maand later zijn er verkiezingen voor de Tweede Kamer, op 26 mei 1937. Dat biedt Weesper ingezetenen opnieuw de mogelijkheid om op de NSB te stemmen, die met lijst 15 en lijstaanvoerder Ir. A.A. Mussert deelneemt. In Weesp wordt door 3.373 kiezers een geldige stem uitgebracht, waarbij de AR en de CHU winnaar worden met respectievelijk 677 en 649 stemmen. De R.K. Staatspartij scoort 629 stemmen en de socialisten van de SDAP behalen met 911 stemmen de hoogste score.  Bij deze Tweede Kamerverkiezingen wordt de aanhang van de NSB in Weesp meer dan gehalveerd, want Mussert en zijn sympathisanten krijgen slechts 107 stemmen, terwijl dat er twee jaar eerder nog 240 waren. Dat verlies ontstaat doordat de NSB steeds duidelijker een anti-joodse koers is gaan varen en bovendien zijn de leden voortdurend betrokken bij rellen; niet alleen in Weesp, maar ook in andere plaatsen.

In de zomer van 1937 is er wéér tumult rond propaganda voor de NSB. ‘s Zaterdags staan er altijd verkopers van drie weekbladen op de hoek van de Slijkstraat en de Nieuwstraat. Dat zijn de socialist H.A. Veenstra van de Papelaan met ‘Vrijheid, Arbeid en Brood’, een colporteur met de uitgave ‘Het Zwarte Front’ van de fascist Arnold Meyer en de Weesper NSB’er W.F. Runneboom met ‘Volk en Vaderland’. Het optreden van dit drietal is altijd aanleiding voor opmerkingen en een rellerige sfeer op het pleintje voor de synagoge.

Op 4 augustus 1938 ontaat er daardoor een massale knokpartij waaraan een grote groep NSB’ers uit Amsterdam en het Gooi deelneemt. Ze weten van eerdere botsingen in Weesp en komen hun kameraden te hulp. Ze komen lopend vanaf de Rijksweg (de huidige A1) door de polder over de verlengde Papelaan, compleet met bijbehorend muziekkorps. Ze hebben duidelijk offensieve bedoelingen want ze zijn gewapend met stokken, metalen pijpen en gasslangen, waarmee je volgens kenners ‘verschrikkelijk kon meppen’. De groep marcheert naar de binnenstad waar ze al worden opgewacht door Weespers die niets moeten hebben van de NSB en al helemaal niet van hun trawanten uit Amsterdam en ’t Gooi. Het gevolg is een veldslag waarbij de bezoekers worden verjaagd, terwijl de politie de nodige aanhoudingen verricht. De hele stad is in rep en roer en dat neemt pas af als de bezoekers per trein en te voet Weesp hebben verlaten.

Niet alleen NSB’ers bezoeken Weesp, ook koningin Wilhelmina. Maandag 12 september 1938 komt ze vergezeld van een hofdame per auto over de Provinciale Weg uit de richting Diemen. Bij de Gaasp stapt ze uit een loopt een stukje over het voetpad. Ze stapt weer in en het duo rijdt over de boogbrug bij Driemond, waarna ze de afslag nemen en via het Verlengde Buitenveer naar Weesp rijden. Het Buitenveer wordt net opnieuw bestraat, zodat de auto rechtsaf slaat en via de Talmastraat naar de Achtergracht gaat. Van daar naar het Groote Plein en over de Nieuwstraat naar de Slijkstraat waar Koningin en hofdame via de Stationsweg naar Muiden rijden. De Weesper Koerier: ‘In Weesp werd de Vorstin dadelijk opgemerkt door de velen die bij het mooie weer langs den weg waren en hartelijk toegejuicht.’    

De namen van de kranten kunnen aanleiding zijn tot verwarring. De heren Groen & Bosma van drukkerij De Vlijt geven het weekblad De Nieuwe Weesper uit. Dat is om zich te onderscheiden van het weekblad van hun enige en grootste concurrent, de Gebroeders Ruitenbeek met een drukkerij op de hoek van de Nieuwstraat en de Kerkstraat. Maar Ruitenbeek heeft ook al de aanduiding ‘Weesper’ in de titel en noemt zijn wekelijkse uitgave eerst De Weesper Koerier en later de Weesper Courant. Dat was tijdens de bezetting toen Ruitenbeek met zijn Weesper Koerier c.q. Courant het rijk alleen had, omdat de Nieuwe Weesper (van Groen & Bosma) een verschijningsverbod kreeg. 

