De nominatie had Merijn Scheperkamp te danken aan zijn opvallende progressie in 2019. Dat kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Op 1 mei 2019 kreeg hij,door zijn resultaten in het seizoen daarvoor, een contract bij de opleidingsploeg van Jumbo-Visma met aan het hoofd topcoach Jack Orie. "Dat was verrassend en vervolgens leerzaam om met jongens als Kjelt Nuis, Thomas Krol en Sven Kramer te trainen”, aldus de 20 jarige geboren en getogen Hilversummer. 

Door de beperkingen van het coronavirus is hij weer even bij zijn ouders in Hilversum neergestreken. "Normaal woon ik in Heerenveen, maar er kon niet getraind worden. Ook de HBO-studie biologische medische wetenschappen in Leeuwarden volg ik nu online. Na het uitbreken van het coronavirus ben ik even teruggegaan naar Heerenveen om wat trainingsspullen te halen. Nu bekend is dat Thialf ook weer open gaat voor topsporters, ga ik weer terug als we samen mogen trainen."

Stagnatie

Het schaatsen heeft Scheperkamp overigens van huis uit meegekregen. "Mijn vader en moeder waren goede schaatsers en ik heb het geleerd op slootjes. Ik vond het leuk en op mijn achtste jaar ging ik op jeugdschaatsen. Mijn zus is vier jaar ouder en die ging wedstrijdschaatsen. Dat wilde ik ook. Ik had aanleg en bij de pupillen hoorde ik tot de besten van Nederland. Daarna ging het wat minder. Er kwam een stagnatie in mijn groeispurt. Ik was klein, was ongeduldig en haalde zelfs het NK niet. Vanaf mijn zestiende jaar ging het weer beter en werd vijfde op het NK allround bij de A-junioren. Blij dat het toch nog goed is gekomen." 

De Hilversummer heeft één grote droom: Olympisch kampioen worden

Net zoals vele sporters heeft de Hilversummer één grote droom; Olympisch kampioen worden. De entree in het Jumbo-Visman team was succesvol. Hij wordt door zijn ploeggenoten gekscherend ‘Fenkie’ genoemd, omdat hij uiterlijk gelijkenis vertoont met de voetballer Frenkie de Jong. Vorig jaar oktober scherpte hij in het Duitse schaatsmekka Inzell op de sprintafstanden zijn persoonlijke records aan; de 500 meter staat op 35,63 seconden en de 1000 meter op 1 minuut 10,01. 

Het peil van de Nederlandse sprinters staat op wereldniveau. Dat tonen zijn resultaten op het NK sprint, gehouden op 25 en 26 januari dit jaar. De Hilversummer leunt tegen de top aan, maar weet dat hij nog te kort komt voor de absolute top. De verschillen zijn voor het oog en niet-schaatsers heel gering. Op de eerste 500 meter eindigde hij met 35,74 tegen 34,86 als negende achter Ronald Mulder. Op de 1000 meter werd hij zesde achter Nuis met nog geen 1,5 seconde verschil. 

Op de tweede dag waren de verschillen eveneens minimaal. In het eindklassement eindigde hij als zesde. Merijn Scheperkamp zegt analyserend: "Ik ben pas 20 en moet nog groeien. Leeftijd speelt ook een rol. Je bent als schaatser top tussen de 25 en 30 jaar. Kijk maar; Nuis is 30, Kai Verbij en Dai Dai Ntab 25. Ieder jaar moet ik het verschil kleiner maken."

Klaar voor de overstap

De Hilversummer heeft bij Jumbo-Visma een contract voor twee jaar. "Komend seizoen moet ik bewijzen dat ik klaar ben voor de overstap naar de ‘grote’sprintploeg", stelt hij. "Als eerste staat het kwalificatietoernooi voor de World Cups op het programma; vervolgens het NK afstanden en het NK sprint. Dat worden voor mij de belangrijkste wedstrijden."

Tot aan vorig jaar was de Hilversummer ook actief bij het inline skaten. Daar vierde hij ook successen nationaal en internationaal; onder andere zilver bij het WK junioren in het Italiaanse Baselga di Piné. "Het was leuk dat je de jongens van het schaatsen in de zomer bij het skeeleren tegenkomt. Maar vorig jaar was dat niet meer te combineren met het schaatsen dat een niveau hoger was dan in het verleden."