In de beide lokale bladen duiken steeds meer berichten op die duiden op toenemende internationale spanning. Donderdag 29 september 1938 stellen B&W voor 2.000 gulden uit te trekken voor luchtbescherming. Er is namelijk een Luchtbeschermingsdienst van Vrijwilligers gevormd, waarvoor zich talrijke niet-dienstplichtige Weespers aanmelden. Bij elkaar gaat het om 450 leden. Voor die op- en uitbouw zijn B&W vooral de heren P. Vos, chef van politie, en P. Stigter, ambtenaar ter secretarie, zeer erkentelijk. De Luchtbeschermingsdienst wordt geleid door wethouder E.W. Raadsheer, onder meer bijgestaan door de heren R. Hamstra, hoofd Gemeentewerken K. Breijer, de al genoemde politiechef P. Vos en A. Bakker, directeur van margarinefabriek De Valk. Men is buitengewoon druk met besprekingen, cursussen brandbestrijding en oefeningen met gasmaskers. Bij luchtgevaar zal gebruik worden gemaakt van de fabriekssirenes van Van Houten en die op het dak van de Weesper Stoomwasscherij op de Ossenmarkt. Verder worden er in 1938 speciale telefoonlijnen aangelegd tussen de uitkijkpost boven op de watertoren op het gemeenteterrein aan de Achterherengracht, het politiebureau op de Nieuwstraat en de brandweerkazerne naast het stadhuis.

Half november is in Amsterdam de Lubeto, de Luchtbeschermingstentoonstelling, waar maar liefst 100 Weesper vrijwilligers per bus naartoe gaan, op eigen kosten. ’s Avonds om zeven uur vertrekken ze en bezoeken de Lubeto gedurende twee uur, waarbij ze vooral kijken naar ‘de schema’s van de luchtbeschermingsdiensten van verschillende grote bedrijven, zoals het GEB’. De Luchtbeschermingsdienst is dan al zo gegroeid dat men een half jaar later, in de raadsvergadering van 3 februari 1939, voorstelt om 3.880 gulden uit te trekken voor het opknappen van het gebouw Eensgezindheid aan de Achtergracht. Dat grote pand moet dienst doen als magazijn en vergader- en oefencentrum voor de Luchtbeschermingsdienst. Het voorstel wordt door de raad aanvaard.

Woensdag 19 april 1939 zijn er opnieuw gemeenteraadsverkiezingen in Weesp (waaraan de NSB niet meedoet) en ook nu maken de confessionele partijen de meerderheid uit. Hun aandeel stijgt van 57% in 1935 naar 58% nu. De CHU: 839 stemmen, de R.K. Staatspartij 617 stemmen en de AR 573, elk goed voor drie zetels. De SDAP krijgt 869 stemmen (ook drie zetels) en de Liberalen met 343 stemmen één zetel, evenals de Vrije Lijst van C.P. van Asselt. Totaal uitgebrachte stemmen: 3.497. 

Twee dagen later is er opnieuw koninklijk bezoek in Weesp. Zaterdag 22 april bezoekt prins Bernhard in gezelschap van de directie van Philips gedurende anderhalf uur de ‘Fabriek der Pharmaceutische Producten Maatschappij Philips Van Houten NV’. Na het ‘fabricageproces der producten’ te hebben gezien bezoekt de hoge gast ook het biologisch laboratorium en vertrekt om één uur weer per auto. 

In de gemeenteraadsvergadering van 27 juli 1939 maakt wethouder  (en loco-burgemeester) E.W. Raadsheer bekend af te treden als hoofd van de Luchtbeschermingsdienst omdat hij ‘het onjuist acht het raadslidmaatschap te combineren met deze functie’.

Die zomer kan het niemand ontgaan dat er rekening wordt gehouden met een oorlog. Weesp maakt achter de Hollandse Waterlinie deel uit van de Vesting Holland en aan de west- en zuidkant van de stad worden overal kazematten aangelegd. Vooral de bekende vierkante bunkers, alleen bestemd als schuilplaats. Ooit gebouwd voor 5.000 gulden per stuk staan ze nog overal in de weilanden richting het Gooi. Maar ook op het Bastion Nieuw-Achtkant op de Ossenmarkt en op de Keverdijk, waar men naast de spoorlijn een G-kazemat bouwt met een gietstalen koepel van een decimeter dik, voorzien van een schietsleuf waarin pantserafweergeschut of een mitrailleur kan worden opgesteld. Bovendien wordt in die zomer op een braakliggend terrein naast het hoofdkantoor van Van Houten begonnen met de opbouw van het barakkenkamp De Roskam voor het legeren van eventueel op te roepen militairen. Kazematten, aangewezen inundatiegebieden en een barakkenkamp: Weesp wordt weer een vesting.


Omdat Weesp deel uitmaakte van de Hollandse Waterlinie werden naast de Vecht talrijke bunkers aangelegd, die uitsluitend ter bescherming tegen beschietingen dienden. - Archief Dick van Zomeren 

Desondanks kabbelt het leven voort. Het lijkt zelfs een beetje stil te staan en van enige dynamiek of vernieuwing is geen sprake. Er vindt geen stadsvernieuwing of nieuwbouw plaats en de bevolking groeit jarenlang niet. Op 1 januari 1938 wonen er 6.978 personen in Weesp, een jaar later slechts dertien meer: 6.891 personen. Op 1 januari 1940, het eerste oorlogsjaar, zijn er 7.072 inwoners. Maar schijn bedriegt, want begin 1940 verblijven er ook 3.500 Nederlandse militairen in en om de stad. 

De mobilisatie

Op 3 september 1939 breekt de Tweede Wereldoorlog uit doordat de Duitsers geen gehoor geven aan een Engels ultimatum om de aanval op Polen – waarmee de Britten een bijstandsverdrag hebben – te staken en het land te verlaten. Nederland denkt neutraal te blijven in dit conflict, maar tien dagen eerder, op donderdag 24 augustus 1939, wordt toch als voorzorg de voormobilisatie afgekondigd. Vijf dagen later, op dinsdag 29 augustus 1939, wordt een volgende stap gezet: algehele mobilisatie, waarbij zestien lichtingen (van 1924 tot en met 1939) worden opgeroepen. Dat is twee dagen voor Koninginnedag, toen nog gevierd op 31 augustus, maar ‘gezien den gespannen toestand’ worden in Weesp meteen alle feestelijkheden afgelast. 

Die laatste week van augustus 1939 stroomt de stad vol met enkele duizenden militairen van het 34ste Regiment Infanterie, die per trein arriveren. Het is onmogelijk ze alleen in militaire gebouwen onder te brengen, vandaar dat ze worden gehuisvest in scholen (het is nog vakantietijd), boerderijen, verenigingsgebouwen en feestzalen als De Roskam, achter het gelijknamige hotel. Er zijn onvoldoende militaire voertuigen, vandaar dat de regering in het hele land 12.000 particuliere vrachtwagens vordert alsmede 1.600 personenauto’s. Van de boeren vordert de regering 30.000 paarden die onder meer het sterk verouderde veldgeschut moeten trekken. De manschappen van de veldartillerie worden ten noorden van Weesp bij boeren gelegerd, in de Bloemendalerpolder.


Eind augustus 1939 wordt de mobilisatie van kracht en de regering vordert vrachtwagens en personenauto’s voor militair gebruik. Hier worden op het Buitenveer in Weesp de auto’s gekeurd en geregistreerd.  

Ook in en om Weesp worden bij boeren vele tientallen paarden gevorderd waarvan beoordeeld moet worden of ze dienst kunnen doen voor militaire doeleinden. Dinsdag 29 augustus wordt er op de Lange Herensingel en op de hoek Papelaan/Herengracht een enorm aantal paarden bijeengebracht om te worden gekeurd en geregistreerd. Volgens ooggetuigen ‘wel 2.000 paarden’. Later zal blijken dat de militaire voerlieden en de gevorderde paarden erg aan elkaar moeten wennen.


De door militairen goedgekeurde paarden werden twee aan twee via de Heerengracht afgevoerd. Het merendeel naar het Stationsplein waar ze in veewagons werden geladen. Een aantal paarden bleef bij de militairen in Weesp, waarvoor een manege werd ingericht naast de ‘Fokkerfabriek’, links langs de Van Houtenlaan. (foto Cees Pfeiffer) - Archief Dick van Zomeren 

De duizenden militairen – en familieleden en verloofden die hen bezoeken – geven een onvoorstelbare drukte in Weesp en incidenten blijven niet uit. De Weesper Koerier staat vol met berichten over vechtpartijtjes tussen militairen in cafés, vooral als er net soldij is uitbetaald, en voortdurend zijn er ongevallen met door paarden voortbewogen wagens. Het zijn immers gevorderde paarden en voerman en paard kunnen niet altijd met elkaar overweg. Woensdag 29 augustus 1939 slaan op de Nieuwstad twee paarden op hol die voor een ‘militair caisson’ waren gespannen. Ze stormen naar het Binnenveer en nemen de Zwaantjesbrug, waar de voerman er af springt. Het ene paard wil linksaf, het andere rechtsaf. Het gevolg is dat ze rechtuit gaan ‘en pardoes door een der groote winkelruiten van een manufacturenmagazijn op de hoek van de Kabeljauwsteeg vlogen’, aldus de krant. Dat is modemagazijn Schrijver, op de hoek van de Julianastraat, toen nog de Kabeljauwsteeg. Donderdagavond 31 augustus slaan er bij hotel De Roskam ook al twee paarden op hol richting Binnenveer. Twee militairen op de kar worden er af geslingerd en raken lichtgewond. Een voorbijganger, een oud-cavalerist, kan de paarden tot stilstand brengen. 

Ongevallen met paarden of niet, de bevolking heet de vele militairen hartelijk welkom en zaterdag 26 augustus, meteen na de zogenaamde voormobilisatie, lukt het een comité onder aanvoering van de heer L. Hansma al om een ontspanningsgelegenheid voor militairen te openen, een militair tehuis. Dat is het Jeugdgebouw aan het Waagplein, nu het Lichthuis. De militairen zijn opgetogen. Ze vinden het veel gezelliger dan verwacht, de buren komen sigaren en sigaretten uitdelen en gelukkig zijn ‘de consumptieprijzen lager dan verwacht’. Dat eerste weekend slaat op de Achtergracht alweer een span paarden op hol, dit keer met de keukenwagen. Een militair die de paarden wil grijpen komt onder de wagen terecht en twee wielen gaan ‘dwars over het lichaam, zodat hij ernstige verwondingen aan het gelaat bekwam’. Het slachtoffer, een gehuwde Amsterdammer, wordt ‘in bedenkelijke toestand per militaire brancard naar de ziekenverpleging van het R.K. gesticht (het Bernardus) gebracht’. En op het Buitenveer botsen twee paarden met wagens op elkaar, wat ook gewonden oplevert ‘die naar het hospitaal in de Christelijke Bewaarschool’ worden gebracht. 

Op dinsdag 5 september, de Tweede Wereldoorlog is dan twee dagen oud, komt de gemeenteraad bijeen. Burgemeester M. Dotinga opent de vergadering met te zeggen dat er ‘in de toekomstige tijd waarschijnlijk veel van dezen raad gevergd zal worden. Door de buitengewone omstandigheden zullen ook buitengewone maatregelen noodzakelijk worden’. Twee dagen later is dat ook zichtbaar, want die donderdagavond is er van tien tot elf uur een verduisteringsoefening waarbij ook de straatverlichting tijdelijk wordt gedoofd. 

Het openbare leven in de stad is duidelijk verstoord. De Weesper VolkGymnastiek Vereeniging (de WVGV) kondigt 8 september een vergadering aan om te kijken hoe het nu verder moet en de plantenliefhebbers van de vereniging Floralia blazen de najaarstentoonstelling af. Ook scholieren merken de mobilisatie duidelijk. Omdat in de openbare lagere school militairen zijn gelegerd, moeten de leerlingen van de klassen een tot en met vier voor les naar lokalen van Van Houten, terwijl de klassen vijf en zes les krijgen in de kerk van de Nederlandse Protestanten Bond op de Oude Gracht.

Het eerste slachtoffer

De familie en de stad zijn er nog onkundig van, maar die dag, op vrijdag 8 september 1939, komt het eerste Weesper slachtoffer van de Tweede Wereldoorlog om. Het is de 29-jarige Lodewijk Petrus Clemens (roepnaam Louis) Soede, die als stoker-olieman in dienst van de Koninklijke Marine vaart op de ‘Willem van Ewijck’. Louis Soede ging al vroeg het huis uit, want als 17-jarige nam hij dienst bij de marine. Zijn ouders hadden een kruidenierswinkel op het adres Nieuwstad 32. Op die zonovergoten en rustige 8ste september is het schip bezig om tussen Vlieland en Terschelling mijnen te leggen. Daarbij wordt een aantal mijnen verkeerd gelegd; die moeten van hun verankering worden losgemaakt en geruimd. De ‘Van Ewijck’ ligt rond twaalf uur met gestopte machines en drijft door de vloed ongemerkt richting mijnenveld. Daar komt het schip in contact met een mijn die explodeert, waarbij de ‘Van Ewijck’ zo beschadigd wordt dat hij meteen zinkt. Bij de ramp komen 29 van de 51 opvarenden om, waaronder de zich benedendeks bevindende Louis Soede. Zijn lichaam wordt nooit gevonden. Een week later plaatsen zijn ouders een overlijdensadvertentie in De Nieuwe Weesper, de uitgave van drukkerij Groen & Bosma.


Marineman Louis Soede stierf al op 8 september 1939 (vijf dagen na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog) en was daarmee het eerste Weesper slachtoffer. Hij kwam om bij Terschelling toen de ‘Willem van Ewijck’ op een net zelf gelegde zeemijn liep. - Archief Dick van Zomeren 

Die vrijdag 8 september is er ook een grote Luchtbeschermingsoefening voor Weesp en Weesperkarspel. Die laatste gemeente zal worden gewaarschuwd door de sirene van de Ammoniakfabriek bij het kanaal. Om negen uur die avond gaat voor Weesp de sirene van Van Houten, waardoor de stad donker en uitgestorven is. Plotseling een vuurzuil bij de katholieke kerk, die een brandbom moet voorstellen. Dat wordt gezien op de watertoren en doorgebeld naar de centrale post op het politiebureau aan de Nieuwstraat. De gracht wordt tussen de Kerklaan en de sluisbrug afgezet, omdat in het gebied ‘gewonden’ liggen en het terrein ‘besmet’ zou zijn. Men denkt nog steeds aan de gasaanvallen van de Eerste Wereldoorlog. Door de vuurzuil veronderstelt men elders in de stad dat de kerk in brand staat. Bij Van Houten wordt tegelijkertijd een luchtbeschermingsoefening gehouden. Om elf uur is het daar – en ook in Weesp – einde oefening.

Het plaatselijke nieuws wordt niet alleen beheerst door militaire zaken. Op maandag 11 september 1939 wordt de nieuwe draaibrug voor het spoor over de Vecht in gebruik genomen. Daarbij wordt een scherpe bocht vlak voor de brug recht getrokken en komt de spoorlijn over een lengte van een kilometer dichter bij Weesp te liggen. De oude brug – iets stroomafwaarts – blijft nog bijna een jaar liggen en wordt 4 juni 1940 (Nederland is dan al bezet) opgeblazen nadat er 70 gaten in zijn geboord, elk gevuld met een kilo springstof. De explosie levert ‘honderden dode visschen op’.

Op 15 september 1939 roepen de onderofficieren de Weesper burgerij in een open brief op om inventaris te schenken voor de inrichting van hun verblijven. Daarbij denken ze aan ‘tafeltjes, vloerkleden, stoelen, theelichtjes, kopjes, vaatdoeken en teiltjes’. Niet iedereen bedelt, sommigen weten zelfs aan de oorlog te verdienen. Twee weken na het begin van de oorlog heeft Duitsland vrijwel geheel Polen bezet en roept de uitgever van De Weesper Koerier, Gebr. Ruitenbeek, per advertentie in hetzelfde nummer op een ‘Nieuwe oorlogskaart van Europa’ te kopen, ‘daar door de gebeurtenissen van de laatste weken een geheel nieuwe kaart van Europa is ontstaan’. De kaart kost slechts een gulden en ‘de vlaggetjes van de landen die bij den strijd betrokken zijn, maken het ieder gemakkelijk om met behulp van zo’n speld volledig op de hoogte te blijven’. De Christelijke Jongemannen Vereeniging ‘Bidt & Werkt’ te Weesp kent ook al zorgen. Sommige leden zijn gemobiliseerd en tijdens de wekelijkse bijeenkomst is de opkomst merkbaar afgenomen, ondanks aanvulling van hier gelegerde militairen. De notulen van 15 september: ‘Als we voorts onze gelederen eens rond kijken, merken we dat vele oude bekenden ontbreken. Een verschijnsel dat wel aan de mobilisatie te wijten zal zijn. Gelukkig zien we ook enkele nieuwe gezichten.’ Maar die bijeenkomsten moeten vroeg stoppen, de militairen dienen ’s avonds om tien uur binnen te zijn.

Medio september 1939 worden in de dagbladen alle vrouwen van Nederland opgeroepen om te breien voor de soldaten. Het gaat om wollen mutsen, shawls, wanten enzovoort. De wol is tegen betaling te verkrijgen in militaire magazijnen. Daartoe zal zaterdag 23 september in Weesp een collecte worden georganiseerd waaraan alle drie de muziekkorpsen meewerken. De opbrengst: 416 gulden, inclusief eerdere giften. Meteen na de oproep wordt door de vrouw van de burgemeester, mevrouw Dotinga-Groeneveld, en vier andere dames een comité ‘Breiwerk voor onze soldaten’ opgericht. De initiatiefnemers schuiven het werk meteen door naar een werkcomité, dat maar liefst vijftien dames telt en direct aan de slag gaat. Ze hebben een vooruitziende blik, want de winter van 1939 - 1940 zal de koudste januarimaand van de laatste honderd jaar opleveren. Het vriest die maand 29 dagen en de laagst gemeten temperatuur bedraagt min 16,2 graden. De vorstperiode begon eind december en duurde tot en met februari 1940. 

De bouw van het grote barakkenkamp De Roskam is in volle gang, terwijl ook langs  de Korte Muiderweg een klein barakkenkamp verrijst voor de daar ingekwartierde veldartillerie. Dat alles levert veel extra werk op voor de Gemeentebedrijven. De directeur daarvan, de heer K. Breijer, krijgt daarom via de gemeenteraad een hulpkracht. De raadsnotulen van 18 september 1939: ‘Deze werklast is ten gevolge van den aanleg van werken voor de militairen toegenomen’ en gelet ‘op de abnormale omstandigheden’ wordt dit voorstel aangenomen.    

Woensdag 20 september 1939 wordt in de katholieke kerk aan de Herengracht de Heilige Uitvaartdienst voor Louis Soede gehouden, de nog altijd vermiste stoker-olieman van Hr. Ms. ‘Willem van Ewijck’. De mis wordt opgedragen door pastoor S. van Veen, geassisteerd door kapelaan W. Kamerbeek en de hulp-aalmoezenier majoor P.G.M. Schoonebeek. Namens B&W zijn burgemeester M. Dotinga en wethouder C.A. Galesloot aanwezig, namens de raad de heer G.H.A. Sertons. Verder de kantonnementscommandant van Weesp luitenant-kolonel (overste) L.F. Apol en zijn adjudant kapitein J.E. Hofman.  

Vrijdagavond 22 september is de C.J.M.V. Bidt & Werkt weer bijeen. In groten getale zelfs, want luitenant Van As zal de spannende vraag behandelen ‘Is Nederland in staat zijn onafhankelijkheid te verdedigen?’ De notulen: ‘In zijn referaat legde spreker er de nadruk op dat de kern van onze Nederlandse defensie nog steeds gelegen is in de veel gesmaade Hollandse Waterlinie of beter gezegd de Vesting Holland. Zeker daar zijn onze grenstroepen en daar is een IJssellinie, maar hier wordt slechts getracht de vijand afbreuk te doen en op te houden. Blijkt dit onmogelijk dan trekt men zich terug achter de plusminus tien kilometer brede strook water. Aan de zeekant ondervindt men dan natuurlijk de steun van onze Marine. Volgens luitenant Van As zal een eventuele vijand hier een flinke kluif aan hebben, want we weten nog uit de vorige oorlog dat het water bij de verdediging van een land een hartig woordje meespreekt.’

Ruim een half jaar later zou blijken dat de Duitsers op weg naar de Randstad gewoon over het water vlogen en vooral de burgerbevolking, de boeren voorop, in de Waterlinie last van de inundaties zouden hebben. 

Er wordt niet alleen gebreid voor de militairen in Weesp. Ze kunnen ook gratis de tekenlessen volgen aan de Avondvaktekenschool Patrimonium in de Lange Middenstraat en zaal ‘De Kroon’ aan het Buitenveer. Aanmelden in het Militair Tehuis in het Jeugdgebouw. Ook gratis voor hen: het behalen van het Middenstandsdiploma. Geprobeerd zal worden de Handelsavondschool hiervoor in te schakelen, die ook voor leermiddelen zal zorgen als men niet bij machte is daarvoor te betalen.

Eind september wordt er zowaar een militair huwelijk voltrokken. Een militaire kok trouwt in uniform in het Weesper stadhuis en een peloton collega’s staat opgesteld op het Groote Plein, dat ook al vol staat met Weesper toeschouwers. Na de ondertekening vertrekt men ‘onder vrolijk hoorngeschal’ naar de Gereformeerde Kerk aan de Hoogstraat. 

Voor de gemeenten Weesp, Weesperkarspel en Muiden is een afdeling opgericht van het landelijk comité ‘Voor den gewonden en zieken soldaat’. Voor Weesp nemen deel wethouder C.A. Galesloot, van het Rode Kruis de heer F.O. Soderland en de heer H. ten Duis van de VVV. De militairen doen ook iets terug. Personen met door de ‘Commissie Uitdeeling Levensmiddelen’ verstrekte rode of witte kaarten kunnen zich des avonds om 5.15 uur aan de keukenwagen der militairen vervoegen om eten op te halen, zo lang de voorraad strekt. 

Ontwikkeling en Ontspanning

In het najaar van 1939 zijn er voortdurend concerten en feestelijke bijeenkomsten voor de duizenden militairen in en om Weesp. Dinsdag 24 oktober treedt voor de militairen de dan populaire voordrachtskunstenaar Clinge Doorenbos samen met zijn vrouw op. Dat is georganiseerd door het comité van de heer L. Hansma O & O, Ontwikkeling en Ontspanning. De avond wordt gehouden in de kantine van Van Houten, waarbij de jazzband ‘Wesopa-Boys’ onder leiding van de heer P. Kopjes medewerking verleent. In de pauze serveren dames ‘een kop Van Houten’s chocolade’. De beide artiesten krijgen na afloop onder daverend applaus ‘een tuil bloemen en een doos Weesper Moppen’. In de krant die daarover bericht ook wat grimmiger nieuws: petroleum is voortaan alléén met distributiekaarten te verkrijgen en op het postkantoor zijn gasmaskers te koop, ook voor kinderen van 5 tot 12 jaar.

Tot opluchting van de door Nederlandse militairen bezette scholen zijn eind oktober de eerste barakken van De Roskam gereed. Ze worden dan nog zonder enige ceremonie in gebruik genomen (dat gebeurt pas begin 1940) en de leerlingen kunnen terug naar hun scholen. Niemand die dan weet dat deze tijdelijk bedoelde barakken nog tot 1961 zullen blijven staan om meer dan twintig jaar gebruikt te worden door militairen. Het Jeugdgebouw blijft bij het comité O & O echter nog in gebruik als Militair Tehuis, waardoor de vereniging ‘Bidt & Werkt’, die het gebouw ook gebruikt, niet in staat is het 45-jarig bestaan te vieren. Men besluit het op 1 januari klein te vieren, in eigen kring.

Donderdag 2 november 1939 is prins Bernhard weer in de buurt van Weesp. Hij bezoekt militaire stellingen in Muiden en Muiderberg en rijdt dan naar Fort Uitermeer om daar in de kantine koffie te drinken en de verdediging te inspecteren. Burgers uit de buurt stromen naar Fort Uitermeer om de prins te zien en, aldus de krant, ‘vele boerendochters hadden den arbeid even onderbroken’ om samen met de anderen de hoge gast ‘vrolijk toe te wuiven’. De prins verdwijnt dan richting ’s-Graveland, maar omdat men hoopte en verwachtte dat hij ook naar Weesp zou komen was de Provinciale Weg tussen Uitermeer en Weesp alvast door de politie afgezet. Het resultaat: geen prins, maar wel een ophoping van verkeer.

Begin november 1939 plaatst de in de Wilhelminastraat wonende en ook voor militaire dienst opgeroepen kolenman Jan van Gent de volgende advertentie in De Weesper Koerier: ‘Om misverstand te voorkomen bericht ondergetekende dat ondanks zijn militaire dienst Zijn zaak gewoon doorgaat. Brandstoffenhandel  Jan van Gent. Bestellingen Wilhelminastraat 16, pakhuis Achtergracht 43.’ Een tragische advertentie als bedacht wordt dat dezelfde Jan van Gent vijf maanden later bij Rhenen dodelijk gewond zal raken en op 19 mei 1940 als enige Weesper soldaat in de Tweede Wereldoorlog zal sterven. 

Men blijft in Weesp maar in de weer met de Luchtbescherming. Half november zullen weer oefeningen worden gehouden, waarbij voor het eerst ook de nieuwe sirene op het dak van het politiebureau zal worden gebruikt. De Gebroeders Ruitenbeek adverteren alvast voor de aanschaf van verduisteringspapier omdat nergens door de ramen licht mag schijnen. Voor een dubbeltje hebben ze ook een handig boekje: ‘Hoe bescherm ik mij tegen luchtaanvallen? Practische wenken. Weest Bereid!’ Dokter S. Wartena geeft een cursus EHBO, gevolgd door een korte aanvullende cursus luchtbescherming. Herenkapper W.H. van Deursen van de Nieuwstraat ziet ook handel in de mobilisatie en de oefeningen: ‘Militairen eerste klas bediening, tegen Speciale Prijzen!’

De distributie van levensmiddelen via een bonnensysteem wordt nu echt ernst. De burgemeester maakt op 15 november bekend dat met het oog op de voedselvoorziening distributiestamkaarten zullen worden uitgereikt: ‘Elk hoofd van een gezin en elk afzonderlijk levend persoon moet die kaarten zelf komen afhalen op het Gemeentehuis.’ Iedereen moet zich wel legitimeren en gehuwden moeten hun trouwboekje meenemen en tonen. Ruitenbeek adverteert meteen opnieuw. Dit keer voor winkeliers, met opplakvellen voor de door hen ingenomen distributiebonnen. 

Zoals eerder vermeld wemelt het in Weesp van de uniformen en de burgerij wordt door de dragers daarvan ook betrokken bij feestelijke bijeenkomsten en ceremonies. Zaterdag 2 december 1939 vindt er zelfs een officiële beëdiging ten overstaan van het publiek plaats. Vaandrig A. Morriën wordt benoemd tot reserve tweede luitenant  en staat met zijn familie voor het stadhuis op het Groote Plein. Hij wordt beëdigd door overste L.F. Apol, die samen met zijn adjudant kapitein J.E. Hofman te paard ook aanwezig is. Normaal vindt de beëdiging plaats door tijdens het uitspreken van de eed het vaandel aan te raken. Dat is echter niet aanwezig, waarop de overste de te beëdigen officier maar vraagt de ogen gericht te houden op de Nederlandse vlag die van het stadhuis wappert. Er speelt een militair muziekkorps en ook de burgemeester, wethouders en de gemeentesecretaris zijn aanwezig. Honderden Weespers slaan het schouwspel gade. Later op de dag worden op de Papelaan twee kornetten, waaronder een baron, door een majoor Van der Meulen beëdigd. 


De auteur van Weesp in oorlogstijd: Dick van Zomeren. Foto: André Verheul

Medio december, vlak voordat de strengste winter van de afgelopen honderd jaar zal beginnen, wordt het comité ‘Voor onze soldaten’, ook wel ‘Breien voor onze Soldaten’, ontbonden. Voor wol en pennen is 237 gulden uitgegeven, maar daar heb je ook iets voor. De dames hebben bij elkaar 300 paar polsmoffen en 50 paar kniewarmers voor de militairen in Weesp gebreid, terwijl er ook nog moffen en kniewarmers naar elders zijn verstuurd. Er is een batig saldo van 172 gulden, waarvan 40 gulden wordt geschonken aan het O & O fonds en het restant aan de organisatoren van toneel-, operette- of voordrachtsavonden voor militairen in feestzaal De Roskam.

Half december komen in het stadhuis van Weesperkarspel aan de Hoogstraat in Weesp de burgemeesters bijeen van Weesperkarspel, Muiden, Ankeveen, Kortenhoef en Nederhorst den Berg. Het onderwerp betreft de inundaties, de polders die onder water zullen worden gezet bij een vijandelijke inval. Weesp heeft dan nog geen polders, zodat deze gemeente niet vertegenwoordigd is. Men weet wel welke polders onder water komen te staan, maar er is onzekerheid over kwelwater dat op droog te blijven plekken naar boven kan komen. Verder komt evacuatie van mensen en vee ter sprake, waarbij op elke 50 inwoners een leider of coördinator zal worden aangewezen, in totaal zestien leiders. Hen wordt aangeraden nu alvast te gaan praten met de personen die ze moeten evacueren.

Een klein bericht ter afronding van 1939, het laatste vredesjaar voor een oorlog die ruim vier maanden later ook Weesp zal raken. Het plaatselijke comité Ontwikkeling & Ontspanning onder leiding van de heer L. Hansma, waarvan de activiteiten zijn ondergebracht in het Jeugdgebouw en dat de gemobiliseerden zo’n warm welkom heeft bereid, maakte Oudejaarsdag 1939 bekend dat het wordt opgeheven. Het barakkenkamp De Roskam plus de bijbehorende grote kantine is klaar en de O & O-activiteiten worden een zaak van de militairen in het kamp zelf.

Die opheffing heeft vooral te maken met een brief van de Kerkvoogdij der Nederlandse Hervormde Gemeente, die het comité O & O een brief heeft gestuurd dat nu het barakkenkamp vrijwel gereed is men weer over het Jeugdgebouw wil kunnen beschikken. De Kerkvoogdij is namelijk eigenaar van het gebouw. Op 29 december 1939 laat de Kerkvoogdij het comité O & O weten dat het gebouw binnen twee weken na de officiële ingebruikneming van het barakkenkamp moet zijn ontruimd, omdat per die datum de huur wordt opgezegd. Het comité reageert teleurgesteld, want men wilde er ‘voor alle gezindten zijn’, dus voor protestanten en katholieken, terwijl het (Hervormde) College van Kerkmeesters de ruimte uitsluitend wil benutten als Christelijk Militair Tehuis. Zaterdag 6 januari 1940 levert het comité O & O de sleutels in bij de Kerkvoogdij. 

De mobilisatie van eind augustus heeft Weesp ingrijpend veranderd. Uiterlijk door de bunkers, verdedigingswerken en het barakkenkamp. En anders dan voor de zomer van 1939 wordt de stad nu gedomineerd door circa 3.500 militairen in uniform, legervoertuigen en paarden. Op 8 september 1939, ruim tien dagen na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog is de eerste Weesper omgekomen, Louis Soede. Die oorlog zal nog tenminste aan 80 andere ingezetenen het leven kosten.  

Verder lezen? 'Weesp in oorlogstijd' is te koop bij boekwinkel Pezzi Pazzi in de Slijkstraat.